Het overlijden van dichteres Patricia Lasoen (1948-2023) brengt het nieuw-realisme van
de jaren ’70 weer onder de aandacht. Deze ‘stroming’ in de Vlaamse poëzie
verzekerde zich in 1970 van een plaats in de literatuurgeschiedenis, toen Lionel
Deflo er een themanummer van Kreatief aan wijdde. Het nummer werd in
1972 ook als boek gepubliceerd (Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen: een
dokumentaire bloemlezing) en daarvan werden drie drukken gerealiseerd.
In het boek antwoordden elf dichters op vijf vragen van de hoofdredacteur. Onder hen ook Patricia Lasoen – zij was overigens de enige vrouw in de mannenclub.
‘Eén van de dichters, het weze dan een dichteres, die door haar eenvoudig
taalgebruik en haar fantasierijke kreativiteit zowat het meest aan mijn
opvattingen omtrent Zuidnederlands nieuw-realisme beantwoordt, is Patricia Lasoen,’
schreef Lionel Deflo. En ook: ‘Patricia Lasoens poëzie heeft inderdaad iets
sprookjesachtigs: het gedicht vertrekt veelal van een zakelijk, anekdotisch
gegeven, maar een bevreemdend feit of wonderlijk gebeuren onttrekt het plots
aan de realiteit en hult het in een irreële sfeer.’
Ook Paul Demets memoreert bij het overlijden van Patricia Lasoen de generatie van de nieuw-realisten, maar zelf herinnert hij zich haar vooral
als dichter van romantische poëzie.
Ik herinner me, zij het heel vaag, een uitzending van het legendarische
radioprogramma ‘Het vermoeden’ van en met Betty Melaerts. Patricia Lasoen was
te gast naar aanleiding van het verschijnen van de verzamelbundel Landschap
met roze hoed in 1981. Dat vermoed ik toch. Ik was nauwelijks achttien toen en het
zal wellicht de eerste keer zijn geweest dat literatuur me aan het radiotoestel kluisterde.
In 2007 verscheen een verzamelbundel van Lasoens werk, samengesteld en uitvoerig ingeleid door
Philip Hoorne (Trouw, rouw en andere feestelijkheden). Hoorne, Deflo en
ondertekende: misschien moet de gemeente Wevelgem maar eens aan Patricia Lasoen
denken als ze nog eens op zoek is naar meer vrouw op straat. Of naar de naam voor
een plein en dan niet tijdelijk voor één maand, maar voor altijd.
(c) Koen D'haene
Hun handen ruiken steeds
naar gist en naar verwelkte kamerplanten,
de natte stengel van de aster
in het slijmerige water.
Ze worden oud.
Hun nagels groeien hard als kalk
krom in de richting van hun graf.
Hun stemmen klinken nog frivool
bij het doorbladeren van
oude modemagazines;
wanneer de radio
een liedje uit hun meisjesjaren speelt
neuriën ze soms zachtjes mee.
(uit: Het souvenirswinkeltje van Lukas, 1972)
(foto Uitgeverij P)