Posts tonen met het label Paul Rigolle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul Rigolle. Alle posts tonen

woensdag 24 juni 2026

Het jongetje dat bijen at - De voorstelling

  

 

Het jongetje dat bijen at.
 

Het mooie biografische boek van Gilbert Nyatanyi is al enkele weken uit maar het werd maandag laatst 22/6/2026 (op een veel te warme en broeierige zomeravond in juni) voorgesteld in het Egemse Buurthuis.

Egem is immers het thuisdorp van Gilbert sinds hij er op achtjarige leeftijd vanuit Rwanda terechtkwam en er opgroeide in het pleeggezin van Albert Debever en Irène Duyck.

Het CC Buurthuis was maandag helemaal volgelopen. Met vrienden, familie, bekenden en lezers! Een volle zaal voor de voorstelling van een boek, hoelang is dat niet geleden dat we dat nog konden meemaken. De avond werd ingeleid door de schepen van cultuur Heidi Lievrouw en ook uitgever Harald Polis deelde namens Uitgeverij Otheo zijn eerste leeservaringen met het typoscript van 'Het jongetje dat bijen at'.

Gilbert is, zo blijkt, ook na al die jaren nog altijd meer dan sant in eigen dorp. Dat het niet vanzelfsprekend was om in een totaal andere wereld terecht te komen – geprangd tussen twee werelden, een Rwandese en een West-Vlaamse – lees je uitgebreid in het biografische boek. Dat hoorde je maandagavond ook aan zijn soms laconieke en soms ook stoïcijnse antwoorden in het interview dat Dominique Coopman met hem had.

Gelukkig werd er in het gesprek niet lang stilgestaan bij de legendarische sketch “Rute 98” (“kjèrekewere!”) waarmee “Gilberke” wereldberoemd werd in Vlaanderen. Gilbert Nyatanyi is wat ons betreft al lang genoeg “geframed” met dit televisiefragment. 

Dat Gilbert meer is, véél meer dan dat bewijst hij immers uitgebreid met het poëtische “Het jongetje dat bijen at”. Het boek verdient lezers bij de vleet!

 

© Paul Rigolle


Harald Polis leidt in!
 
Interview met Dominique Coopman


Ook signeren hoort er bij!

En kijk wie we daar hebben, ook ondergetekende
houdt zijn bijen bij!

 


maandag 24 november 2025

'Jaarwerk MMXXV' - Het jaarboek over 2025 van de VWS is verschenen!

Kaftontwerp Renaat Ramon - Redactie Koen D'Haene 
en Paul Rigolle  

 


De inhoud van het jaarboek over 2025 
'Jaarwerk MMXXV'

"Voor al wie van boeken en lezen houdt"

* Woord vooraf - Paul Rigolle

* De vloek is gans het volk - Gastcolumn Geert Six

* De zachte kracht van Lara Taveirne 
   Lara Taveirne wint VWS-prijs 2025 - Marieke de Maré

* De dwang om rechtop te staan - Zes West-Vlaamse dichters - Alain  Delmotte

* Een drilboor naar de duistere drijfveren van het menselijk handelen 
Gaston Duribreux’ Tussen duivel en diepzee onder de loep - Stefaan Pennynck

* Strijd voor vrijheid - Over de dichter Kamiel Top - Kathelyn Vervarcke

* Op de toppen van de kunst - 20 jaar lente:  ART 04  en  Toverberg - Renaat Ramon

* Piëdestal - Het mooiste van West-Vlaamse schrijvers dat wij lazen Koen D’haene en Paul Rigolle - Met bijdragen van Dominique Albert Lietaer, Femke Vindevogel, Frederik De Laere, Jonas Bruyneel, Martine Vandermaes, Philippe Cailliau, Jan Stoel en Pierrette Coffrée.

* 10 jaar Jaarwerk - Overzicht en register 2014-2024 - Koen D’haene

* Over de medewerkers aan dit jaarboek


De toespraak van mede-eindredacteur Paul Rigolle bij de voorstelling op vrijdag 21 November 2025.

