Posts tonen met het label VWS-prijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VWS-prijs. Alle posts tonen

donderdag 21 november 2024

Uitreiking VWS-Prijs en Voorstelling Jaarwerk MMXXIV-Het verslag van een mooie avond

Uitreiking en onthulling VWS-prijs 2024

Graag komen we hier nog ’s terug op de voorstelling van het nieuwe VWS-jaarboek: ‘Jaarwerk MMXXIV” en de uitreiking van de tiende VWS-prijs, met dit jaar als laureaat geboren Bruggeling Bart Moeyaert. De Gotische zaal van het Brugse Stadhuis liep zaterdagavond 16/11/2024 zo goed als helemaal vol. Aan alle aanwezigen veel dank voor de opkomst!

VWS-voorzitter Koen D’haene beet de spits af en heette iedereen welkom waarna burgemeester Dirk De fauw  de waarde van de VWS (opgericht op 13 mei 1961 in Hotel Portinari!!!) voor de literatuur in de provincie onderstreepte en ook inzoomde op de prachtige locatie en de geschiedenis van de Gotische zaal.

Paul Rigolle, samen met Koen D’haene mede-eindredacteur van het jaarboek, stelde daarna uitgebreid  het jaarboek 2024 - ‘Jaarwerk MMXXIV’ voor. Hij had het over de diverse artikels en hun schrijvers. Een overzicht van de inhoud kun je overigens nog ’s nalezen via deze VWS-link.
https://blogvandevws.blogspot.com/2024/11/jaarwerk-mmxxiv-jaarboek-van-de-vws.html

Het volledige dankwoord van Rigolle kun je nakijken op zijn persoonlijke website via dit bericht:
https://paulrigolle.be/schrijven-is-natuurkunde-zonder-formules/

Daarna was het de hoogste tijd om de VWS-prijs uit te reiken aan Bart Moeyaert. Jet Marchau die verleden jaar al in het jaarboek 2023 een hele mooie tekst schreef over het oeuvre van Moeyaert sprak een warmhartig en welluidend laudatio uit. Daarna werd door ons aller Renaat Ramon het beeld dat hij voor deze editie maakte, samen met Bart Moeyaert en voorzitter Koen D’haene onthuld. BartMoeyaert sprak daaropvolgend een dankwoord uit dat niemand onberoerd liet. Tot slot was er nog een woordje van de Brugse schepen van Cultuur Nico Blontrock. Waarna het aardig napraten was op de afsluitende receptie.

Op zijn Facebook-pagina postte auteur en VWS-voorzitter Koen D’haene nog navolgend verslagje.




Op deze blog vind je ook het mooie dankwoord van laureaat Bart Moeyaert, en wel hier:

https://blogvandevws.blogspot.com/2024/11/dankwoord-bart-moeyaert-bij-het.html

Ook het laudatio van Jet Marchau werd hier gepubliceerd: 

https://blogvandevws.blogspot.com/2024/11/een-eerbetoon-van-een-allround-auteur.html

De foto’s hieronder zijn van de hand van VWS-secretaris Georges Hoet.

Facebook-bericht ivm dit verslag met nog meer foto's.


(P.R.)


VWS-Voorzitter Koen D'haene verwelkomt - Foto Georges Hoet


Burgemeester Dirk De fauw - Foto Georges Hoet



Paul Rigolle - Foto Georges Hoet


Jet Marchau - Foto Georges Hoet






Het beeld onthuld! - Foto Georges Hoet


Bart Moeyaert dankt - Foto Georges Hoet


vlnr Dirk De fauw, Renaat Ramon, Bart Moeyaert, Koen D'haene en
Nico Blontrock - Foto Georges Hoet


De Gotische zaal is een kleinood! - Foto Georges Hoet










Dankwoord Bart Moeyaert bij het ontvangen van de VWS-prijs 2024

Bart Moeyaert dankt - Foto Georges Hoet

Ik heb niet gevraagd of ik uit Brugge weg mocht. Op m’n zeventiende heb ik alleen maar gesméékt. Stuur me niet opnieuw naar de school waar ik al jaren niet op mijn plek zit. Dwing me niet er nog eens een jaar extra te moeten slijten, een overzitjaar omdat ik niks met wiskunde doe en ongelukkig ben — het een is het gevolg van het ander, en andersom. Mag ik eindelijk naar de kunsthumaniora? 

Het wonder voltrekt zich: het mag.

In september 1982 begint het hondsvroege opstaan. Op de hoek van de Karel van Manderstraat en de Damse Vaart de bus halen naar het station van Brugge, de trein naar Gent Sint-Pieters halen, daar tram 4 halen. Me aan de Oude Houtlei naar buiten ellebogen, waar honderd meter verderop de school ligt die mijn redding is. ’s Avonds doe ik alles opnieuw, maar dan in omgekeerde volgorde.

Ik heb niet gevraagd of ik uit West-Vlaanderen weg mocht. Pas in januari 1983 blijkt dat ik het heen-en-weren niet goed verteer en dat het overbrengen van een maquette van een huis op schaal of van een tekening op formaat A0 of A1 van Brugge naar Gent niet altijd ongeschonden lukt. Mijn plek in de week wordt Sint-Denijs-Westrem. Bij mijn broer en schoonzus krijg ik een kamer, en ineens beperkt het openbaar vervoer zich tot een bus en een tram. Dat zorgt voor rust.

