Posts tonen met het label Oostende. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oostende. Alle posts tonen

zaterdag 26 november 2022

De neus tegen het glas-VWS-jaarboek 'Jaarwerk MMXXII'

De neus tegen het glas

Volgende week zaterdag 3 december 2022 wordt zoals eerder, hier en elders, al een paar keer gemeld, in de Oostendse Bib de VWS-prijs uitgereikt aan dichter, essayist en vertaler Bart Vonck.
Op die dag wordt ook het nieuwe jaarboek ‘Jaarwerk MMXXII’ voorgesteld. In zijn bijdrage “De genereuze leverancier van extase, droom en tragiek” gaat Alain Delmotte uitgebreid in op de kijk van Bart Vonck op het werk van Federico Garcia Lorca dat door Vonck veel- en zorgvuldig werd vertaald.

Een uittreksel uit de tekst van Alain Delmotte:

“‘Elke lezing (die van de dichter, de vertaler, de lezer) is een verblijf in de tekst en zijn vele kamers, van de nok tot de kelder. Gissingen, overtuigingen, verleidingen worden uitgeschreven en uitgestald. De lezer is aan de wandel en blijft voor de uitstallingen staan. Hij ziet ze van een afstand of hij drukt zijn neus tegen het glas. Hij wil overzicht of nadering. Hij wil landen in de teksten, weer opvliegen met iets wat hij kan koesteren als een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt, wagenwijd of op een kier.’

Meer info over inhoud en voorstelling van 'Jaarwerk MMXXII' via deze link:

 

 


vrijdag 6 mei 2022

Nieuwe roman met Oostende als decor

‘Oostende is niet ver meer’ is de nieuwe roman van Katrien Van Hecke (Torhout, 1960). 

Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de achttiende-eeuwse Oostendse Compagnie, een onderbelichte fase in onze koloniale geschiedenis. Het verhaal volgt Joannes die aanmonstert op de Neptunus en naar Bengalen reist, terwijl zijn vriendin Nel in Oostende werkt als kindermeisje bij een directeur van de compagnie. 

Een coming of age-roman met de onderliggende boodschap: knoop (zo nodig) je lot los van dat van je ouders. De geschiedenisfanatici vinden achterin een lijst met interessante historische figuren en een lijst met achtergrondweetjes.

Katrien Van Hecke studeerde geschiedenis. Haar historische roman ‘Soldaat Marie’ (Clavis, 2018) was genomineerd voor de Thea Beckmanprijs. Ook 'Oostende is niet ver meer' verscheen bij uitgeverij Clavis.

www.katrienvanhecke.be

maandag 14 maart 2022

Oerhert, nieuwe dichtbundel van Astrid Haerens

Astrid Haerens (in 1989 geboren in Kortrijk) stelt op zondag 3 april 2022 in Passa Porta in Brussel 'Oerhert' voor, haar nieuwe dichtbundel. De film over de Westhoek die ze samen met Leonardo van Dijl maakte in het kader van 'Iedereen Dichter' wordt op zaterdag 19 maart 2022 doorlopend getoond tijdens het Memento Woordfestival in Kortrijk. Op het festival zal ze op die dag van 15u30 tot 16u ook enkele gedichten uit Oerhert lezen.  Later stelt ze haar nieuwe bundel ook nog 's voor in Oostende op Kaap op zondagvoormiddag 24 april 2022. Over onder meer haar nieuwe boek zei ze begin dit jaar mooie dingen op de Bruzz-site: "Schrijven is een daad van hoop".
En zo is het maar net!
Meer info:
Astrid Haerens bij Atlas-Contact 
Voorstelling in Passa Porta 
Kaap Oostende




vrijdag 11 maart 2022

Een opmerkelijk stukje maritieme literatuur

Stefaan Pennynck over De wetten van de makrelen van Ingrid Knipfer

"Een kennismaking met het werk van de Oostendse auteur Ingrid Knipfer"

Ingrid Knipfer werd geboren in Wiesbaden en woont al jaren in Oostende. Zij groeide op tussen Brussel en Gent. Eerst schreef ze poëzie: "zo'n mooi gedicht" zei Louis Paul Boon; "het mirakeltalent Inge" wist Hugo Claus. De gedichten werden gepubliceerd in literaire tijdschriften. Later volgden ook theaterteksten. In 2012 begon ze romans te schrijven (Krieg (2012/3e druk 2021), De wetten van de makrelen (2013), Kanaries zijn geen echte vogels (2014), Zo verdomd gelukkig (2016), De nieuwe schoenen van Markus (2021).

