Posts tonen met het label 2022. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2022. Alle posts tonen

vrijdag 30 december 2022

Willy Spillebeen wordt negentig

De vele gezichten en facetten van Willy Spillebeen
Compilatie 'de Vele Gezichten van WS'-Paul Rigolle

Vandaag wordt Willy Spillebeen, sinds meer dan zestig jaar actief en gewaardeerd als auteur en dichter negentig (90!) jaar. Dat mag, én moet uiteraard uitgebreid gevierd! Vandaag zal dat wellicht nog wat in beperkte en familiale kring gebeuren. Op vrijdag 20 januari 2023 wordt de auteur dan weer met een publieke voorstelling van een nieuwe dichtbundel gefêteerd in Menen waar hij sinds jaar en dag woont. Ook bij de VWS houden we er aan om Willy vandaag de allerbeste gelukwensen aan te bieden.

Willy Spillebeen werd geboren in Westrozebeke op 30/12/1932 en schreef, sinds hij in 1959 (!)  debuteerde met de dichtbundel de Spiraal, tal van beklijvende romans, gedichten en essay’s. Ook tekende hij voor een pak vertalingen met onder meer de poëzie van Neruda en ‘Uilenspiegel’ en ‘Vlaamse legenden’ van Charles De Coster. Spillebeen mag gezien de omvang en de verscheidenheid van zijn werk een auteur met tal van gezichten en facetten genoemd worden. Persoonlijk werden we in onze jeugd erg aangesproken door zijn licht-experimentele roman ‘Steen des Aanstoots – Naar een zevende dag’ uit 1971 waarin hij bewees hoe literatuur in Vlaanderen vooraan de jaren zeventig - een kompleet andere tijd dan we die nu kennen - ook kon zijn.

In 2016 werd hem door de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers waarvan ik graag bestuurslid ben de VWS-prijs voor 2016 toegekend. Jooris Van Hulle schreef toen in 'Jaarwerk MMXVI' (het jaarboek voor 2016) in zijn bijdrage "Schrijvend die taal toch verstaan" onder meer:

"De auteur (Willy Spillebeen) laat er geen twijfel over bestaan: 'Een verhaal over feiten is aantrekkelijker dan een feitenrelaas; in een verhaal kan je veel meer kwijt over de innerlijke of uiterlijke drijfveren van mensen; kijken naar de werkelijkheid in een vervormende, verhevigende spiegel is meestal verrassender en boeiender dan ze als grijze werkelijkheid mee te maken. Zou dat boeiende, intrigerende perspectieven openende, vragen stellende niet eigen moeten zijn aan kunst? Eindigen met een vraagteken. Zo hoort het.'

Op vrijdag 20 januari 2023 wordt vanaf 19 u in studio De Steiger in Menen 'Pigment van een bestaan' voorgesteld, een nieuwe dichtbundel van Willy Spillebeen. Het belooft alweer een zeer boeiende voorstelling te worden met medewerking van navolgend literair keurkorps: Jeroen Spillebeen, Micheline Delaere, Jooris van Hulle, Yerna Van den Driessche, Paul Demets, Griet Vanryckegem, Jean-Pierre Rosseel en Jan Van Herreweghe.

De avond is een organisatie van Bibliotheek Menen, Davidsfonds Menen en de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers.


Wikipedia-pagina Willy Spillebeen
Willy Spillebeen - Auteursfiche op Schrijversgewijs
Voorstelling 'Pigment van een bestaan' op 20/1/2023 in Menen

Tekst: Paul Rigolle

Willy Spillebeen in 2012 toen hij in Menen gevierd werd bij zijn tachtigste verjaardag.


dinsdag 6 december 2022

Een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt. Wagenwijd of op een kier!

Hommage-toespraak voor Bart Vonck, laureaat van de VWS-prijs 2022, door Alain Delmotte.

Dames en heren,

Wie er de laureatenlijst van de de VWS prijs op naleest zal merken dat deze prijs grotendeels als een oeuvreprijs bedoeld is, ook al is het oeuvre nog niet helemaal afgerond en kan er nog veel van verwacht worden. Zo is dit eveneens het geval met de huidige laureaat Bart Vonck.

Zijn oeuvre valt in drie delen uit. Er zijn zijn dichtbundels, de talrijke vertalingen en de essayistiek. De rode draad in deze drie gegevens is de Poëzie die we hier onverholen met een hoofdletter mogen schrijven: het is de P van Passie. Zijn engagement ten aanzien van de Poëzie getuigt van een levensnoodzaak. De loyaliteit ten aanzien van de Poëzie, is quasi compromisloos, zij het op een blijvende kritische manier.

Wat zijn eigen poëzie betreft stellen we vast dat die complex is en dat is nu net de rijkdom ervan. Zijn gedichten zijn tot het compacte verdicht en tegelijkertijd strekt hij alles uit, strekt hij er van alles in en uit zodat een gelaagde, veelhoekige tekst ontstaat die op een open manier te interpreteren valt. Of liever op een open manier ‘te verkennen‘ valt. In een van zijn bundels wordt dit proces kort, bondig en precies als volgt omschreven: ‘krapte die het woord verbreedt’. We hebben te maken met een dwarse schriftuur.