Goeie avond beste vrienden van het boek en van de literatuur, vrienden van de VWS en van het leven tout court. Goeie avond ook Lara, die we hier straks uitgebreid mogen fêteren en die –
ik benijd haar nu al - hier vandaan zal gaan met alweer een prachtige trofee van ons aller Renaat Ramon. Welkom dus! Vanavond heb ik namens het bestuur het genoegen om jullie het nieuwe jaarboek voor 2025 voor te stellen. We zijn na het tienjarig lustrum ondertussen aan de elfde editie toe. Het blijft snel gaan in het leven, en in de literatuur.

Alweer hebben we met de maand november het schemerlicht van het jaar bereikt. Een uitstekend moment om jullie ‘Jaarwerk MMXXV’ voor te leggen. Voor al wie van boeken en van lezen houdt! Ook dit Jaarboek bevat voor elk wat wils. De taal kent immers veel vormen en verscheidenheid en daarvan brengt elk VWS-jaarboek graag verslag uit. Het zijn ondertussen, dat weten en beseffen we met zijn allen, moeilijke en knellende tijden geworden. Op veel plaatsen staat de wereld in brand. En waar het niet brandt slaat vaker dan ons lief is de moedeloosheid toe. Het belet niet dat we met de VWS blijven geloven dat ook dit prangend tijdsgewricht niet zonder de creatieve inbreng kan van zij die lezen en schrijven. Als verweermiddel. Als soelaas. Als troost.

Dat beseft ook onze gastcolumnist Geert Six die met zijn column ‘De vloek is gans het volk’ het jaarboek opent. Over de taal die de zijne, en ook de onze is, zegt hij: “Ze schrijft zich in in het hier en nu, ze zegt altijd iets over deze tijd. Dat is zelfs een uitgangspunt. Ze reflecteert over de huidige gang van zaken. Dat is meestal geen mooi portret. De wereld is tegenwoordig een lelijke real life show geworden… 
De realiteit meandert inderdaad altijd mee in wat we schrijven.

‘Toekomst is een lastig woord geworden’ citeert Alain Delmotte, ook al in de teneur van de tijd, de dichteres Siel Verhanneman. In zijn stuk met als titel ‘De dwang om rechtop te staan’ bespreekt hij samen met haar nieuwste dichtbundel ook de boeiende recente poëzie van vijf andere vrouwelijke West-Vlaamse dichters. Het zijn Ludwien Veranneman, Lieve Desmet, Hanna Kirsten, Astrid Haerens en Myriem El-Kaddouri die net als Siel Verhanneman vol woordverve nieuw werk presenteerden. Alleen al om deze indringende bijdrage van Alain Delmotte mag elke lezer die van poëzie houdt dit jaarboek niet missen.

Voor 2025 gaat de VWS-prijs naar niemand minder dan Lara Taveirne. Collega Marieke de Maré met wie ze nog dit voorjaar de verhalenbundel ‘Het glinstert’ publiceerde schrijft het laudatio. In ‘De zachte kracht van Lara Taveirne’ peilt ze onder meer naar het vermogen van onze laureaat om van rauw verlies een verhaal te maken dat anderen optilt. En dat is een reden om te vieren!

In elk jaarboek mogen enkele bijdragen over ons rijke literaire erfgoed niet ontbreken. Kathelyn Vervarcke heeft er een missie van gemaakt om vergeten verhalen uit de rafelranden van de geschiedenis te halen. In ‘Strijd voor vrijheid’ staat ze stil bij leven en werk van de vergeten dichter Kamiel Top die op 21-jarige leeftijd in 1945 omkwam in het concentratiekamp van Flossenburg.

Een tweede erfgoedbijdrage is van de hand van Stefaan Pennynck. Hij neemt in zijn artikel ‘Een drilboor naar de duistere drijfveren van het menselijk handelen’ nog ‘s de bekende roman van Gaston Duribreux ‘Tussen duivel en diepzee’ onder de loep. De roman uit 1953 voldoet volledig aan het kenmerk van goeie literatuur: write local, think global.

Renaat Ramon zorgt op zijn beurt voor een intrigerende bijdrage met als titel  ‘Op de toppen van de kunst. Met als noemer ’20 jaar lente’ zoomt hij in op de verdienstelijke tijdschriften ART04 en Toverberg.