Op 1 oktober 1983 verschijnt mijn eerste boek, Duet met valse noten, met het voor veel lezers iconisch geworden omslag van André Sollie. Na de presentatie in Boekhandel Het Volk in de Smedenstraat kan ik niet zeggen dat ik Brugge achter me laat, maar als je Een ander leven hebt gelezen, het boek van veertig jaar later, dan weet je dat het na ’83 nogal is gaan waaien in mijn leven. Ik ben door omstandigheden heel veel kanten opgewaaid, maar inderdaad, niet westwaarts. Brussel, Parijs, Amsterdam en — waar stond mijn tractor, vroeg de bovenbuurvrouw bij de eerste kennismaking — Antwerpen. Hoe vaak heb ik daar niet gehoord dat ik niet van hier was, en als ik dan hier was, sprak ik te schoon— en of ik mijn dialect vergeten was?

Als je na mijn Stadsdichterschap in Antwerpen, in 2006 en 2007 was dat, ergens te lande een poëzie-avond met mij hebt meegemaakt, bestaat de kans dat je me met een heimelijk genot het gedicht over mijn eerste Antwerpse adres, Nieuwstad 14, op a bitje and’re maniere hebt horen voorlezen. Het gedicht gaat over hoe het voelt als je van de parking komt. In de provincie ten oosten van Oost-Vlaanderen worden de mensen er ongemakkelijk van.

Kwoar’n bezoek da den bitje is bluuv’n plak’n
en nie giejelteganst tzelfste kloenk.
Moa kstaken nie af tegen de reste.
A bitje gelik e lampadère
danze de sleutel en gegeven. 
’k Dee kik nie contrarie
en an tafel zatter an mieng kant a bitje miejer volk.
Mo ze kost’n tnie loaten van nu en ton te wiezen
ip me toenge, ip me groend.
Ze zeijn ton ipjèneki
‘vanwoziejegie’ tegen mien
en ze zeijn ‘go mo noar huus’.
Kwoaren juust under lucht an tgeweune worden
en kpeisd’n dasse mien a gèren zag’n.
Moa ’t was gin woa wi.
Zan mien aattent mor in de mot,
ze keek’n no me platse.
‘Gojjier bluuv’n da?’
‘Kpoerden nie
en ‘k voent kriesen van de miejew’n
gin goe tiejik’n.
Hoe was’t meugelijk da kik binn’n zaat’n
en tegeliek nog buut’n stoen’.

Het is onmogelijk om je roots te vergeten. Ik ben op mijn zeventiende uitgevlogen om jarenlang alleen maar af en toe lijfelijk terug te keren, en als dat gebeurde ging mijn hart open bij het zien van de torens van Brugge, onderweg naar het ouderlijk huis aan de Karel van Manderstraat, om maatje en paatje te zien. Bijgevolg was het niet gelogen toen ik na de Astrid Lindgren Memorial Award op 27 juni 2019 in ditzelfde, schitterende stadhuis in het gastenboek schreef dat ik nooit ben weg geweest. Ik ben nooit weg geweest. Vijf jaar geleden scheelde het niet veel of ik was terug. We zochten een huis en op ons lijstje deelden Brugge en Kalmthout de eerste plaats. Naar de roots of naar het bos. Naar de wortels of de kruinen. Wat het ook geworden is, het een heeft het ander nodig, en andersom.

Ik dank de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers uit de grond van mijn hart. Het is een eer om deze VWS-auteursprijs te mogen ontvangen.


© Bart Moeyaert




donderdag 28 september 2023

Voorstelling Jaarwerk MMXXIII en Uitreiking VWS-prijs 2023 aan Peter Terrin



Op vrijdag 13 Oktober 2023 wordt om 19:30 u in De Spil in Roeselare 'Jaarwerk MMXXIII', het negende jaarboek van de VWS (Vereniging West-Vlaamse Schrijvers) voorgesteld. Bij die gelegenheid ontvangt Peter Terrin de VWS-prijs voor 2023.
Iedereen welkom!
Het programma:

Vrijdag 13 oktober | 19.30 u. | De Spil ROESELARE

Programma:

Welkomstwoord door Jet Marchau, ondervoorzitter van VWS.
Paul Rigolle, redacteur van VWS, stelt 'Jaarwerk MMXXIII' voor.
Herman Leenders belicht het werk van romancier Peter Terrin
Koen D'haene voorzitter VWS, overhandigt de VWS-prijs, een kunstwerk van Renaat Ramon, aan Peter Terrin
Peter Terrin leest voor uit eigen werk
Een streepje poëzie door stadsdichter Edward Hoornaert.
Slotwoord door schepen Mieke Vanbrussel
Napraten tijdens de receptie

Schrijf je in via deze link.
Facebook-pagina van de VWS
De Spil Roeselare

#jaarwerkMMXXIII #VWS #PeterTerrin #VWSprijs2023 #VWSprijs


Peter Terrin, laureaat VWS-prijs 2023





woensdag 7 december 2022

Dankwoord Bart Vonck bij het ontvangen van de VWS-Prijs 2022

Dankwoord van Bart Vonck bij het ontvangen van de VWS-prijs 2022
3 december 2022, in de bibliotheek van Oostende