De poëzie van Bart Vonck heeft ongetwijfeld zijn wortels in de werkelijkheid en de verontwaardiging ten aanzien van sommige aspecten van die werkelijkheid. Bart Vonck heeft uitgesproken meningen en neemt een gevechtspositie in tegenover wat hem in die werkelijkheid verontwaardigt. Zijn maatschappelijk engagement ligt voor de hand. Maar het is geen ideologisch gekleurd engagement. Bart Vonck is niet bepaald het type dat met vaandels zwaait of in termen van slogans spreekt. De dichter staat niet in dienst van iemand of ‘iets’. Hij is vooral de poëzie gedienstig. Zijn engagement als dichter, is een engagement in de taal, voor de taal. Een poëtisch engagement, een engagement in het spreken, door en met het spreken. Hij eert het woord, het vrije woord – al is hij zich bewust van de lexicale en ethische beperktheden van het woord. Het vrije woord vergt een kritisch woord. Het vrije woord is het kritische woord. In de keuze van de dichters die hij heeft vertaald vinden we diezelfde lijnen terug.

Het is vooral met zijn vertalingen dat Bart Vonck bekendheid verwief. Het is onmogelijk om er in dit korte tijdbestek een inventarisering van op te maken. Als romanist vertaalde hij poëzie uit het Frans, het Italiaans, het Portugees en uiteraard het Spaans. Hij vertaalde zowel Spaanse als Zuid-Amerikaanse dichters. Ik geef hier enkele hoogtepunten aan.

Uit het Frans vertaalde hij Guy Vaes en Henri Michaux. Uit het Italiaans: Sandro Penna. Hij stelde een driedelige bloemlezing uit hedendaagse Spaanse poëzie samen. Hij zette het werk van de belangrijke Spaanse dichter Antonio Gamoneda in het Nederlands om. Alsook enkel Zuid-Amerikaanse dichters: Cesare Vallejo, Juan Laurentino Ortiz en de onvermijdelijke Pablo Neruda. Bijzondere aandacht verdient toch wel zijn vertaling van het gehele poëtische werk van Federico Garcia Lorca. Een ongeziene krachttoer.

En dan is er zijn essayistiek. Hiermee bedoel ik vooral de inleidingen en nawoorden die bij zijn vertalingen horen. Die zijn verre van oppervlakkig. Ze zijn minutieus en scrupuleus. En dat typeert ten volle Bart Vonck: hij vertaalt vanuit een specifiek inzicht en op basis van wat er over de vertaalde dichter is verschenen. Hij weet die dichters heel goed te situeren: niet alleen literair maar ook de historische en de biografische context. Zoiets wordt eruditie genoemd. Dit komt ten volle tot uiting in het vorig jaar verschenen boek over Lorca: ‘Al die gedaanten van de maan – lezingen van en over Federico García Lorca’. Daarin lezen we naast de vertalingen van een aantal lezingen die Lorca hield, zeer meticuleuze essays over het werk en leven van Lorca. Het verruimt het begrip voor de dichter en het demystifieert een groot deel het werk van Lorca – die inderdaad nog wel eens eenduidig wordt benaderd. Dit boek is zonder meer uniek in de Nederlandstalige literatuur.

Ik eindig met een prachtig citaat uit de inleiding van het boek waarmee we een duidelijke inkijk krijgen in de totaalvisie van Bart Vonck op de Poëzie.

‘Elke lezing (die van de dichter, de vertaler, de lezer) is een verblijf in de tekst en zijn vele kamers, van de nok tot de kelder. Gissingen, overtuigingen, verleidingen worden uitgeschreven en uitgestald. De lezer is aan de wandel en blijft voor de uitstallingen staan. Hij ziet ze van een afstand of hij drukt zijn neus tegen het glas. Hij wil overzicht of nadering. Hij wil landen in de teksten, weer opvliegen met iets wat hij kan koesteren als een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt, wagenwijd of op een kier.’

Ik feliciteer Bart Vonck. En geef hem nu graag het woord.

© Alain Delmotte


Het dankwoord van Bart Vonck verschijnt hier op deze bladzijden morgen woensdag 7/12/2022!


Laudatio voor Bart Vonck door Alain Delmotte

Uitreiking VWS-prijs 2022 aan Bart Vonck - enkele foto-impressies.

Zaterdag 3/12/2022 laatst werd in de Oostendse Bib 'Jaarwerk MMXXII', het nieuwe jaarboek van de VWS voorgesteld. Tevens ontving Bart Vonck als onze laureaat voor 2022 de VWS-prijs, een prachtig beeld van Renaat Ramon. Vandaag en morgen worden hier op onze 'Dun lied donkere draad'-bladzijden ook, de bij de uitreiking uitgesproken teksten van Alain Demotte en de laureaat Bart Vonck gepubliceerd. Hieronder een aantal foto-impressies. Héél veel dank ook aan de Oostendse Bib en aan schepen van cultuur Bart Plasschaert voor de ontvangst!