Ook dit jaarboek kan niet zonder de rubriek Piëdestal. Daarin peilen Koen D’Haene en ikzelf naar het mooiste van West-Vlaamse schrijvers dat andere schrijvers en lezers lazen en schreven. De welluidende stemmen in deze rubriek vormen dit jaar een ware keurtroep die bestaat uit: Dominique Albert Lietaer, Femke Vindevogel, Frederik De Laere, Jonas Bruyneel, Martine Vandermaes, Philippe Cailliau, Jan Stoel en Pierrette COffrée.

Tot slot vonden we het passend om in dit elfde jaarboek terug te blikken op de voorbije tien jaar en besluiten dit jaarboek met de inhoudstafel van de tien eerste jaarboeken.
Ik wens jullie samen met het voltallige bestuur alvast veel leesgenot met ‘Jaarwerk MMXXV’. En volgend jaar zijn we er bij leven en welzijn opnieuw!


Paul Rigolle,
Co-eindredacteur.

Brugge, Vrijdag 21 November 2025.


Meer info over het Jaarboek 2025 en het Lidmaatschap van de VWS:




woensdag 26 maart 2025

'Het omber en het oker': nieuwe dichtbundel van Paul Rigolle

Op zondag 23 maart stelde dichter Paul Rigolle in Brugge zijn nieuwe poëziebundel Het omber en het oker voor.

Paul houdt al zowat een halve eeuw de dingen en de dagen bij. Sinds vele jaren is hij bestuurslid van de VWS en mederedacteur van Jaarwerk, het literaire jaarboek van de vereniging. Maar Paul doet nog veel meer. Hij vult dozen met schrijfsels en notities en rapporteert en registreert literaire gebeurtenissen op literaire blogs en sociale media. Er is weinig dat hij niet ziet, niet hoort, niet leest en niet schrijft.

Vaak zijn er gedichten, soms een nieuwe bundel. Paul's nieuwste bundel Het omber en het oker (uitgeverij P.) kreeg een fijne voorstelling in de Brugse Snuffel. Er was heel veel volk afgezakt naar de stille Brugse binnenstad. Tania Verhelst leidde de bundel in, Paul vertelde over zijn gedachten en gedichten in dialoog met Edward Hoornaert en las en signeerde er vervolgens op los. De warme jazz- en diepe bluestonen van 'The Caravan Juke Joint Band' maakten de literaire morgen compleet.
Maar de meeste aandacht moet naar de nieuwe bundel gaan. Hieronder lees je de integrale tekst van de inleiding van dichter Tania Verhelst. Je krijgt meteen een kleine bloemlezing uit de bundel.

" Paul Rigolle vroeg mij zijn bundel in te leiden. Ik zal dat doen aan de hand – hoe anders – van zijn gedichten. Ik ga er geen grote analyses op los laten, dat laat ik over aan de schriftgeleerden, maar vooral die gedichten uitkiezen die ik mooi vind, die mij raken en u laten meegenieten.

Wat mij opviel: Paul Rigolle is een man die kijkt. Hij kijkt naar dingen, mensen en onderzoekt dat kijken in zijn taal.
In 'Jaagpad' klinkt

Trage wegen dragen ons als leestekens
in het landschap. Even halt te houden,
even een punt te zetten.

In enkele beelden vangt hij een wereld. Een wereld die voorbij is, of een wereld die zich in al zijn intimiteit toont.
Zo zegt hij in het gedicht met als titel 'Interieur':

Badend in het
avondlicht plooit het huis ons open,
leest ons gulzig bij elkaar.

Zelfs geluiden worden zichtbaar gemaakt:

Een torenklok morst met klanken, veegt ons de mantel uit
 ('De tocht van Fibonacci').

Ook het gedicht 'Knipmes' begint met een observatie:

Er stond een torenkraan als een knipmes
boven de stad

Het is een in memoriam gedicht voor iemand die ook door kijken bezeten was, een fotografe.
Het eindigt met:

Vereeuwigd hoeven we niet te worden.
Eén ogenblik lang het licht vast te mogen
houden in de blik van mensen, kan volstaan.

