Posts tonen met het label Nieuwe boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nieuwe boeken. Alle posts tonen

dinsdag 25 augustus 2026

Tegen het verdwijnen

Jet Marchau over 'Twee mensen worden' van Lies Gallez

Lies Gallez (Assebroek-Brugge, 1990) debuteerde met kortverhalen en poëzie in Vlaamse en Nederlandse tijdschriften. Na de verhalenbundel Het water vangen (2021) volgde in 2023 de poëziebundel Honger, heteronormativiteit & het heelal. Als ghostwriter van Veerle Hegge doorbrak ze het taboe rond anorexia op latere leeftijd in  De stem van mijn stilte (2025). Lies Gallez woont en werkt nu in Antwerpen, maar blijft Brugge in haar hart dragen. Letterlijk en figuurlijk.

In  haar debuutroman Twee mensen worden (2026 ) herkennen we de hunkering naar verbinding uit haar verhalenbundel  en de activistische toon van sommige gedichten. 

De roman wisselt tussen het heden en het verleden van de verteller Echo. De volwassen Echo keert terug naar het dorp (Doel) waar ze met haar moeder woonde. Het brengt bittere herinneringen terug aan haar kinder- en pubertijd. 

Haar vader verdween op zee, of  ‘naar de overkant’, (de stad), toen ze vier was. Het dorp moet plaats maken voor de uitbreiding van de haven, of voor een groot industrieterrein. De jonge Echo ziet het dorp leeglopen, maar haar moeder wil van geen wijken weten. Ze blijft wachten op vader: ‘Het huis dat moeder koste wat het kost wilde behouden was eigenlijk het enige wat moeder, vader en ik bijeenhield’.  In haar onmacht verkoopt moeder zich als prostitué en verdrinkt ze haar verdriet. De dertienjarige Echo zoekt haar op in bars en probeert zo veel mogelijk zelf te overleven, door haar schoolwerk én vooral door zich in te leven in de lessen van haar biologieleraar mijnheer Pernel. Maar moeder richt haar woede op haar jonge dochter: ‘De fles wordt een verlengstuk van zichzelf’.

 ‘Alcohol had haar taal opnieuw besmet’  En daar besmet ze  Echo mee: ‘Niemand zal ooit van je houden’.

Echo wordt doordrongen van die herhaalde woorden en draagt ze haar verdere leven mee.

In haar waanzin neemt moeder Echo mee naar de donkere kelder en snijdt ze haar in de arm: om te oefenen voor de pijn van later. Echo blijft de littekens letterlijk en figuurlijk houden.

Ook Echo wacht op haar vader en ze  geeft hem een eigen gezicht. Uiteindelijk  vindt ze een foto waarmee ze tegen beter weten in op zoek gaat, met de hulp van haar close vriendje Rinus.  Bij hem ervaart ze voor het eerst vriendschap en zelfs liefde.

‘We waren een klein eiland van twee mensen.’

Hij help haar bij haar zoektocht:

Wil je blijven zoeken?’

‘Tegen beter weten in zal ik hem altijd blijven zoeken. Als is het maar tussen alle gedachten en beelden in mijn eigen hoofd!’

‘Wat moet ik anders doen met de hoop die ik heb?’.

Het liefst zou Echo verdwijnen, in een compleet zwarte nacht ‘ die al wat moeilijk is vanzelf liet verdwijnen, als een goochelaar in een circus.

‘Mam’ riep ik het donker in. Het woord dat over het water strompelde werd een echo. En echo’s verdwijnen in een niets. Misschien had moeder me daarom deze naam gegeven.’

Dat Echo wil verdwijnen uit de hectische wereld, wordt ook duidelijk in het wisselende hoofdstukken over de volwassen Echo.

Echo, een biologe,  voelt zich vervreemd in de stad en in haar kantoorwerk: ‘Het voelde alsof ik twee mensen geworden was. Ik had mezelf een rol eigen gemaakt die spande steeds strakker om mijn lichaam, waardoor het leek alsof ik in ademnood kwam.

Ze besluit samen met enkele anderen een bos in de buurt van Antwerpen (of  Doel) te bezetten dat op het punt staat gekapt te worden om het nabijgelegen industrieterrein te vergroten.