Jet Marchau leidt in.
Koen D'haene schetst de inhoud van het jaarboek.
Alain Delmotte aan het woord.
Dankwoord Bart Vonck.
Onthulling van de prijs met Renaat Ramon.
Schepen van Cultuur Bart Plasschaert besluit.
Renaat Ramon met Johan Debruyne, aandachtig toehoorder.

zaterdag 26 november 2022

De neus tegen het glas-VWS-jaarboek 'Jaarwerk MMXXII'

De neus tegen het glas

Volgende week zaterdag 3 december 2022 wordt zoals eerder, hier en elders, al een paar keer gemeld, in de Oostendse Bib de VWS-prijs uitgereikt aan dichter, essayist en vertaler Bart Vonck.
Op die dag wordt ook het nieuwe jaarboek ‘Jaarwerk MMXXII’ voorgesteld. In zijn bijdrage “De genereuze leverancier van extase, droom en tragiek” gaat Alain Delmotte uitgebreid in op de kijk van Bart Vonck op het werk van Federico Garcia Lorca dat door Vonck veel- en zorgvuldig werd vertaald.

Een uittreksel uit de tekst van Alain Delmotte:

“‘Elke lezing (die van de dichter, de vertaler, de lezer) is een verblijf in de tekst en zijn vele kamers, van de nok tot de kelder. Gissingen, overtuigingen, verleidingen worden uitgeschreven en uitgestald. De lezer is aan de wandel en blijft voor de uitstallingen staan. Hij ziet ze van een afstand of hij drukt zijn neus tegen het glas. Hij wil overzicht of nadering. Hij wil landen in de teksten, weer opvliegen met iets wat hij kan koesteren als een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt, wagenwijd of op een kier.’

Meer info over inhoud en voorstelling van 'Jaarwerk MMXXII' via deze link:

 

 


zondag 20 november 2022

Heimelijke vreemdheden van Marcel Vanslembrouck

Van  de Torhoutse dichter en VWS-bestuurslid Marcel Vanslembrouck verscheen zopas 'Heimelijke vreemdheden - Collages en prozagedichten over een Ernst'.

Een fragment uit dit merkwaardig consistent boek vind je vanaf vandaag ook op de bladzijden van 'De Schaal van Digther':
De uitgedroogde tuin bij De Schaal van Digther.

Meer info en verkrijgbaar via marcel.vanslembrouck@scarlet.be
(Uitgeverij Pi)








dinsdag 15 november 2022

Jaarwerk MMXXII - De Inhoud

Jaarwerk MMXXII - de inhoud van het VWS-jaarboek voor 2022
(West-Vlaamse auteurs 2021-2022)

7     Woord vooraf
       Koen D’haene

9     Weerstand, haat en liefde voor poëzie
       Bart Stouten

17   Wanvuur en Mesmess
       Momentopnames uit het poëtische oeuvre van Bart Vonck
       Herlinda Vekemans

37   De genereuze leverancier van extase, droom en tragiek
       De kijk van Bart Vonck op het werk van Federico García Lorca
       Alain Delmotte

53   Ik kon alleen nog maar schrijver worden
       Het literair werk van Flor Vandekerckhove
       Stefaan Pennynck

73   De speeltuin van de schrijver
       Een literaire wandeling doorheen het West-Vlaams spergebied
       van de sociale media
       Paul Rigolle

97   Boven de radar
       Een podium voor de West-Vlaamse jeugdauteurs
       Jet Marchau

121 Vele seizoenen met Clem Schouwenaars
       50 jaar geleden verscheen De seizoenen
       Jan van Herreweghe

147 Over werkelijkheid en waarachtigheid
       Bedenkingen bij het oeuvre van Lara Taveirne
       Jooris van Hulle

159 De man van Zaventem
       Over de misdaadverhalen van Jan Van der Cruysse
       Paul Rigolle

171 Over de medewerkers aan dit jaarboek


Het jaarboek 'Jaarwerk MMXXII' wordt op zaterdag 3 december 2022 om 17:00 u. voorgesteld in de Bibliotheek van Oostende. Op die datum wordt ook de VWS-prijs 2022 uitgereikt aan dichter, vertaler en essayist Bart Vonck.