En weten dat wat bij de gratie
van het beeld wordt vastgelegd,
ons al zoveel langer voor ogen staat.

Die gratie van dat ene ogenblik vat hij ook in de act van de wielrenner:

Stuur, asfalt, spieren, oog. Alles afgestemd!
De weg die klimt sloopt wat je voor het laatst
had opgespaard. Het leven hier heeft aan zichzelf
genoeg. Een intens geluk is het om voor eeuwig
en een dag in dit decor een figurant te mogen zijn.

Wat wil je dan met al dat kijken? Misschien klinkt iets van een antwoord in het gedicht ‘Atelier’:

Van de verf de gedaante. In staat tot veel,
bereid tot alles. En alleen, tot op het laatst
alleen met een penseel van varkenshaar
dat op het linnen van de wereld
niets dan wonden hechten wil.

Hij kijkt naar de wereld en laat de wereld naar hem kijken. En soms lijkt zijn perspectief open te barsten in een ander perspectief.
De dichter plaatst ook vraagtekens bij dit hier en nu. In vele gedichten laat hij een andere werkelijkheid om de hoek kijken. Of in een denkbeeldige toekomst kijkt hij naar een denkbeeldig verleden. Daarbij is de ik-figuur oud, ouder dan de geschiedenis van een mens. Wat te denken van de perspectieven in het volgende gedicht

Evenaar

Elke kier en kamer ken ik, elke vezel
van dit huis. Niet eens zeker of ik
wakker ben of waak herinneren zich
in mij de diepste tijden.

Zoals het dier zichzelf herhaalt, opnieuw
in holtes woont, zich opricht plots
en rechtop gaat lopen verdwijn ik naar waar
ik al jaren werk en woon en schrijf.

En wij beiden als zon en maan, ooit bevriest
ons beeld. Ooit vindt men ons nog wel ‘s
in de boeken van een uitgestorven soort terug:

exemplarisch, rond een tafel geschaard
als aan de beide zijden van een evenaar.

En natuurlijk gaat het om meer dan kijken. Kijken is ook maar een excuus om te zien wat je niet kunt zien. In respijt komen vele thema’s samen. liefde, vergankelijkheid, ouder worden, tijd, zorg, maar dan veel mooier verwoord dan deze grote woorden dat kunnen:

Respijt

Veel rest er het slome, vermoeide lichaam niet.
Op dagen als vandaag legt het zich met zorg
en zonder aarzelen onder jouw handen
en het gestreel van hun vingertoppen neer.

Dit is een dag die niet veel van het leven vraagt.
Weinig om het lijf en tot zachtheid voorbestemd
haal ik adem in een huis dat ons tot schuilplaats dient.
Buiten trekken vrachtboten lijnen in het kanaal.

Af en toe lijkt het alsof je een misthoorn hoort.
Een thuiskomst zonder huis, een bed zonder dons
of lakens, het lieve leven verscheurt ons bij elkaar.
Respijt, dat pas, is een woord waarvan ik hou.

En tot slot lees ik het titelgedicht waar alles samenkomt: schilderen, schrijven, lezen, dankbaar zijn om zoveel leven

Het omber en het oker
'don't be afraid of the dark'
The Robert Cray band.

Zoveel dagen zijn er, zoveel nachten
waarop ik niet meer weet hoe, of waar
ik de bergen wil. Er is het blauw waarbij ik
aarzel of ik naar de hemel ga. Er zijn
het omber en het oker, het geel uit Napels.

Er is het schreeuwen van het rood. Wit
dat blind en stom aan al mijn handen likt.
En toch ben ik het niet. Op hun ovaal
ben ik de menger niet, de kleuren mengen mij.
De spiegel maakt geen bezwaar dat ik

in hem mijn ogen doe. En de huizen,
de huizen weten best dat ik in hen
geen wanhoop, geen angst voor het donker wil,
als ik hen met zorg tussen de sneldrogende
heuvels van hun keuze schuif.

"

Het omber en het oker van Paul Rigolle verscheen bij Uitgeverij P.

(Verslag: Koen D'haene)