Posts tonen met het label Proza. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Proza. Alle posts tonen

woensdag 19 augustus 2026

Tussen moeten en mogen

Tussen moeten en mogen (april 2026) is het debuut van Tine Claeys (°Wingene, 1983).



Voor haar roman vond Tine inspiratie in het familiearchief, en vooral in het leven van haar overgrootmoeder Emma tijdens het interbellum. We lezen over het huwelijk en het wedervaren van  Emma en Cosmas (zoals haar echtgenoot in de roman wordt genoemd) en over het vertrek  van de fictieve zus Alice een week voor het haar eigen opgelegde huwelijk.

In tegenstelling tot Emma ontvlucht Alice de bekrompenheid van het platteland (Zwevezele). Het doel is in te schepen naar het beloftevolle Amerika, maar vanwege een oogprobleem geraakt ze niet op de boot.

Na wat rondzwerven in Antwerpen, komt ze uiteindelijk in een herenhuis terecht, als kompaan van het dienstmeisje Anna.

In de roman vullen realiteit en fictie elkaar aan. De reële belevenissen  van de honkvaste en traditie getrouwe  Emma  op het platteland staan in sterk contrast met het gedrag van de (fictieve) zus Alice in de fascinerende,  groeiende stad Antwerpen.

Dit contrast wordt duidelijk in de brieven die Emma aan Alice schrijft. Alice schrijft weinig terug, deels omdat ze het onbegrip van haar zus vreest, deels omdat ze niet wil ingaan op haar vraag om terug te komen.

 

Terwijl Alice zich in Antwerpen moet aanpassen aan het nog traditioneel burgerlijk milieu met ‘madame’ als strenge heerseres binnenshuis- zoekt ze ook haar weg in de showwereld en revues.

Samen met Anna wandelt ze op hun zeldzame vrije namiddag langs de herenhuizen, de opkomende winkels, de haven, bekijken ze films, ervaren zij- en wij-  de orkestmuziek bij  de stomme film , horen en zien ze van buitenaf hoe de wereldtentoonstelling van 1930 opgebouwd wordt. De charleston en jazz klinken op de achtergrond.

Onverwacht belandt ze in de Hippodroomgezelschap van Rik Santen- begin 19e eeuw bekend als  theatermaker en revuezanger. Dat betekent voor haar een beslissende stap naar de vrijheid. Ook aan de seksuele vrijheid kan ze niet weerstaan, haar tegenstribbelend geweten legt ze het zwijgen op.

De titel is over de hele lijn duidelijk: wat moet, wat mag?

 

Tine Claeys volgt alle belevenissen en gebeurtenissen jaar na jaar, van 1927 tot 1934, tot ook de eerste tekenen van jodenhaat zich in Antwerpen laten voelen en de gemoederen verdeeld worden. Dan moet Alice besluiten: terug naar het veilige, maar weinig geëvolueerde platteland? En waar naartoe dan?

 

Historisch gezien is dit een bijzonder interessante roman, zeer gedocumenteerd (zie de indrukwekkende bronvermelding), en met een levendig  uitgebreid beschreven tijdsbeeld  Dit gedetailleerde schrijven vraagt geduld om te blijven volgen, soms zou beperking de roman nog leesbaarder maken. ‘Too much of a good thing-‘ als roman misschien, , maar filmisch met veel mogelijkheden! 

 

In boekenvriendschap, Jet

 

© Jet Marchau

 

Tussen moeten en mogen, Tine Claeys, 2026, Uitgeverij Bibliodroom


vrijdag 26 juni 2026

Vrouwen van het verlangen

Aantekeningen van Jet Marchau over Erosie van Astrid Haerens


Erosie
(2026) is, na de roman Stadspanters (2017), en na haar bekroonde  poëziebundel Oerhert (2022), de tweede roman van Astrid Haerens (Zwevegem, 1989).

Om maar meteen in huis te vallen: Ik heb de roman twee keer gelezen.

Een eerste keer vol bewondering voor haar poëtische taal, en nieuwsgierig naar het experimenteren met bladspiegels en de muziek die achter de speciale interventies van de O-o-klank zaten. Waren ze louter als commentaar op haar woorden bedoeld, of kon ik er een melodie uit halen?

En een tweede keer: een beetje uit onvrede. Zat er een definitieve ommekeer in de evolutie in van de hoofdpersoon Helle? En waar dan?

Ik verklaar me nader: de korte inhoud:

Helle en Alma zijn van in hun kindertijd hartsvriendinnen; Helle (de schrijvende ‘ik’) is een introverte, onzekere persoon, die evolueert tot een internationaal succesvolle kunstenaar. Ze is ook een jutter, een verzamelaar van onder andere  stenen, die ze verwerkt in haar schilderijen.

De extraverte Alma omarmt uitbundig het leven, waar ze ook Helle probeert in te betrekken. Zij groeit uit tot een succesvolle fotografe.

De vriendschap tussen de twee is heel hecht, op het randje af van een liefdesrelatie. Ze genieten van hun exclusieve samenzijn, van mekaars lichaam, en Helle, die nooit iemand in de ogen kijkt, laat toe dat Alma haar bekijkt en honderden foto’s van haar maakt.

Ze beloven elkaar dat ze samen hun leven zullen uitbouwen, nooit gaan trouwen, nooit kinderen krijgen, niet worden als hun ouders.

Ze dromen over hoe ze hun toekomstige leven samen. Waar, welk huis, hoe ze de dagen zullen vullen etc.

Alma, fluisterde ik, wij zullen altijd vrouwen van het verlangen blijven’. Die typische pubergedachte blijft duren, tot Alma toch plots, na jaren, dan zijn ze al dertigers, hun allesoverheersende contact verbreekt.