Dames en heren, beste familie, beste vrienden,

Toen ik begin 1996 vanuit Brugge naar Brussel verhuisde, maakte ik een keuze voor diverse talen en voor een ongeveer voltijdse nieuwe arbeid, het vertalen van poëzie. Brussel is één van de meest diverse, kosmopolitische steden ter wereld. Het samenleven van verschillende nationaliteiten is in zekere zin een uitvergroting van de situatie waar de literaire vertaler dagdagelijks voor staat: er wordt gewonnen en verloren maar er komt in elk geval een nieuwe werkelijkheid tot stand die het midden houdt tussen trouw aan de oorsprong en trouw aan de bestemming, trouw aan de brontaal, de taal waaruit men vertaalt, én aan de doeltaal, de taal waarin men vertaalt. Wat zich al sinds mensenheugenis in de cultuur afspeelt (het af en aan van nieuwe invloeden die inwerken op ingesleten patronen), tekent zich voor de vertaler af op elke bladzijde die hij van de ene naar de andere taal moet ‘overzetten’.

Voor mij was Brugge bij manier van spreken de brontaal (waaruit ik steeds opnieuw moet vertrekken) en Brussel de doeltaal (waarin ik even vaak moet aankomen). In de stad die eertijds dankzij de zee een ruime, niet in het minst artistieke uitstraling kreeg, maar uiteindelijk door verzanding zou worden verstild, leerde ik lezen, schrijven, dichten en deelhebben aan een cultuur die zich grotendeels met het verleden had verknoopt. Ik leerde mij bewegen, mede dankzij mijn opvoeding, in een dicht weefsel van kunstige referenties. Ik werd hypergevoelig voor tekens die ingebed lagen in een rijke maar ook ietwat verstarde traditie. Ik wilde in Brussel een wereld ervaren die zich gedurig en dankzij mensen die gekomen en gebleven waren, in een vloeibaar blijvende vorm moest heruitvinden. Ook dat is een realiteit waarmee de vertaler dagdagelijks worstelt.

De dichter die ik ben had in Brugge drie bundels gepubliceerd, waarvan ‘Kennis van de verte’ in 1993 de slotsom bleek. Ik nam de verstilling van mijn geboortestad naar Brussel mee en zweeg gedurende dertien jaar, tot ik in 2006 met een nieuwe bundel, ‘Schaduwwerk’, kwam. Ik vond onderdak bij Uitgeverij P die in meer dan dertig jaar niet alleen een gevarieerd fonds van poëzie is geworden maar ook uitgegroeid is tot een collectie van meer dan honderd tweetalige poëzievertalingen die in het Nederlandse taalgebied geen gelijke heeft. Ik wil uitgever Leo Peeraer hier expliciet voor bedanken. Sinds 2006 heb ik vijf poëziebundels gepubliceerd. Poëzie schrijven en vertalen zijn de twee longen waarmee ik mijn bestaan dooradem.

Groot was mijn verbazing toen ik op maandagavond 7 maart 2022 om 21u49 een mailbericht voor me zag verschijnen van ene mij toen onbekende Koen d’Haene die zich kenbaar maakte als voorzitter van de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers. In dat bericht stond dat mij de jaarlijkse VWS-prijs voor 2022 was toegevallen. Opeens werd ik teruggeroepen naar mijn verleden. Ik moest het Brusselse Zennewater van mij afschudden en een duik nemen in het water van de Brugse reien. Het was alsof een oord van weleer bestaan opeiste in een leven dat zich al meer dan vijfentwintig jaar ergens anders had ontplooid.

Ik begon na te denken over hoe nabij mijn oorsprong nog was. En over hoe ik er na mijn ‘verkassing’ naar Brussel nog mee in voeling was gebleven. Hier past een anekdote die er geen is, een samenloop van omstandigheden die toevallig lijken maar eigenlijk een symbolische betekenis opeisen. We schrijven woensdag 5 juni 2013. Ik heb een afspraak met een Argentijnse schrijver-resident van Russische afkomst met wie het Huis van de Literaturen Passa Porta mij in contact wil brengen. Román Antopolsky is zijn naam. Hij woont in de Verenigde Staten en is een experimenteel dichter-schrijver, een plastisch kunstenaar, een componist en een verwoed lezer van poëzie-in-alle talen. We maken een afspraak, trekken naar een kroeg op de Oude Graanmarkt in hartje Brussel, en beginnen te praten. Er ontstaat een web van gezamenlijke lectuur, poëticale opvattingen en voorkeuren. Er groeit verstandhouding. Opeens valt een mij bekende naam: Guido Gezelle, op zijn Argentijns-Russisch uitgesproken. Of ik die Vlaamse dichter ken, vraagt Antopolsky indringend. En of ik die ken, antwoord ik. Dat hij in mijn streektaal schrijft, dat hij nog steeds en steengoede dichter is, dat ik nog altijd mijn toevlucht tot hem neem, onder meer voor zijn plastisch taalgebruik dat zijn negentiende-eeuwse klamme katholicisme ver overstijgt. Antopolsky is verrukt. Hij vindt Gezelle fantastisch. Ik vraag hem of hij Nederlands kan lezen. Een beetje, hij blijkt van vele talen thuis, maar de muziek van Gezelle is onovertroffen. Of ik hem in een paar gedichten wil rondleiden, vraagt hij mij schuchter.