Programma:
Verwelkoming en voorstelling van ‘Jaarwerk MMXXII’, het jaarboek van de VWS door VWS-voorzitter Koen D’haene
Gelegenheidstoespraak van Alain Delmotte over het werk van Bart Vonck, laureaat van de VWS-prijs voor 2022
Uitreiking van de VWS-prijs 2022 (een kunstwerk van Renaat Ramon) aan Bart Vonck
De laureaat Bart Vonck  krijgt het woord en leest voor uit eigen werk
Slotwoord door schepen van cultuur Bart Plasschaert
Receptie, aangeboden door het Gemeentebestuur van Oostende

Wie op 3 december 2022 graag de voorstelling van het jaarboek in de Oostendse Bib wil meemaken kan mailen naar koen.bib@gmail.com. Het boek kan ook afzonderlijk besteld worden (25 euro). Nog een beter idee is het om lid te worden van de VWS (30 euro) dan krijg je het boek helemaal gratis thuisbezorgd.






maandag 17 oktober 2022

Warhoofds leerdichten - deel 3 van Alain Delmotte

Zoals eerder hier al aangestipt verschijnt van dichter (en bestuurslid van de VWS) Alain Delmotte in de reeks Gaia-chapbooks het derde deel van Warhoofds leerdichten, met als titel ‘Dank dat we mogen verdwijnen’. Momenteel publiceert 'De Schaal van Digther' drie gedichten uit de bundel. (Zie hiervoor het Alain Delmotte-label).

#alaindelmotte #nieuwepublicaties #deschaalvandigther #dirkdegeest #mappalibri

De bundel is te verkrijgen aan 12 euro op lulu.com en amazon.nl. Een gesigneerd exemplaar is te verkrijgen via de auteur: alain.delmotte@proximus.be  

Over de eerste twee delen schreef Dirk De Geest op mappalibri het volgende: 

Via zijn alter ego Warhoofd (…) bezint de dichter zich over zijn eigen schrijven, over de liefde, over het leven. Daarbij gaat hij op zoek naar prangende formuleringen die een soort van waarheid onder woorden brengen maar daarbij ook de complexiteit en de ironie niet schuwen. Deze ‘leerdichten’ kunnen inderdaad gelezen worden als een reeks maximes over uiteenlopende onderwerpen, maar het is eerst en vooral poëticale bundels die handelen over het daadwerkelijk ‘leren dichten’. De dichter heeft het daarin, filosofisch maar tegelijk schamper en theatraal, over wat een dichter moet en vooral niet mag doen: het gedicht moet als het ware uit de taal zelf kunnen groeien om meer dan oppervlakkig ‘klatergoud’ te zijn. De dichter verdwijnt als persoon achter de taal, en net daardoor krijgen zijn ideeën en emoties daadwerkelijk een universele kracht. Het is een zoeken naar zin in een wereld die vaak zonder zin verschijnt. Meteen is het gedicht ook zelden ‘af’, want vaak blijft het bij warhoofdige invallen en paradoxen.


 

vrijdag 16 september 2022

Ne me quitte pas

Jet Marchau over 'Honingeter' van Tülin Erkan.

De Turks- Vlaamse Tülin Erkan is geboren in Oostende en bracht er haar jeugd door, met haar Franstalige moeder, Engelstalige grootmoeder en haar zus. Iedere zomer vertrokken de zussen met hun moeder naar hun vader in Cappadocië,. De overlapping van de twee culturen die Tükin Erkan in zich draagt, vinden we terug in haar bevreemdend, maar fascinerend debuut Honingeter.

Het decor van deze filmische roman is de luchthaven van Istanbul. Tussen de rondcirkelende passanten richt Erkan haar camera op drie vreemde personages. Centraal staat Sibel, die haar terugvlucht naar België telkens uitstelt, bewakingsagent Ömer, verankerd in zijn controlekamer, (in het boek gemerkt als REC.) en de ronddwalende voormalige piloot Wernicke.

Alle drie hebben ze moeite met afscheid nemen. Het leidmotief vooraan, ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel, is de verbindende rode draad tussen hun gedachten, het zoeken naar een balans tussen heden en verleden en vooral hun onrust.

Sibels onvermogen om afscheid te nemen uit zich in warme, cursief gedrukte herinneringen aan haar Turkse vader en haar babaanne, haar oma. Haar gevoel van ‘homelessness’ en verlangen krijgt ze niet over haar lippen. Een rondzwervende bewakingshond houdt haar gezelschap terwijl ze rondjes draait langs de verschillende terminals, en in de geïmproviseerde slaapplaats. Ook de hond heeft geen roedel meer.

De Turkse bewakingsagent Ömer houdt haar in het oog en zoekt contact. Terwijl hij getrouw zijn gebedsmatje uitrolt, koestert hij de herinneringen aan ‘Le plat pays’, waar hij als gastarbeider woonde en werkte. Ook hij voelt zich nergens meer thuis, behalve op de luchthaven, tussen twee werelden.
De zieke, verwarde ex- piloot Wernicke is eveneens ontheemd. Na zijn ontslag verloor hij zijn ‘thuis’, de luchthaven. Zijn verwardheid ontneemt hem daarenboven de taal. Net als Sibel, en met haar hulp, moet hij de woorden opnieuw leren uitvinden.

