Posts tonen met het label Stefaan Kempynck. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stefaan Kempynck. Alle posts tonen

zaterdag 10 oktober 2026

De Blankaart: het verhaal van de familie Kempynck

Bibliotheekmedewerker en schrijver Stefaan Kempynck uit Houthulst heeft een nieuw boek uit. De Blankaart: het verhaal van de familie Kempynck is de kroniek van de families Kempynck en Verhaeghe, zoals ze hun leven hebben geleid aan De Blankaart in Woumen-Diksmuide van rond 1900 tot 2000. Het is een heel persoonlijk en spiritueel geïnspireerd werk geworden, gebaseerd op niet eerder vrijgegeven bronnenmateriaal en voorzien van originele foto’s.

De Blankaart: het verhaal van de familie Kempynck start bij het leven van baron Gustaf de Coninck de Merckem (1837-1895), die het Blankaart-domein in Woumen in de 19de eeuw aankocht en er het kasteel liet optrekken. Als broer van Charles de Coninck de Merckem, eigenaar van het naburige kasteel van Merkem, werd Gustaf verliefd op zijn dienstmeid Melanie-Eulalie Verhaeghe. De twee kregen een relatie, die een pastoor moest helpen mogelijk maken, omdat dit soort verhouding helemaal indruiste tegen de regels en etiquette van de adel. Na hun huwelijk in 1873 in de kapel van hun eigen kasteel, kreeg het koppel tot twee keer toe een kind, maar even veel was het niet levensvatbaar, waardoor ze kinderloos bleven. De baron stierf in 1895 en daarna wilde de barones haar eenzaamheid doorbreken door de adoptie van een kind. Haar oog viel op één van de kleinkinderen van haar broer Leonard, uit het gezin met zes dochters van diens zoon Hildevert Verhaeghe met Veronica Van Lerberghe. 

VAN ELIANE NAAR STEFAAN 

Dat éne kind was Stefaans grootmoeder Eliane Verhaeghe, die dus op de leeftijd van vijf jaar en in 1901 werd weggeplukt uit haar eigen warme nest met haar ouders en vijf zussen. “Deze adoptie, die binnen de familie aanvankelijk heel informeel werd geregeld, vormt als het ware de aanhef van een sprookje. Je hebt een baron en barones met een kasteel en een aanzienlijk domein, met vijver en landerijen. Behalve dit materiële dat tot de verbeelding spreekt, was een grote emotionele leegte ontstaan omwille van een niet uitgekomen kinderwens en het overlijden van een huwelijkspartner. Hoewel adoptie van een ‘gewone burger’ in adellijke kringen maar zeldzaam voorkwam, is dit toch hét bijzondere, bijna niet te geloven kantelmoment in de families Verhaeghe en later Kempynck geweest, waar altijd naar werd verwezen. De tweespalten tussen adel en gewone mensen, tussen uiterlijke rijkdom, bevoorrechte afstandelijkheid en minder bezit met gewonere omgangsvormen en andere intenties en idealen, zijn altijd in de geest van onze familie blijven voortleven. En meer nog: mijn familie heeft de beladenheid van die afkomst weten te transformeren en vanuit een gevoel van verantwoordelijkheid, sociale rechtvaardigheid en visie op streekontwikkeling hun bezit weten in te zetten voor de gemeenschap”, schetst Stefaan Kempynck.

VOLKSHOGESCHOOL EN DE RHILLE 

Behalve dit verdere verleden met adellijke tint, gaat het familieboek natuurlijk ook in op het leven en huwelijk van Eliane Verhaeghe met haar latere man en advocaat August Kempynck en hun zonen Paul en Luk. Hoe dit gezin met woning in het hartje van Brugge, met veel passie en liefde telkens weer naar hun buitenverblijf op De Blankaart in Woumen kwam: om in de natuur te zijn en als eigenaars ook een goede relatie met hun pachtende landbouwers uit te bouwen. En daarna zijn in de adolescentie van Paul en Luk Kempynck de ideeën van eerst de oprichting in 1958 van de Volkshogeschool De Blankaart in het kasteel, later in 1962 het ruitercentrum De Rhille in hetzelfde dorp Woumen ontstaan en tot ontwikkeling gekomen. Met inbreng niet te vergeten van de zussen Betty en Ireen Daenen uit Heverlee, waar respectievelijk Paul en Luk intussen mee waren gehuwd.
Dit alles kon tot stand komen in de context van het idealisme van de periode van wederopbouw na Wereldoorlog 2 van de jaren ’50 in de vorige eeuw: het was in die tijd dat nieuwe ideëen rond volksopvoeding, maatschappij- en streekontwikkeling waren ontstaan, zeker ook in het intellectuele milieu van universiteit en hogeschool of mee geïnspireerd door praktijkvoorbeelden in naburige landen als Nederland, Denemarken en Duitsland. Naast de al aangehaalde thema’s is er natuurlijk ook het behoud, de bescherming en het open stellen van de natuur van De Blankaart, die toen zijn gestart. Samen met de pioniers van ‘Natuurpunt’ is het de familie Kempynck die de basis voor het intussen internationaal bekende natuurreservaat heeft weten te leggen.

 LEVENSVERHALEN 

De stap om een boek te schrijven over zijn eigen afkomst speelt al langer bij Stefaan Kempynck: “Als schrijver van levensverhalen leefde ik al vele jaren met het idee om de kroniek van mijn eigen afkomst neer te pennen. Ik had nu eenmaal in de loop van de tijd heel wat materiaal, dat mijn grootmoeder Eliane Verhaeghe, moeder van vader Paul, altijd had bijgehouden, verzameld. Mijn intentie werd ook nog versterkt omdat het verhaal van onze familie aan De Blankaart al door heel wat schrijvers en reporters op papier is gezet. De bekendste publicatie hierover is wellicht het boek ‘De Blankaart, mensenwil, mensenwerk: een verhaal van mensen voor natuur’ van Guido Vandenbroucke en Peter Bossu uit 2011. Maar ook dat was een verhaal, hoe goed ook, dat derden over ons brachten en niet uit onszelf voortkwam, in onze woorden en gedachten. En omdat al deze publicaties doorgaans maar gedeeltelijk ons familieverhaal brachten, wilde ik het nu eens op mijn eigen manier en zo volledig mogelijk op papier zetten.”    

‘De Blankaart: het verhaal van de familie Kempynck’
Hardcover, 224 blz., 200 historische foto’s kleur en zwart-wit.
Meer info en bestellen www.blankaartboek.be of blankaartboek@gmail.com.