De volgende dag, aan de eettafel in Antopolsky’s appartement, begin ik aan die niet geheel onmogelijke taak. Ik heb de twee delen van Gezelle’s Verzamelde Poëzie meegebracht, die met die al verschoten maar toch nog op lichtblauw lijkende kleur, en een kleine bandrecorder. We lezen, ik lees voor, hij na, we duiken in de teksten en ik stel hem voor om zijn lievelingsgedichten in te lezen in mijn streektaal. Antopolsky glundert. Ik ook. Eén uur lees ik voor, een uur lang weet ik dat ik in mijn streektaal alle talen kan spreken. Ik had het over een samenloop van omstandigheden. Inderdaad. Ongeveer alles kwam samen. Het Nederlands, het Spaans, het vertalen, de poëzie, Latijns-Amerika, Argentinië en twee dichters-lezers die maar al te graag in literatuur verloren lopen omdat ze alleen zo de weg terugvinden. Op dat moment – en er hebben er zich tot nu toe geen andere meer voorgedaan – wist ik innig dat bron- en doeltaal in poëzie samenvallen. Maar ook dat ze elk autonoom en wenkend een eigen leven kunnen leiden. En dat de dichter die ik sinds mijn Brugse jeugd altijd ben gebleven en de vertaler die ik in Brussel ben geworden daar onverbrekelijk deel van uitmaken.

Bart Vonck
03 XII 2022 

De pagina van de VWS-prijs

dinsdag 6 december 2022

Een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt. Wagenwijd of op een kier!

Hommage-toespraak voor Bart Vonck, laureaat van de VWS-prijs 2022, door Alain Delmotte.

Dames en heren,

Wie er de laureatenlijst van de de VWS prijs op naleest zal merken dat deze prijs grotendeels als een oeuvreprijs bedoeld is, ook al is het oeuvre nog niet helemaal afgerond en kan er nog veel van verwacht worden. Zo is dit eveneens het geval met de huidige laureaat Bart Vonck.

Zijn oeuvre valt in drie delen uit. Er zijn zijn dichtbundels, de talrijke vertalingen en de essayistiek. De rode draad in deze drie gegevens is de Poëzie die we hier onverholen met een hoofdletter mogen schrijven: het is de P van Passie. Zijn engagement ten aanzien van de Poëzie getuigt van een levensnoodzaak. De loyaliteit ten aanzien van de Poëzie, is quasi compromisloos, zij het op een blijvende kritische manier.

Wat zijn eigen poëzie betreft stellen we vast dat die complex is en dat is nu net de rijkdom ervan. Zijn gedichten zijn tot het compacte verdicht en tegelijkertijd strekt hij alles uit, strekt hij er van alles in en uit zodat een gelaagde, veelhoekige tekst ontstaat die op een open manier te interpreteren valt. Of liever op een open manier ‘te verkennen‘ valt. In een van zijn bundels wordt dit proces kort, bondig en precies als volgt omschreven: ‘krapte die het woord verbreedt’. We hebben te maken met een dwarse schriftuur.

De poëzie van Bart Vonck heeft ongetwijfeld zijn wortels in de werkelijkheid en de verontwaardiging ten aanzien van sommige aspecten van die werkelijkheid. Bart Vonck heeft uitgesproken meningen en neemt een gevechtspositie in tegenover wat hem in die werkelijkheid verontwaardigt. Zijn maatschappelijk engagement ligt voor de hand. Maar het is geen ideologisch gekleurd engagement. Bart Vonck is niet bepaald het type dat met vaandels zwaait of in termen van slogans spreekt. De dichter staat niet in dienst van iemand of ‘iets’. Hij is vooral de poëzie gedienstig. Zijn engagement als dichter, is een engagement in de taal, voor de taal. Een poëtisch engagement, een engagement in het spreken, door en met het spreken. Hij eert het woord, het vrije woord – al is hij zich bewust van de lexicale en ethische beperktheden van het woord. Het vrije woord vergt een kritisch woord. Het vrije woord is het kritische woord. In de keuze van de dichters die hij heeft vertaald vinden we diezelfde lijnen terug.

Het is vooral met zijn vertalingen dat Bart Vonck bekendheid verwief. Het is onmogelijk om er in dit korte tijdbestek een inventarisering van op te maken. Als romanist vertaalde hij poëzie uit het Frans, het Italiaans, het Portugees en uiteraard het Spaans. Hij vertaalde zowel Spaanse als Zuid-Amerikaanse dichters. Ik geef hier enkele hoogtepunten aan.

Uit het Frans vertaalde hij Guy Vaes en Henri Michaux. Uit het Italiaans: Sandro Penna. Hij stelde een driedelige bloemlezing uit hedendaagse Spaanse poëzie samen. Hij zette het werk van de belangrijke Spaanse dichter Antonio Gamoneda in het Nederlands om. Alsook enkel Zuid-Amerikaanse dichters: Cesare Vallejo, Juan Laurentino Ortiz en de onvermijdelijke Pablo Neruda. Bijzondere aandacht verdient toch wel zijn vertaling van het gehele poëtische werk van Federico Garcia Lorca. Een ongeziene krachttoer.

En dan is er zijn essayistiek. Hiermee bedoel ik vooral de inleidingen en nawoorden die bij zijn vertalingen horen. Die zijn verre van oppervlakkig. Ze zijn minutieus en scrupuleus. En dat typeert ten volle Bart Vonck: hij vertaalt vanuit een specifiek inzicht en op basis van wat er over de vertaalde dichter is verschenen. Hij weet die dichters heel goed te situeren: niet alleen literair maar ook de historische en de biografische context. Zoiets wordt eruditie genoemd. Dit komt ten volle tot uiting in het vorig jaar verschenen boek over Lorca: ‘Al die gedaanten van de maan – lezingen van en over Federico García Lorca’. Daarin lezen we naast de vertalingen van een aantal lezingen die Lorca hield, zeer meticuleuze essays over het werk en leven van Lorca. Het verruimt het begrip voor de dichter en het demystifieert een groot deel het werk van Lorca – die inderdaad nog wel eens eenduidig wordt benaderd. Dit boek is zonder meer uniek in de Nederlandstalige literatuur.