Na een situering van de luchthaven (TOPOS) – ‘de taal van de luchthaven is er een van angst’- volgt een registratie door Sibel van een aardbeving (SEISMOS). Ömer (met zijn collega Hassan en de hond)en Wernicke verschijnen kort op het toneel. In ARRIVALS GELIS, verdeeld over verschillende terminals, ligt de focus vooral op Ömer en de toenadering tot Sibel. Het deel DEPARTURES GIDIS focust via het pilotenalfabet op Wernicke en Sibel.

De laatste bladzijden, TELOS, sluiten aan bij de eerste: de luchthaven na de (lichte) aardbeving. Ze dwingen de drie dwalende mensen én de hond naar hun uiteindelijk doel.

Vooraan in het boek definieert Erkan het woord Honingeter: een met uitsterven bedreigde vogelsoort omdat ‘de vogels hun eigen zang niet meer kennen.’ Symbolischer voor de roman kan haast niet. Net zo symbolisch als het mierzoete, verbindende Turks fruit dat Sibel aan haar kompanen uitdeelt.

De roman vraagt een zeer aandachtige lezer. En een her-lezer om de verschillende figuren te kunnen plaatsen. Wellicht kan bovenstaand overzicht wat helpen. De lezer moet moeite doen, maar wordt daar honderdvoudig voor beloond: de taal is in deze roman de hoofdpersoon. Erkan gaf Sibel de klanken en woorden terug die zich vastzetten in haar keel en kleurt ze puntgaaf met talrijke verwijzingen en metaforen. Om voorbeelden aan te halen zou ik de hele roman moeten overpennen. Daarom alleen al is dit inhoudelijk bevreemdende debuut zo fascinerend en wekt het verwachtingen. Het krijgt een prominente plaats in mijn boekenkast.

In boekenvriendschap,

© Jet Marchau

Honingeter bij Uitgeverij Pelckmans
Website Tülin Erkan


Tülin Erkan

dinsdag 1 maart 2022

Betwistbare moederliefde

Recensie Jet Marchau over 'De huisvriend' van Heleen Debruyne

Met enige nieuwsgierigheid ontleende ik De Huisvriend van Heleen Debruyne. Opgegroeid in Roeselare, bekend van radio Klara, auteur van De Plantrekkers (2016) en Vuile lakens (podcast met

Anais Van Ertvelde, in boekvorm 2017), en kleindochter van de in West- Vlaanderen gekende heemkundige en auteur Michiel Debruyne (Roeselare 1927- 2009).

Mijn nieuwsgierigheid ging vlug over in interesse. Samen met Heleen switchte ik via haar grootouders en vader tussen de jaren zestig en zeventig van vorige eeuw en ‘haar’ eenentwintigste eeuw: tussen het langzame loskomen van het patriarchaat, de nog voorzichtige seksuele en ethische revolutie, het opkomend feminisme en de vanzelfsprekende verworvenheden waarin Heleen opgroeide. Geconcentreerd binnen het Roeselaarse burgerlijke, ‘benepen’ milieu.

Het verhaal:

Bij het uitruimen van het grootouderlijk huis stoten Heleen en haar vriend op de urne van haar grootmoeder, al 3 jaar achtergelaten in een tuinhuisje: ‘Volgens mijn moeder staat ze daar als straf’. Waarom als straf? En wat heeft de huisvriend daar mee te maken?

Gepuzzeld door raadsels focust Heleen Debruyne in drie delen op het leven van haar grootouders. Deel 1 brengt grootmoeder Trees in het vizier: een egocentrische vrouw, die het leven naar haar hand zette. Zonder scrupules ‘leende’ zij haar zoon Koen (fictieve naam voor Heleens vader) uit aan een steenrijke, excentrieke , ‘huisvriend’, als wisselgeld voor een luxueus leven. Albert, of Bertie, een ‘pedofiel’ zoals haar vader later toegaf. De zwangere Heleen wil weten waarom. Ze graaft in de relatie moeder-kind van haar koele grootmoeder, deels uit schrik voor het nakende moederschap: ‘Voor ik zelf een kind krijg moet ik haar begrijpen. Ergens in haar leven schuilt een les over het moederschap.’

Mijn interesse is ook, en vooral, gewekt door de reflecties van Heleen Debruyne op de tijdsgeest (‘homoseksualiteit, pedofilie, mensen waren daar nog niet zo mee bezig..’) en het terugplooien op haar persoonlijke groei. De historica onderbouwt haar bevindingen met verwijzingen naar moraalfilosofen- onder meer naar Etienne Vermeersch-, en haar eigen bewustmakende lectuur, zoals De tweede sekse van Simonne De Beauvoir. Ze ontwikkelt nieuwe ideeën over het huwelijk van haar grootouders.