Een flashback drong zich aan mij op:  naar de bezetting van het Lappersfortbos (2001-2003 en 2008-2009) in Assebroek, in het geboortedorp van Lies Gallez (en van mij).. Met hetzelfde resultaat…

L'Histoire se répète…

In die hoofdstukken lees je gedetailleerd  over de passie van Echo voor bomen: hun functie, hun ondergrondse netwerken en de bovengrondse verbinding van hun kruinen. In het bos zoekt ze de ‘moederboom’ die haar de veiligheid moet schenken die ze als puber bij haar eigen moeder niet vond.

Lies Gallez staaft haar stellingen  over het grote nut van de natuur en het bos in het bijzonder met veelvuldige verwijzingen naar wetenschappers en pseudowetenschappers. Hun namen vind je  achteraan in de roman..

Ik heb iedere zin, ieder woord gelezen, Lies Gallez heeft me zeker overtuigd, maar dat had ze niet zo uitgebreid hoeven te doen. Ik had vaak de neiging om over bepaalde pamflettaire  passages  heen te lezen..  des Guten zu viel...
De kans is heel reëel dat er hier uiteindelijk geskimd wordt. En alsof Lies Gallez dat ook wist, spreekt ze de lezer (of zichzelf?) erop aan: ‘ weet je nog?’ = wat die of die auteur daarover schrijft? Amper dus.

Ook daardoor, naast alle verwijzingen en herhalingen,  krijgen die volwassenhoofdstukken een sterk activistisch karakter.

Wel was ik onder de indruk van de vastgehouden parallellen tussen de hoofdstukken van de jonge en de volwassen Echo. Ieder hoofdstuk sluit af met een hint die in het volgende hoofdstuk uitgewerkt wordt.

Een voorbeeld: Pierre, de nieuwe, tijdelijke man van haar moeder, leest ‘De donkere kamer van Damocles’. In het volgende hoofdstuk zet bibliothecaresse Peggy, die de volwassen Echo steunt, een boek van Willem Frederik Hermans in de rekken.

En een allesbepalend parallel tussen de jonge en volwassen Echo:

Bij het noodgedwongen verlaten van het bos, daalt de volwassen Echo neer in een zelfgegraven put, dicht bij de wortels van de vermeende moederboom: ‘Misschien begint het nu, mijn eigen verdwijnen. Misschien is dat altijd mijn lot geweest.
Het thema van eenzaamheid en het zich vreemd voelen in de wereld wordt hiermee bevestigd.

‘Twee mensen worden’ is een intens boek, schrijnend wat er met de kleine Echo gebeurt, schrijnend ook wat er met de natuur gebeurt.   En een pamflet voor mede-activisten.

In boekenvriendschap, Jet

© Jet Marchau 

 


woensdag 24 juni 2026

Het jongetje dat bijen at - De voorstelling

  

 

Het jongetje dat bijen at.
 

Het mooie biografische boek van Gilbert Nyatanyi is al enkele weken uit maar het werd maandag laatst 22/6/2026 (op een veel te warme en broeierige zomeravond in juni) voorgesteld in het Egemse Buurthuis.

Egem is immers het thuisdorp van Gilbert sinds hij er op achtjarige leeftijd vanuit Rwanda terechtkwam en er opgroeide in het pleeggezin van Albert Debever en Irène Duyck.

Het CC Buurthuis was maandag helemaal volgelopen. Met vrienden, familie, bekenden en lezers! Een volle zaal voor de voorstelling van een boek, hoelang is dat niet geleden dat we dat nog konden meemaken. De avond werd ingeleid door de schepen van cultuur Heidi Lievrouw en ook uitgever Harald Polis deelde namens Uitgeverij Otheo zijn eerste leeservaringen met het typoscript van 'Het jongetje dat bijen at'.

Gilbert is, zo blijkt, ook na al die jaren nog altijd meer dan sant in eigen dorp. Dat het niet vanzelfsprekend was om in een totaal andere wereld terecht te komen – geprangd tussen twee werelden, een Rwandese en een West-Vlaamse – lees je uitgebreid in het biografische boek. Dat hoorde je maandagavond ook aan zijn soms laconieke en soms ook stoïcijnse antwoorden in het interview dat Dominique Coopman met hem had.

Gelukkig werd er in het gesprek niet lang stilgestaan bij de legendarische sketch “Rute 98” (“kjèrekewere!”) waarmee “Gilberke” wereldberoemd werd in Vlaanderen. Gilbert Nyatanyi is wat ons betreft al lang genoeg “geframed” met dit televisiefragment. 

Dat Gilbert meer is, véél meer dan dat bewijst hij immers uitgebreid met het poëtische “Het jongetje dat bijen at”. Het boek verdient lezers bij de vleet!