Ik eindig met een prachtig citaat uit de inleiding van het boek waarmee we een duidelijke inkijk krijgen in de totaalvisie van Bart Vonck op de Poëzie.

‘Elke lezing (die van de dichter, de vertaler, de lezer) is een verblijf in de tekst en zijn vele kamers, van de nok tot de kelder. Gissingen, overtuigingen, verleidingen worden uitgeschreven en uitgestald. De lezer is aan de wandel en blijft voor de uitstallingen staan. Hij ziet ze van een afstand of hij drukt zijn neus tegen het glas. Hij wil overzicht of nadering. Hij wil landen in de teksten, weer opvliegen met iets wat hij kan koesteren als een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt, wagenwijd of op een kier.’

Ik feliciteer Bart Vonck. En geef hem nu graag het woord.

© Alain Delmotte


Het dankwoord van Bart Vonck verschijnt hier op deze bladzijden morgen woensdag 7/12/2022!


Laudatio voor Bart Vonck door Alain Delmotte

Uitreiking VWS-prijs 2022 aan Bart Vonck - enkele foto-impressies.

Zaterdag 3/12/2022 laatst werd in de Oostendse Bib 'Jaarwerk MMXXII', het nieuwe jaarboek van de VWS voorgesteld. Tevens ontving Bart Vonck als onze laureaat voor 2022 de VWS-prijs, een prachtig beeld van Renaat Ramon. Vandaag en morgen worden hier op onze 'Dun lied donkere draad'-bladzijden ook, de bij de uitreiking uitgesproken teksten van Alain Demotte en de laureaat Bart Vonck gepubliceerd. Hieronder een aantal foto-impressies. Héél veel dank ook aan de Oostendse Bib en aan schepen van cultuur Bart Plasschaert voor de ontvangst!


Jet Marchau leidt in.
Koen D'haene schetst de inhoud van het jaarboek.
Alain Delmotte aan het woord.
Dankwoord Bart Vonck.
Onthulling van de prijs met Renaat Ramon.
Schepen van Cultuur Bart Plasschaert besluit.
Renaat Ramon met Johan Debruyne, aandachtig toehoorder.

zaterdag 26 november 2022

De neus tegen het glas-VWS-jaarboek 'Jaarwerk MMXXII'

De neus tegen het glas

Volgende week zaterdag 3 december 2022 wordt zoals eerder, hier en elders, al een paar keer gemeld, in de Oostendse Bib de VWS-prijs uitgereikt aan dichter, essayist en vertaler Bart Vonck.
Op die dag wordt ook het nieuwe jaarboek ‘Jaarwerk MMXXII’ voorgesteld. In zijn bijdrage “De genereuze leverancier van extase, droom en tragiek” gaat Alain Delmotte uitgebreid in op de kijk van Bart Vonck op het werk van Federico Garcia Lorca dat door Vonck veel- en zorgvuldig werd vertaald.

Een uittreksel uit de tekst van Alain Delmotte:

“‘Elke lezing (die van de dichter, de vertaler, de lezer) is een verblijf in de tekst en zijn vele kamers, van de nok tot de kelder. Gissingen, overtuigingen, verleidingen worden uitgeschreven en uitgestald. De lezer is aan de wandel en blijft voor de uitstallingen staan. Hij ziet ze van een afstand of hij drukt zijn neus tegen het glas. Hij wil overzicht of nadering. Hij wil landen in de teksten, weer opvliegen met iets wat hij kan koesteren als een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt, wagenwijd of op een kier.’

Meer info over inhoud en voorstelling van 'Jaarwerk MMXXII' via deze link:

 

 


maandag 15 augustus 2022

VWS-prijs 2022 voor dichter en vertaler Bart Vonck

De VWS-prijs 2022 gaat naar dichter, bloemlezer en literair vertaler Bart Vonck. 

Bart Vonck werd in 1957 geboren in Brugge. Hij publiceerde veelgeprezen vertalingen van o.a. Neruda, Laâbi, Lorca, Valente en Jacqmin. In samenwerking met het Instituut Cervantes publiceerde Vonck een vierdelige bloemlezing van de hedendaagse Spaanse poëzie, De Tuin der Muzen (bij Uitgeverij P.)

Recent verschenen zijn dichtbundels Teloor zalig (2014), Kijk: verschaving (2017) en Mesmess (2022). In 2021 verscheen een bundel essays met lezingen van en over Federico Garcia Lorca: Al die gedaanten van de maan. 

De VWS-prijs wordt voor de achtste keer uitgereikt. Eerder werd hij toegekend aan Walter Haesaert (2015), Willy Spillebeen (2016), Luuk Gruwez (2017), Kristien Dieltiens (2018), Patrick Lateur (2019), Hedwig Speliers (2020) en Herman Leenders (2021). De laureaten krijgen telkens een origineel werk van beeldend kunstenaar Renaat Ramon. De raad van bestuur van de VWS fungeert als jury. 