Ingrid Knipfer schrijft psychologische romans. In een heldere stijl en taal worden problematieken zoals  de traumatische verwerking van de oorlog op een kind, de gevolgen van incestueus seksueel misbruik
van een kind, de greep van de opvoeding op de latere volwassenheid en de zoektocht naar de eigen identiteit compositorisch en verhaaltechnisch knap uit gewerkt.  In ‘De wetten van de makrelen’ (2013) wordt, naast het psychologische, ook het maatschappelijk probleem van het respectvol omgaan met de natuur (en onze voeding) verwerkt in een roman die expressionistisch van aard is.
Ik heb mijn schoenen uitgeschopt, sta op blote voeten. De zee is hier stil. De zee is vervelend. Elke dag van elke week ligt ze te kabbelen. De zee wil eeuwig jong blijven en verstopt haar rimpels. Ze gaat nog platter liggen als de wind voorbij komt. Ze praat niet met de storm en bij onweer wordt ze zwart. Ik haat deze zee. Aan de andere kant van dit smalle stuk land woelt de zee, ze bruist er als champagne en danst met de wind, gromt met het onweer. Ik woon aan de verkeerde kant van de landengte.’

Aldus Emma in de openingsalinea van de roman De wetten van de makrelen van Ingrid Knipfer, een wrang-komische familieroman die de lezer meeneemt naar een landtong tussen "de stille en de wilde zee", de Noordzee en de Baltische Zee. De roman schetst hoe een familie uit een dorp aan een West-Europees strand in twee decennia (1990 - 2010) verbrokkelt en uitsterft. De zee blijft.

De dwerg Emma groeit met haar drie zussen op aan de ‘stille’ zeekant’ van een landtong. Aan de andere kant is er de ‘woelige’ zee. De dochters van een hoofdonderwijzer en zijn vrouw zijn van groot naar klein geboren. Elisabeth is de grootste en de mooiste, werd ‘prinses’ genoemd en gaat voor niet minder dan een rijke man of iemand van adel. Haar jongere zus, Louise heeft een dienend karakter en is zowat de steun en toeverlaat voor Elisabeth om haar doel te bereiken. Mathilde is nog iets kleiner en allesbehalve mooi. Zij wordt naar een verpleegstersschool gestuurd, met de bedoeling later voor haar jongste zus te zorgen. Elisabeth en Louise gaan naar de universiteit, waar Elisabeth een heel rijke graaf weet te verleiden en te trouwen. De beste vriend van de graaf is ziekelijk en wordt langzaam aan blind, maar heeft de liefde van Louise. Ook zij trouwen. Zij krijgen een toelage van de graaf en kunnen een appartement van de graaf betrekken aan de woelige zee.

Emma maakt dagelijks een strandwandeling. Zij wordt door haar vader voorgesteld aan de ‘bankman’, maar Emma wil daar niets van weten. Op het strand is er een vissershuisje waar verse, gerookte makreel verkocht wordt. Door een brand verdwijnt het huisje en Emma vreest dat er geen huisje meer zal komen, gezien de bouwplannen voor een hotel. Op een dag leert zij de strandman kennen, een man met een valse arm, een dood oog en een masker op. Hij vertelt haar van de wetten van de makrelen. Tegenover de makrelen onder cellofaan die dode ogen hebben en waarvan het vel niet meer blinkt, zijn er de verse makrelen, waarvan het vel als een regenboog is, waarin je je kan spiegelen. ‘Als mensen daar geen respect meer voor hebben, voor de dieren die ze eten, voor het eten waarmee ze zich voeden, dan zal er geen eten meer zijn, en zonder eten begint een volk te morren en te vechten.’ (p.79)