 

© Paul Rigolle


Harald Polis leidt in!
 
Interview met Dominique Coopman


Ook signeren hoort er bij!

En kijk wie we daar hebben, ook ondergetekende
houdt zijn bijen bij!

 


zondag 21 juni 2026

Voorstelling 'Zwermkoorts' van Kristien Dieltiens in Beernem

Kristien Dieltiens leest voor uit 'Zwermkoorts'

Gisterenvoormiddag zaterdag 20/6/2026 werd in haar thuisdorp Beernem, waar ze sinds 1995 woont , ‘Zwermkoorts’ het nieuwe boek van – laat ik maar ’s wat literaire superlatieven bovenhalen -  de begenadigde rasschrijfster Kristien Dieltiens voorgesteld. Het boek, dat uitgegeven werd, en wordt, door Borgerhoff & Lamberigts werd eerder ook al in Gent op 28 mei op het adres van de uitgeverij officieel op de wereld gezet. Toen ging de auteur voor de gelegenheid in dialoog met de decaan van de Gentse Unief, professor Ann Buysse.

In een broeierige tent op het prachtige vakantiedomein ‘Goed van den Bogaerde’ aan de Noenstraat waar van 19/6 tot en met donderdag 25/6 ook de expo “Kunst in ’t Goed” doorgaat trakteerde Kristien Dieltiens ons gisteren op een inleiding op haar boek die op veel momenten op een verfijnde persoonlijke causerie ging lijken.
Maar eerst ging de Beernemse schepen van cultuur Patricia Waerniers in op de warme persoonlijkheid van de auteur en gebruikte daarbij het Hebreeuwse hartverwarmende woord “Tov” wat ongeveer hetzelfde betekent als het Nederlandse equivalent maar nog meer dimensies heeft.

Met ‘Zwermkoorts’ is Kristien Dieltiens ondertussen al haar 106° boek toe. Een vaststelling waarbij je onwillekeurig met de ogen gaat knipperen. Honderd en zes boeken! Wat een schrijfster (en illustrator) is die Dieltiens. Maar ondertussen kennen we haar ook van haar intense boeken voor volwassenen. ‘Kelderkind’ uit 2012 dat ondertussen recent heruitgegeven werd onder de titel ‘Kelderkinderen’ leidde haar schrijven voor volwassen in. Maar vooral het bejubelde ‘Carlota, de vrouw die rozen at’ uit 2023 bevestigde haar internationale auteursstatus.

In haar inleiding op ‘Zwermkoorts’ gaf Kristien Dieltiens ons mee dat het boek lange tijd ‘Darrenslacht’, een ander intrigerend fenomeen uit de bijenwereld, als werktitel droeg. De wereld van de bijen is immers samen met de roadtrip die ze helemaal in Trumpland, in de Zuidelijke staten van de VS maakte, aangevuld met haar fascinatie voor gevaarlijke moeders die aan het ‘Munchausen by proxy-syndroom’ lijden een grote inspiratie gebleken voor dit boek. ‘Zwermkoorts’ is immers het  boek waarbij Dieltiens zich als schrijfster nooit eerder zo “naakt” en kwetsbaar heeft opgesteld. Het boek speelt zich af in een totaal door haar verzonnen wereld. Vroeger functioneerde de historische achtergrond in haar verhalen als een dekentje waarachter ze zich kon schuilhouden. Dit keer heeft ze het voor haar veilige pad verlaten. Het maakt dat ‘Zwermkoorts’ absoluut een boek is dat we moeten gaan lezen.

Het VWS-Cahier (van de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers) van de hand van Jet Marchau verscheen in 2012 en in 2018 ontving ze de VWS-prijs. Meer info via Dun lied, donkere draad de VWS-blog.

De kunstexpo ‘Kunst in ’t Goed’ loopt nog tot en met donderdag 25/6 e.k.

© Paul Rigolle

Extern:
Het Vws-cahier uit 2011:
Jet MARCHAU, Kristien Dieltiens, VWS-cahiers nr. 264, 2011.

Vakantiehuis 'Goed van den Bogaerde'

In de expo 'Kunst in 't Goed' is ook plastisch werk van Kristien Dieltiens
te zien! Alleen dit gegeven maakt de expo al de moeite waard. 
Kunst in 't Goed op Instagram

Facebook-bericht van zo 21/6/2026


Kriestien Dieltiens in de Expo





Jet Marchau met Kristien Dieltiens


Schepen Patricia Waerniers