Mijn blijvende interesse neigt in deel 2 naar schroom. Heleen ontdekte bij het opruimen ook de dagboeken van haar grootvader, Michiel Debruyne. Ze publiceert zijn notities ongezuiverd, wellicht gedeeltelijk. Of ze hier niet over de grens gaat, vraagt zij zich - en vraag ik mij- af. Hoewel: ‘wie dagboeken bijhoudt, hoopt uiteindelijk toch gelezen en bewonderd te worden.’

Uit de dagboekfragmenten verschijnt de grootvader als een ‘eeuwig weifelende’ man, ‘een verlegen type met een rechtendiploma en melancholische neigingen’. In zijn secuur bijgehouden aantekeningen passeren naast de Roeselaarse ‘notabelen’, een vrijgevochten en een rijke tante, een op hem verliefde pianolerares de revue. Daarnaast lezen we over zijn opzoekingen en artikels, zijn lezingen, waar vooral zijn vrouw furore maakte. Maar vooral ook over de uitstapjes, diners en feesten met Bertie. Uit alles blijkt zijn eigen naïviteit, of het niet willen weten wat er met zijn zoontje Koen gebeurde. ‘Het was verkeerd wat hij deed, maar het was geen slecht mens, oppert Heleens vader Koen later. En hij heeft me ook veel geleerd, over muziek, en kunst, over hoe te leven. Onzin, blaast zijn vrouw. Hij was een eng, manipulatief mannetje. Zijn geaardheid kan hij niet verhelpen, maar ‘wat je ermee doet, dat is nog wat anders’. En van een tante klinkt het: ‘hij zou een goede bisschop geweest zijn’. Haar laconieke, spottende toon vinden we ook bij Heleen Debruyne terug. Het maakt het biografische verhaal verteerbaar.

Interessant in het dagboek zijn de fragmenten waarin grootvader Michiel zich bezint en zijn persoonlijk gedrag toetst aan over de veranderende tijdsgeest in de jaren 60 en 70. Ook dit wordt opnieuw gekaderd door de kleindochter-historica, waardoor mijn schroom bij het lezen oplost in herkenning: de seksuele revolutie, de revolutionaire veranderingen in de kerk na het 2eVaticaans Concilie en de verstrakking opnieuw onder paus Paulus VI en de daarmee gepaard gaande bewustwording.

In deel 3 wordt de round up van de normbeleving/-vervaging van de drie generaties gemaakt. Heleen vindt nog een stapeltje liefdesbrieven, maar legt ze terzijde. Het is genoeg geweest. Ze focust vooral op haar nakende moederschap en op haar eigen generatie. Voor hun frustraties en onzekerheden, nog een taboe voor de vorige generaties, zoeken haar vriendinnen nu openlijk hun heil bij therapeuten.

In dit onderbouwde verhaal ontrafelde Heleen Debruyne op onderhoudende, enigszins journalistieke toon een familiegeheim en benaderde ze de ware betekenis van ‘moederliefde’. Hoopt ze toch. Een biografie zou ik het verhaal het niet noemen, daarvoor ontbreken nog wat elementen. Maar ik breng het boek terug naar de bib. en haast me naar de boekhandel. Op mijn boekenrek krijgt het een vaste plaats- als een eigen behapbare round up, gezien door eenentwintig-eeuwse ogen, naast vrouwelijke, bewustmakende auteurs uit die ‘eerste’ generatie en ‘tweede’ generatie.

In boekenvriendschap, Jet

 
Heleen Debruyne: De huisvriend. De Bezige Bij; 208 pagina’s; € 21,99

Website Heleen Debruyne



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

donderdag 27 januari 2022

Vandaag is het Gedichtendag. Een uitstekend moment om ook even mee te delen dat van Siel Verhanneman de eerste dichtbundel bij Uitgeverij De Arbeiderspers verschijnt: "Wat nu met het licht dat binnenvalt".

In het zevende jaarboek van de VWS - 'Jaarwerk MMXXI' - dat eind verleden jaar verscheen staat met 'Nieuwe schrijvers, nieuwe stemmen' een stuk over "Zeven opmerkelijke West-Vlaamse romandebuten in tijden van Corona".

Daarin hadden we naast aandacht voor de romandebuten van Valerie Tack, Femke Vindevogel, Caro Van Thuyne, Marieke De Maré, Hans Depelchin, Robert Devriendt ook aandacht voor 'Iedereen gaat dood', de eerste roman van Siel Verhanneman.

Benieuwd nu naar haar derde bundel gedichten die meteen verschijnt bij het gerenommeerde boekenhuis "De Arbeiderspers". Het wil wat zeggen over de weg die de Kortrijkse dichteres en schrijfster intussen heeft afgelegd.

Extern:
'Wat nu met het licht dat binnenvalt' - Singel Uitgeverijen
Thuissite Siel Verhanneman
Jaarwerk MMXXI - VWS




woensdag 26 januari 2022

Even een warme oproep over het lidmaatschap van de VWS

Na afloop van de Algemene Vergadering van woensdag 19 januari 2022 ll geven we hier graag ’s een update over de werking van onze ‘Dun lied donkere draad’-vereniging.