Laureaat Bart Vonck zal zijn prijs ontvangen tijdens de publieksvoorstelling van het jaarboek van de VWS op zondag 11 december in Brugge.

donderdag 2 december 2021

Ik had een droom, toen ik een jongen was - Herman Leenders

Dankwoord van Herman Leenders bij het ontvangen van de VWS-prijs 2021

Beminde gelovigen
(geloven wij immers niet allemaal in iets of iemand?)

 

Ik had een droom, toen ik een jongen was, vijftig jaar geleden. Ik droomde dat ik de mensen toesprak en dat die mensen luisterden. Ik weet niet waarover ik sprak. Ik weet niet bij welke gelegenheid ik sprak. Sprak ik als meneer pastoor of als mijn nonkel pater? Sprak ik als een schrijver die de Nobelprijs had gewonnen? Ik weet alleen nog: ik had een droom waarin ik de mensen toesprak.

Ik heb al eens eerder een literaire prijs gekregen maar toen heeft men mij niet gezegd: “je krijgt het woord”. Meestal moet je alleen de prijs in ontvangst nemen en glimlachen. Maar vandaag, de zestig voorbij mag ik u toespreken. Waarover zal ik spreken? Waarover had de jongen die ik was, willen spreken? Over onrechtvaardigheid? Onderdrukking? Armoede? Natuurbescherming? Ja de jongen die ik was, was erg onder de indruk van Vlaamse Filmpjes en Historische Verhalen, van Zorro, Winnetou, Robin  Hood, Willem Tell, Tijl Uilenspiegel, Pater Damiaan en Henri Dunant.

Nu ik eindelijk mag spreken weet ik niet wat kiezen omdat er zoveel is dat mij blij maakt en zoveel dat mij zorgen baart. Ik kan, ik mag, ik moet tevreden zijn met mijn bevoorrechte leventje hier op deze plek op dit continent en in de constellatie waarin ik werd geboren maar ik ben tegelijk bezorgd omdat niet iedereen dit kan zeggen. Bovendien ben ik rijkelijk te laat met mijn toespraak die de wereld zal veranderen. Ik had ze veel eerder moeten houden. Mijn toespraak kan dus alleen maar als volgt gaan en ik moet ze richten aan de toekomst, aan mijn kleinkinderen, aan hun neven en nichtjes, aan hun vriendjes en hun leeftijdsgenoten.

sorry dat ik je een wereld laat waarin je kunt verzuipen

sorry dat je erin kunt branden als in de hel

sorry dat je ziek kunt worden van haar lucht en haar water

sorry dat we haar hebben ontbost en geplunderd

sorry dat we zo onrechtvaardig waren, racistisch en hebzuchtig

sorry dat we meer zorgden voor onszelf dan voor de aarde

sorry dat we meer behoeften hadden dan noden

sorry dat onze ogen groter waren dan onze buik

sorry dat we welvaart verkozen boven schoonheid of geluk

sorry voor de pandemieën en conflicten

ik heb het tij niet kunnen keren

in plaats van reddingsboeien te gooien strooi ik met gedichten

doen jullie het beter dan wij?

In plaats van reddingsboeien te gooien strooi ik met gedichten , dat klinkt misschien niet optimistisch op een dag als vandaag, maar toch geloof ik in die gedichten. Literatuur kan dan misschien de klimaatopwarming niet tegenhouden, de vluchtelingenproblematiek niet oplossen en de biodiversiteit niet herstellen, literatuur kan wel zorgen voor een verhaal, want zonder verhaal bestaat er geen betekenis. We leven in het verhaal dat – onder andere, maar niet alleen – door de literatuur wordt geschreven. Bijvoorbeeld, Adriaan Roland Holst gaf de kustlijn van Bergen aan Zee een verhaal, Miriam Van hee de Cevennen, Guido van Heulendonk het Buiten de wereld van Adegem, Claude van den Berge het onherbergzame Groenland, Paul de Wispelaere het paradijselijke Moerhuize, Willy Spillebeen het Westrozebeke van zijn jeugd, Paul Demets het platteland van Olsene, Peter Terrin een beklemmende plattelandsgemeente en ik mijn Blakkeveld, Helle en het stukje land tussen Kruisberg en Zandberg. Zonder verhalen zijn het namen op de landkaart. Een schrijver brengt de muze naar zijn land (‘patria’ zoals Vergilius zegt aan het begin van het derde boek van Georgica) en daarmee bedoelt hij niet zijn ‘vaderland’ maar zijn biotoop. Een verhaal is de ziel die het land tot leven wekt. Zonder de verhalen van andere schrijvers stond ik hier vandaag ook niet. Zonder verhalen is er geen reden om de klimaatverandering tegen te gaan. Zonder verbeelding is er geen motivatie, geen inspiratie om iets te veranderen. Zonder verhaal waren we hier vandaag niet eens samen gekomen. Dus, ja, we hebben absoluut nood aan ingenieurs en dokters maar ook aan verhalen om in te leven. Dat verhaal kan ons leiden. Dat verhaal moet ons ontroeren, zin geven en schoonheid.

De man die ik ben geworden is daarom oprecht blij met de prijs die hem vandaag wordt toegekend omwille van het verhaal dat (de muze die) hij heeft gebracht naar zijn land.