Helle begrijpt er niets van: ‘naast onze vriendschap was mijn werk het enige waaraan ik nooit had getwijfeld’.

Ze  valt in een donker gat, probeert zich recht te houden door te experimenteren met nieuwe vrienden en geliefden, door zich volledig op haar kunst te werpen, tot ze opgebrand is volgens de dokter en niets nog zin heeft. Een totale burn-out.

Ze vlucht naar een weinig gekend Duits waddeneiland:

Het niet-weten begon me op te jagen als een dier’.

Daar gaat ze, op het zeggen van de oudere wijze eilandvrouw Hetty, op zoek naar helende barnsteen, ‘ de opgedroogde tranen van de Heliaden..’ ‘Afstand geeft inzicht’ zegt Hetty.

Erosie, ook al zit ‘eros’ erin verborgen, meer nog vind ik in het woord de geleidelijke ‘slijtage’ van de vriendschapsrelatie én de evolutie, de transformatie van Helle. Water, wind en haar gebogen zoektocht naar stenen eroderen haar genadeloze zoektocht naar het ‘waarom?’.

Net zoals de stenen in het motto van Maguerite Yourcenar vooraan, bevindt Helle zich op een kruising van ‘snijdende lijnen’ die in het oneindige verdwijnen, vanuit een knooppunt van krachten die te onvoorspelbaar zijn om te meten en die wij onhandig als geluk, toeval of noodlot bestempelen.

Die onvoorspelbaarheid probeert Helle net te begrijpen.

Dat doet ze in gedachten in fictieve (soms reële) brieven aan Alma.

Ze stalkt haar met emails en telefoontjes, tot Alma laat weten: ‘Ik wou dat ik het beter uit kon leggen, maar ik ben er niet klaar voor. Hier stopt het. Het ga je goed.

Helles verhaal wisselt tussen (chronologische) flashbacks en haar verblijf en zoektochten op het eiland. Heel poëtisch, ook in korte zinnen en  klanken verwoord.

Ik kon me volledig inleven in de hechtheid van de, gedeeltelijk herkenbare, vriendschapsrelatie, maar, bij de tweede lezing merkte ik de hints die de ommekeer voorspelden en groeide het besef: Helle is een verhalenvertelster. Haar herinneringen zijn ingekleurd. Ook Helle beseft dit: ’hoe ouder ik word, hoe minder ik weet wat herinnering, wat verbeelding is’. En: ‘Ik verzin, verzin opnieuw. Ik herhaal. Ik hou vast. Hoe ging het verhaal? Wanneer begon het einde?’

Zo is Erosie ook een roman over een gekleurde vriendschap, waarover ik  nooit eerder zo intens las.

Hoewel, naar het einde toe, merkte ik dat ik sneller en sneller over de (hoewel prachtige) beschrijvingen heen las. ‘Trop’ was’trop’.

En net als ik dacht: dit is het keerpunt, ze komt er, ze krijgt weer zin in het leven en in haar kunstwerken, komt er toch nog een terugval, de twijfel. Dit kan, er blijft altijd een wrang gevoel achter bij een zo heftig verlies,  maar ik haakte af bij teveel uitgespitte herhaling.

Toch blijft ook voor mij EROSIE, een bijzonder intense, poëtisch verwoorde roman over een verterende vriendschap. En voor velen wellicht over hier en daar herkenbare gevoelens. 

In boekenvriendschap, 

© Jet Marchau.

Deze tekst verscheen ook op 'De Schaal van Digther'.

www.astridhaerens.be


woensdag 24 juni 2026

Het jongetje dat bijen at - De voorstelling

  

 

Het jongetje dat bijen at.
 

Het mooie biografische boek van Gilbert Nyatanyi is al enkele weken uit maar het werd maandag laatst 22/6/2026 (op een veel te warme en broeierige zomeravond in juni) voorgesteld in het Egemse Buurthuis.

Egem is immers het thuisdorp van Gilbert sinds hij er op achtjarige leeftijd vanuit Rwanda terechtkwam en er opgroeide in het pleeggezin van Albert Debever en Irène Duyck.

Het CC Buurthuis was maandag helemaal volgelopen. Met vrienden, familie, bekenden en lezers! Een volle zaal voor de voorstelling van een boek, hoelang is dat niet geleden dat we dat nog konden meemaken. De avond werd ingeleid door de schepen van cultuur Heidi Lievrouw en ook uitgever Harald Polis deelde namens Uitgeverij Otheo zijn eerste leeservaringen met het typoscript van 'Het jongetje dat bijen at'.

Gilbert is, zo blijkt, ook na al die jaren nog altijd meer dan sant in eigen dorp. Dat het niet vanzelfsprekend was om in een totaal andere wereld terecht te komen – geprangd tussen twee werelden, een Rwandese en een West-Vlaamse – lees je uitgebreid in het biografische boek. Dat hoorde je maandagavond ook aan zijn soms laconieke en soms ook stoïcijnse antwoorden in het interview dat Dominique Coopman met hem had.

Gelukkig werd er in het gesprek niet lang stilgestaan bij de legendarische sketch “Rute 98” (“kjèrekewere!”) waarmee “Gilberke” wereldberoemd werd in Vlaanderen. Gilbert Nyatanyi is wat ons betreft al lang genoeg “geframed” met dit televisiefragment. 

Dat Gilbert meer is, véél meer dan dat bewijst hij immers uitgebreid met het poëtische “Het jongetje dat bijen at”. Het boek verdient lezers bij de vleet!

 

© Paul Rigolle


Harald Polis leidt in!
 
Interview met Dominique Coopman


Ook signeren hoort er bij!

En kijk wie we daar hebben, ook ondergetekende
houdt zijn bijen bij!