Onze vaste en zeer gewaardeerde leden van de VWS worden bij deze gevraagd om even hun meest recente email-adres door te sturen aan het secretariaat via het email-adres janbonneure@skynet.be. De nieuwsbrief en de uitnodigingen kunnen op deze manier zo maximaal mogelijk digitaal worden doorgestuurd.
Ook wordt aangedrongen dat zij die hun lidgeld 2022 nog niet geregeld zouden hebben dit zo spoedig mogelijk zouden doen.

Overigens blijft dit heel erg gelden: Iedereen, elke literatuurliefhebber (zonder enige provinciale beperking), lezer of schrijver, kan en mag lid worden van "Dun lied donkere draad", de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers!

Het jaarlijkse lidgeld bedraagt (amper) 30 euro en aan het eind van het jaar ontvang je ook het intussen bekende jaarboek (kostprijs boekhandel 24,95 euro). Bedrag over de maken op het nummer van de VWS: BE85 0015 1408 3306. Wie steunend lid wil worden betaalt 40 euro. Ook wie desgewenst wil optreden als sponsor ontvangen we met open armen.

Eind 2022 verschijnt alweer het achtste jaarboekJaarwerk MMXXII’ van de VWS. Bij de voorstelling van het boek wordt ook de achtste laureaat van de VWS-prijs bekroond.

Aarzel niet om van je te laten horen!

Contact
‘Dun lied donkere draad’
Vereniging van West-Vlaamse
Schrijvers vzw
De Waterwilgen 3
B 8310 Sint-Kruis-Brugge
+32 473 573031

Blog: Dun lied donkere draad
Facebook 'Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers'

janbonneure@skynet.be
IBAN BE85 0015 1408 3306
BIC GEBABEBB

Publicaties van de VWS
VWS op Facebook
De VWS-prijs, het lijstje











zaterdag 8 januari 2022

Een pen om jaloers op te zijn

Pluto. Aan het einde van de weg rechtdoor.
van Lara Taveirne

Recensie: Jet Marchau

Er zijn romans waarin je wil blijven lezen en wonen. Verhalen vanuit de buik geschreven en met een pen om jaloers op te zijn. Je wil niet dat ze eindigen. 

Bij mijn selecte lijstje voeg ik zonder aarzelen Pluto (2021) van Lara Taveirne toe. Maar daar stonden ‘De kinderen van Calais’(2014) en ‘Kerkhofblommenstraat’ (2018) ook al.

In Pluto nemen 2 vrouwen, Loekie en haar moeder Antonia (Tonia) , ons mee in hun familiegeschiedenis. Een geschiedenis doorspekt van onmogelijk verlangen, van verlies, van rouw, amper gelouterd door bladzijden van flitsend geluk.

Na de zelfdoding van Antonia (Tonia) wacht de treurende dochter Loekie in haar huis op de komst van haar broer Rowan. Ze stoot er op een verborgen schrift en een bundel verhalen.

Het blijken de memoires, een zielsopenbaring van haar moeder, die ze vooral kende als een teruggetrokken, onzekere vrouw, het liefst onzichtbaar tussen haar boeken…

Ik zie mijn leven als een oefening in verdwijnen’ (blz. 209) schrijft ze in een nooit verzonden brief naar haar grote liefde Youssef, de verdwenen vader van haar zoon en dochter.

Dochter Loekie leest schroomvallig, maar kan niet stoppen: ‘Als gevallen knikkers zijn haar ogen over de woorden gestuiterd’ ( blz. 97). In de teksten van haar moeder (in de ik persoon en in de verleden tijd), ontrolt zich een doorleefd kluwen van relaties, over drie generaties heen. Daardoor komt niet alleen Antonia in beeld, maar ook haar flamboyante moeder Maria Josepha (voor Loekie oma Zee) , levend naar de vrijheid- blijheid hippiegedachte van de jaren 70, van haar drie zussen, hun verschillende vaders en vooral van de mysterieuze vader van Antonia. Die ontdekking van wie en hoe die vader eigenlijk was en de beschrijving van de korte liefde tussen haar ouders zorgen voor een spanningsdraad die zich jaren later herhaalt in het persoonlijk verhaal van Tonia. Ook zij werd later verlaten door haar grote liefde.

Niet alles is verlies en verdriet. Tonia’s lievelingszomer in 1987 beschrijft ze met de ongeremde blijheid en de nieuwsgierige ogen van een tienjarige als eindeloos, ‘De mooiste zomer van mijn leven’. Een avontuur, zo gedetailleerd en zintuiglijk beschreven, om in te kaderen.

Pluto wordt meteen een ijkpunt in de roman, een droomplek waar Tonia als volwassen vrouw met een baby en een kleuter naar terug keert. Om er wellicht (vergeefs) het geluk terug te vinden.

De hippe moeder Maria- Josepha (er staat een stamboom voorin de roman) kocht het huis in een opwelling, gecharmeerd door de romantiek van een bouwvallig huisje aan een dijk, in the middle of nowhere. Of, in het hol van Pluto.