Emma wil de wetten van de makrelen herstellen en begint te dromen over haar eigen vissershuisje met gerookte makrelen op de plaats van het vorige. Telkens zij op het strand komt, bakent zij het vierkant af. Zij droomt er van de mensen weer gelukkig te maken. ‘Vandaag is de zee nog grijzer dan anders, de zee is in zichzelf teruggetrokken en de mensen werken niet. Mijn handen zijn blauw van de kou en ik stop ze in mijn zakken. Ik ga op een muurtje bij mijn huis zitten en zie hoe gelukkig de mensen zijn die een verse makreel kopen en hem warm opeten terwijl ze met een handdoek of een zakdoek hun kin deppen. Ze krijgen allemaal, zonder uitzondering, lichtjes in hun ogen  en zien sterren aan de hemel, die ze vroeger niet zagen, sterren bij heldere hemel. Het geeft me een warm gevoel gelukkig te worden door de mensen terug te geven wat ze ooit hadden en niet wisten dat ze het met de tijd verloren hadden.’ (p.160)

De zussen leven hun eigen leven en komen nog slechts sporadisch naar het ouderlijk huis. Verpleegster Mathilde is getrouwd met een dokter/chirurg. Nadat zij samen een privépraktijk opgestart hebben, blijft Mathilde meer thuis en vertoont psychopathisch gedrag. Elisabeth en de graaf leiden elk hun eigen luxe- en schandaalleven. De graaf is betrokken bij de bouw van het hotel aan het strand en schenkt Emma haar vissershuisje. Wanneer de vader overleden is, komt de ‘bankman’ weer tevoorschijn. Hij trekt in bij Emma en haar moeder en belooft Emma met haar het vissershuisje met de gerookte makrelen uit te baten. Wanneer de verkoop start, voelt Emma zich steeds meer moe, tot haar hart het begeeft. ‘Haar hart is veel te groot, haar longen te klein.’, stelt schoonbroer dokter vast. ‘Ik ben erg blij met mijn  te groot hart; alles is te klein aan me, maar ik heb een groot hart.’, denkt Emma, terwijl zij sterft met het gevoel in het water te liggen en te zwemmen als een vis.

De wetten van de makrelen is een maritieme roman. Het verhaal speelt zich af op de landtong tussen de Noordzee en de Baltische Zee, er is het huis aan de zee en de wandelingen aan het strand, het vissershuisje en de bouwplannen voor het thalassahotel. De roman is doorspekt met zeebeschrijvingen en de zee wordt aangewend om gevoelens/gedachten van het personage weer te geven. Het maritieme weerspiegelt zich in de taal en stijl. De zee en elementen van de zee worden metaforisch aangewend. Doorheen gans de roman komen de makrelen aan bod, hetzij als voedsel, hetzij als symbool voor het al of niet respect hebben van de mens voor de natuur.  De personages worden scherp getekend aan de hand van enkele fysieke en/of karaktereigenschappen.  Sommige personages krijgen zelfs geen naam, zijn enkel hun begrip: chef, de bankman, de strandman.  De wetten van de makrelen omvat extreme tot groteske scènes en is in zijn geheel een wrang-komische familietragedie. Dit met een duidelijke ecologische boodschap, wat zich ook weerspiegelt op het omslag: een detail van het beeld Back to the sea van Roland Devolder, een man die een vis terug brengt naar zee.


© Stefaan Pennynck

Ingrid Knipfer - De wetten van de makrelen -Brave New Books/Singel uitgevers



 

dinsdag 4 februari 2020

Nieuwe roman van Frank Decerf

Op zondag 9 februari 2020 stelt de Oostendse dichter Frank Decerf, zijn nieuwe roman 'Weg' voor. Het boek is het tweede deel van een trilogie
die in 2010 werd ingezet metHet bezoek’. De voorstelling waartoe iedereen van harte is uitgenodigd, gaat door op 9/2/2020 om 11:00 u in VLC Geuzetorre, Kazernelaan 1, 8400 Oostende. Het boek is net als 'Het bezoek' opnieuw een publicatie van VKH Torhout.