Ik had de prijs graag gegund aan elk van de bestuursleden van de VWS, maar zij worden door hun eigen reglement beschermd tegen al te opvallende ijdelheid. Ik had hem zeer graag gegund aan Paul de Wispelaere of aan Koenraad Goudeseune maar zij zijn overleden. Ik mis hen als ik hun boeken zie staan en ik kan er niet naast kijken. Ik had de prijs graag gegund aan de eerder genoemde Guido van Heulendonk, Miriam Van hee, Paul Demets of Claude van den Berge maar zij zijn geboren én zij wonen - gelukkig voor mij - in ook een mooie, maar een ándere provincie. Ik had hem graag gegund aan een jongere schrijver, een vrouw (of een X) of een West-Vlaming met een andere huidskleur. Maar ik kan gerust zijn, hun tijd komt nog. De Vereniging van West-Vlaamse schrijvers zal, zolang er West-Vlamingen zijn die schrijven, niet ophouden te bestaan. En zelfs al zou West-Vlaanderen onder de waterspiegel verdwijnen, dan nog kan deze vereniging zich terugtrekken op de Kemmelberg (156m hoog). Tussen haakjes: het hoogste punt van Antwerpen is de Hooge Maey (55m), een vuilnisbelt. West-Vlamingen pas op uw ganzen!

Toegegeven, ik zou de prijs zeker moeten gunnen aan Patrick Lateur, Luuk Gruwez, Willy Spillebeen, Hedwig Speliers, Kristien Dieltiens  of Walter Haesaert maar gelukkig voor mij: ze hebben de prijs al gekregen.

Een prijs is een stoffelijke beloning (meestal medailles, bekers, speciën) voor een prestatie bij spel, sport of strijd. Nu ik de prijs heb gekregen, zonder spel, sport of strijd, zou het gepast zijn de prijs te delen met mijn geliefde Marijke en met mijn fantastische zonen maar aangezien het niet om een geldprijs gaat, is dat – gelukkig voor mij – niet mogelijk. Gelukkig voor mij bestaat de prijs uit een kunstwerk uit één stuk van de door mij erg gewaardeerde Renaat Ramon over wiens gedichten ik onlangs naar aanleiding van zijn verzameld werk en zijn 85ste verjaardag heb gezegd: “Zijn gedichten staan net als zijn beelden evenwichtig in het leven, hij componeert ze alsof het beelden zijn. En ze zijn bescheiden als de man zelf: hij zal niet roepen om gehoord te worden, maar wie luistert zal veel horen én veel zien.” Ik voeg er hier vandaag aan toe: hij slaagt erin om ruimte te snijden en daar zal ik nu vele uren naar zitten kijken. Gelukkig voor mij is Renaat Ramon zo bescheiden om de prijs niet aan zichzelf toe te kennen, wat overigens meer dan verdiend zou zijn.

Met andere woorden: het was dit jaar onontkoombaar, het stond – zonder dat ik het zelf wist – in de sterren geschreven. Het zou hoogmoedig zijn niet aan te nemen wat de anderen uit hun mond hebben gespaard. De afschaffing van de eeuwigheid dwingt ook schrijvers tot onmiddellijk succes. Ik verzeker jullie dat ik vereerd ben. Ik besef dat het helemaal niet vanzelfsprekend is om – al is het maar voor even - sant in eigen land te zijn, laat staan in Rome. Er is altijd wel ergens een duiveltje dat wild tekeer gaat in het wijwatervat zoals jullie hebben kunnen horen van de in wezen timide Hendrik Carette in zijn in wezen korte uiteenzetting. Ik zeg dan ook oprecht dank u aan het bestuur van de VWS, aan Koen D’haene de huidige voorzitter en aan Jooris Van Hulle de vorige voorzitter, aan mevrouw de burgemeester, aan de schepenen van Ruiselede en aan hofleverancier en mecenas Chris Maene in wiens kasteel wij te gast zijn voor dit gemaskerd bal met life pianomuziek van Koenraad Verstichel.

Dit beeld van Renaat Ramon zal mij blijvend herinneren aan jullie allen, aan deze dag en deze heuglijke gebeurtenis. En opdat het niet op de bodem van de zee zou liggen, zal ik het met mij meenemen als ik vanop de Zandberg in mijn opblaasboot van Decathlon zal vluchten voor het wassende water naar de Kemmelberg.

© Herman Leenders, Ruiselede, 28 november 2021

Thuissite Herman Leenders
Voorstelling Jaarwerk2021-Uitreiking VWS-prijs aan Herman Leenders

Renaat Ramon onthult samen met Herman Leenders het beeld



Na de 'ontmaskering'-vlnr Koen D'haene - Renaat Ramon en Herman Leenders



"In plaats van reddingsboeien te gooien strooi ik met gedichten"







maandag 29 november 2021

Voorstelling Jaarwerk MMXXI en uitreiking VWS-prijs aan Herman Leenders

Gisteren werd in de knusse concertstudio van Piano's Maene in Ruiselede 'Jaarwerk MMXXI', het jaarboek van de VWS, voorgesteld. Aansluitend werd Herman Leenders gehuldigd als laureaat van de VWS-prijs 2021. Hij ontving een felbegeerd kunstwerk van Renaat Ramon.

Ondanks de beperkende Covid-omstandigheden ('het lijkt wel een gemaskerd bal in het kasteel van Maene' zei Herman Leenders in zijn ontroerend dankwoord) werd het een erg stijlvolle en aangename literaire voormiddag.