Dat dit geluk maar één zomer duurde, ligt aan haar verkeerde inschatting:

'De hectische wereld die ze had willen achterlaten, bleek een wereld die haar het best paste’ (blz. 91).

Ze had getuigen nodig, een publiek . Zonder was ze kansloos.’(blz. 92).

De tegenstelling tussen dochter Tonia en haar moeder kan niet groter zijn.

Ook de bladzijden waar Tonia en Youssef (Toto en Jojo) hun liefde beleven, zijn van puur geluk. Je wil blijven lezen hoe Youssef Tonia op handen draagt, hoe zijn woorden haar koesteren en omkringen. Zelfs wanneer Tonia na de geboorte van zoon Rowan weer in de diepste diepte zakt. Tot Youssefs woorden te kort schieten en hij vlucht om zelf niet in de duisternis te worden mee gezogen:

Het is voor de lezer een anticlimax na die prachtige bladzijden. Maar Tonia reageert begripvol:

Die nacht trof ik Youssef aan op een stoel naast het bed.(…) Hij stond al aan de afgrond, hij had alleen nog het laatste duwtje nodig. ‘Je mag het opgeven, Jojo. Ik heb geen zin meer. (blz. 196)

Dochter Loekie interpreteert: ‘Want dat heeft ze uiteindelijk gedaan: ze heeft hem laten gaan. Ze zag zichzelf als het grote blok beton aan zijn been en dus heeft ze zich van hem losgeknipt. Met een beetje moeite kon je er een teken van liefde in zien. ‘ ( blz. 198) .

Langzaam zie je Tonia naar de schaduwwereld ‘Pluto’ terug gezogen worden.

Want Pluto staat niet enkel voor de plaats en het bouwvallig huis, de naam staat ook voor de boot van de veerman met alle symboliek die er aan vasthangt, voor de verste planeet in ons zonnestelsel (een utopie voor Tonia dus) - maar vooral, voor de god van de onderwereld, de heerser van schaduwen: ’Morgen ga ik naar Pluto. Morgen zullen we verloren zijn. Morgen zijn we weg’(blz. 215)

Maar ze keert noodgedwongen en na een nieuwe (voor mij wat overdadige) draad naar de wereld terug, voor haar kinderen. Hoewel: “Ik leef in andere werkwoorden en leven is daar niet bij- overleven wel, of toch net.”(blz.212)

Tot ze, wanneer de tijd rijp is, uiteindelijk voorgoed verdwijnt, Aan het einde van ‘haar’ weg, gaat ze rechtdoor, de zee in.

Loekie leest in de nooit verzonden brief van haar moeder aan Youssef, de deels in hoofdletters geschreven woorden ‘ik KOM TERUG’. Loekie interpreteert:

Het is typerend dat haar moeder ‘ik’ in kleine letters heeft geschreven. Bij leven liep ze ook altijd wat gebogen. Ze praatte zachtjes en murmelend. En meteen na het avondeten doofde ze alle lichten om mogelijk bezoek te misleiden. Al jaren voor ze de zee in liep was ze bezig zichzelf uit te gommen.’ (blz. 199). Maar wanneer Loekie haar duim op de ‘ik’ legt, leest ze: KOM TERUG, een noodkreet van haar moeder naar Youssef?

Ik las de 299 bladzijden van de roman als betoverd. Niet enkel vanwege het sterk uitgewerkte thema, maar ook vanwege de sterke taal. Opnieuw nam ik, zoals in mijn ‘recensiejaren’, een potlood en noteerde ik zin na zin of woord na woord. Ik vulde volle bladzijden, in bewondering voor iedere raak geformuleerde beschrijving, ieder verrassend beeld.

Tonia over moeder Josepha die vanuit Pluto met haar dochters terugkeert naar de stad:

Mijn moeder had de sprei als een reusachtige sjaal om haar bovenlichaam gewikkeld. Ze leek alleen nog maar vaag op zichzelf, alsof iemand haar vacuüm had getrokken. De woorden en de wilde emoties waren er allemaal uit, alleen het omhulsel zat nog bij ons.' (blz. 93).

Loekie over haar broer Rowan: ‘Haar broer loopt rond in een oud toneelstuk. Voor elke nieuwe dag rolt hij een andere achtergrond uit.’ (blz. 101)

Loekie over haar tantes: ‘Het was alsof hun tantes elkaar konden lezen, ook wat in potlood werd gedacht’ (blz. 103). En na de toespraak van tante Eliza op de begrafenis van haar moeder:

Toen waren haar woorden vochtig geworden’. (blz. 105)

Ik laat de vele andere woorden en zinnen voor de toekomstige lezers. Ik hoop dat het er veel zijn. En dat het voor anderen een plaats krijgt bovenaan op hun must-read lijstje.


In boekenvriendschap,

© Jet Machau
Januari 2022