Over Het Bezoek : "Na een traumatische ervaring wordt de schrijver aangespoord om naar het zonnige Zuiden af te reizen om daar aan een nieuw boek te werken. Alhoewel zijn wereld totaal op instorten staat, pakt hij zijn koffers en laat Oostende achter zich. In het landhuis van zijn uitgever Georges moet hij er tot ontspanning komen en zich geheel aan het schrijven wijden, maar dan komt er onverwacht bezoek en ...".

Em. Prof. Dr. H. F. Mussche noemde Het Bezoek een "crescendo-boek, tempo en spanning nemen sterk toe naar het einde."

Over het literaire werk van Frank Decerf verscheen in 2014 het essay “De trage zandloper van het geluk”, geschreven door Guy van Hoof. In 2015 publiceerde Decerf ‘Getuigenissen’, een drietalige dichtbundel die was verlucht met 26 miniaturen van de Ierse kunstenaar Joe Moran.

De nieuwe roman ‘Weg’ kan rechtstreeks besteld worden bij de auteur:

Frank Decerf, Schapenstraat 29, 8400 Oostende
decerf_frank@skynet.be
BE78 4758 1503 0186  - Prijs: 20 euro






woensdag 22 januari 2020

Dichters leven altijd op hoop - Poëzieprijs van de Stad Oostende uitgereikt.

Proclamatie Poëzieprijs van de Stad Oostende 2020 - © foto: Patrick Cornillie
Dat Oostende - Stad aan Zee -  een van onze meest literaire steden is waar de poëzie royaal van afdruipt is bekend. Schrijvers en dichters strijken er graag neer. Om er veelal langer dan voorzien te blijven. De tweejaarlijkse poëzieprijs van de Stad Oostende is een van de uitingen van de grote liefde van de stad voor gedichten en hun makers. Die liefde wordt ook telkens weer veelvuldig beantwoord. Dichters zijn een dankbaar volkje. Altijd leven zij op hoop! Voor deze editie zonden niet minder dan 674 dichters een of twee gedichten in. De jury, bestaande uit Ivo Van Strijtem (voorzitter), Frank Decerf, Hester Knibbe, Koen Stassijns, Lies Van Gasse, Geert Van Istendael en Koen Vergeer stond voor de onmetelijke taak om zomaar even 1070 gedichten te beoordelen.

Zaterdag 18/1/2020 laatst werd in ‘de Grote Post’ de proclamatie gehouden van de wedstrijdeditie 2019-2020. De gelukkige laureaten waren dit keer Jean-Paul Rosenberg (eerste prijs, 3000 euro), Robrecht Dehaen (tweede prijs, 1500 euro) en Patrick Cornillie (derde prijs, 750 euro). De winnende gedichten zijn intussen na te lezen via dit blogbericht van De Schaal van Digther.
De zeven nominaties waren voor: Annet Bremen (‘Oefeningen in eindeloosheid’), Dorien Couton (‘The Parrot’), Cora de Vos (‘Diepzeemoment’), Moniek Spaans (‘Setting’), Pieter Van de Walle (‘Het tijdperk van de wolken’), Frank Van Den Houte (‘Romero’) en Leen Verheyen (‘Afscheid van een interieur’).

Er is, ook naar tweejaarlijkse traditie, een hele mooie bundel samengesteld met werk van de laureaten en zeven nominaties. Die is te verkrijgen via eenvoudig telefoontje aan de Dienst Cultuur van de Stad Oostende (059 25 88 20) of aldaar of in de Bibliotheek af te halen. Kostprijs: amper 5 euro!

#RobrechtDehaen #PatrickCornillie #poëzieprijsvandeStadOostende #JeanPaulRosenberg

(P.R.)