Wil je ook het jaarboek ontvangen? Dat kan. 'Jaarwerk MMXXI' telt  185 bladzijden en kost 25 euro.

Lid worden van de vereniging is nog een beter idee. Dan betaal je 30 euro en krijg je elk jaar het jaarboek gratis toegestuurd. Bovendien word je dan uitgenodigd op de boekvoorstelling en prijsuitreiking.

Meer info -> janbonneure@skynet.be

En verder is één zaak nu al zeker: Op naar 2022!

#VWSprijs2021 #VWSJaarboek #VWS #HermanLeenders #RenaatRamon #JaarwerkMMXXI
 
Herman Leenders ontvangt de prijs

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hendrik Carette in zijn Laudatio voor laureaat Herman Leenders
 
 
 
"Na de voorstelling" - Willy Spillebeen en Herman Leenders

Cover Jaarwerk MMXXI

"Na de voorstelling" - Stefaan Pennynck - Koen D'haene en Paul Rigolle
Renaat Ramon bladert in het VWS-Jaarboek


 

 

donderdag 18 november 2021

Jaarwerk MMXXI - De voorstelling op zondag 28 november 2021

Op zondag 28 november 2021 wordt als alles corona-gewijs een beetje blijft meezitten om 10:30 u. het zevende jaarboek van VWS (mét CST en mét mondmasker) voorgesteld in de concertzaal van Piano's Maene in Ruiselede.
In 'Jaarwerk MMXXI' staan alweer tien bijzonder lezenswaardige artikelen over het literaire reilen en zeilen in West-Vlaanderen. Tevens wordt uitvoerig ingegaan op het literaire werk van Herman Leenders, die op voormelde datum de VWS-prijs voor 2021 krijgt uitgereikt.

Het programma:

- Verwelkoming door Greet De Roo, burgemeester van Ruiselede
- Toelichting bij het VWS-jaarboek door Paul Rigolle, redacteur VWS
- Uitreiking eerste exemplaar aan Ilse Volcke, schepen van cultuur van Ruiselede
- Gelegenheidstoespraak door Hendrik Carette, bestuurslid VWS
- Muzikaal intermezzo door Koenraad Verstichel, Piano’s Maene
- Uitreiking VWS-prijs (kunstwerk van Renaat Ramon) aan Herman Leenders door Koen D’haene, voorzitter VWS
- Herman Leenders krijgt het woord en leest voor uit eigen werk
- Receptie, aangeboden door het Gemeentebestuur van Ruiselede








vrijdag 20 augustus 2021

VWS-prijs 2021 voor Herman Leenders

De raad van Bestuur van de Vereniging voor West-Vlaamse Schrijvers (VWS) kent voor 2021 haar jaarlijkse prijs toe aan Herman Leenders.

Sinds het jaar 2015 reikt de vereniging jaarlijks een prijs uit aan een verdienstelijk schrijver-literator die zijn roots in West-Vlaanderen heeft of die er zijn thuis gevonden heeft.

De prijs die bestaat uit een sculptuur van dichter, beeldend kunstenaar en VWS-bestuurslid Renaat Ramon zal (als alles Covid-gewijs goedgaat) op zondagvoormiddag 28 november 2021 tijdens een literair evenement aan Herman Leenders worden uitgereikt. Meer info over de plaats van uitreiking en het programma wordt later bekendgemaakt.

Op 28/11/2021 zal ook het nieuwste VWS-jaarboek (“Jaarwerk MMXXI”) worden voorgesteld. In dat jaarboek wordt onder meer uitvoerig ingegaan op het werk van Leenders in een studie van Hendrik Carette. Bij wijze van voorproefje hieronder al een fragment uit het stuk van Hendrik Carette:

Het gedicht ‘Treinen’ toont ons de achterkanten en de achtertuintjes van de huizen van onze gehuchten en dorpen in een traag voorbijglijdend landschap en dat ziet onze ziener als een ongeziene indringer. Leenders is ook geen zanger en geen schilder. Hij is een zachte sublieme etser. Hij etst een zomers of een winters landschap en plaatst de lezer als zijn medeplichtige in dit schuldige landschap. En bij voorbeeld in het gedicht ‘De brug’ doet hij dit niet zonder mededogen. Dit gedicht over de zieken van het bekende gesticht in Beernem die buigen en op die brug staan boven de autosnelweg is uniek van menselijk mededogen. Wat dit laatste woord betreft verwijs ik ook graag naar het gedicht ‘Gebed’ dat plots onverwacht opduikt en dit keer wel eindigt op een leesteken en wel het vragende en zeer ironiserende vraagteken. 

De laureaten van de VWS-prijs tot dusver:

2015: Walter Haesaert - Uitreiking in Tielt - Jaarwerk MMXV
2016: Willy Spillebeen - Uitreiking in Menen - Jaarwerk MMXVI
2017: Luuk Gruwez - Uitreiking in Poperinge - Jaarwerk MMXVII
2018: Kristien Dieltiens - Uitreiking in Beernem - Jaarwerk MMXVIII
2019: Patrick Lateur - Uitreiking in Waregem - Jaarwerk MMXIX
2020: Hedwig Speliers - Uitreiking ten huize - Jaarwerk MMXX

2021: Herman Leenders

(Bron: label: VWS-prijs) 

Links:
Blog van de VWS

Renaat Ramon
Herman Leenders

 

Herman Leenders © Willy Vynck

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© foto: Willy Vynck