donderdag 23 september 2021

Voorstelling 'IJzergeluk van Dirk Marteel

Dirk Marteel nodigt iedereen uit op de voorstelling van ‘IJzergeluk’ de novelle waarmee hij bij Beefcake Publishing debuteert als literair auteur. In dit eerste boek vertaalt en hertaalt Dirk Marteel het verhaal van de periode mei-juni 1940 in De Panne. Operatie Dynamo en de inscheping van duizenden Britse soldaten zorgen voor aangrijpende momenten in het leven van de zevenjarige Oskar en zijn familie.

Voorstelling op vrijdag 1 oktober om 19u30 – Gemeentelijke feestzaal/Gemeentehuis – Zeelaan 21 in De Panne.
Moderator Mieke Dumont gaat in gesprek met enkele kenners van Operatie Dynamo en de auteur.

Uitgeverij Beefcake Publishing biedt u de kans om na de voorstelling een gesigneerd exemplaar van IJzergeluk aan te kopen aan het voordeeltarief van € 20.

Na de presentatie is er tijd om na te praten met een drankje, aangeboden door het gemeentebestuur van De Panne.

Gelieve uw aanwezigheid tegen uiterlijk 30 september te bevestigen aan dirk.marteel at proximus.be

vrijdag 20 augustus 2021

VWS-prijs 2021 voor Herman Leenders

De raad van Bestuur van de Vereniging voor West-Vlaamse Schrijvers (VWS) kent voor 2021 haar jaarlijkse prijs toe aan Herman Leenders.

Sinds het jaar 2015 reikt de vereniging jaarlijks een prijs uit aan een verdienstelijk schrijver-literator die zijn roots in West-Vlaanderen heeft of die er zijn thuis gevonden heeft.

De prijs die bestaat uit een sculptuur van dichter, beeldend kunstenaar en VWS-bestuurslid Renaat Ramon zal (als alles Covid-gewijs goedgaat) op zondagvoormiddag 28 november 2021 tijdens een literair evenement aan Herman Leenders worden uitgereikt. Meer info over de plaats van uitreiking en het programma wordt later bekendgemaakt.

Op 28/11/2021 zal ook het nieuwste VWS-jaarboek (“Jaarwerk MMXXI”) worden voorgesteld. In dat jaarboek wordt onder meer uitvoerig ingegaan op het werk van Leenders in een studie van Hendrik Carette. Bij wijze van voorproefje hieronder al een fragment uit het stuk van Hendrik Carette:

Het gedicht ‘Treinen’ toont ons de achterkanten en de achtertuintjes van de huizen van onze gehuchten en dorpen in een traag voorbijglijdend landschap en dat ziet onze ziener als een ongeziene indringer. Leenders is ook geen zanger en geen schilder. Hij is een zachte sublieme etser. Hij etst een zomers of een winters landschap en plaatst de lezer als zijn medeplichtige in dit schuldige landschap. En bij voorbeeld in het gedicht ‘De brug’ doet hij dit niet zonder mededogen. Dit gedicht over de zieken van het bekende gesticht in Beernem die buigen en op die brug staan boven de autosnelweg is uniek van menselijk mededogen. Wat dit laatste woord betreft verwijs ik ook graag naar het gedicht ‘Gebed’ dat plots onverwacht opduikt en dit keer wel eindigt op een leesteken en wel het vragende en zeer ironiserende vraagteken. 

De laureaten van de VWS-prijs tot dusver:

2015: Walter Haesaert - Uitreiking in Tielt - Jaarwerk MMXV
2016: Willy Spillebeen - Uitreiking in Menen - Jaarwerk MMXVI
2017: Luuk Gruwez - Uitreiking in Poperinge - Jaarwerk MMXVII
2018: Kristien Dieltiens - Uitreiking in Beernem - Jaarwerk MMXVIII
2019: Patrick Lateur - Uitreiking in Waregem - Jaarwerk MMXIX
2020: Hedwig Speliers - Uitreiking ten huize - Jaarwerk MMXX

2021: Herman Leenders

(Bron: label: VWS-prijs) 

Links:
Blog van de VWS

Renaat Ramon
Herman Leenders

 

Herman Leenders © Willy Vynck

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© foto: Willy Vynck 

zondag 6 juni 2021

Graven in een schatkamer

Jet Marchau over 'Brugge beschreven'.

Op 3 februari 2021 stierf mijn broer, Marcel Marchau. Grasduinend in zijn uitgebreide bibliotheek herken ik weer zijn brede interesse, wetenschappelijk werk- vanuit zijn leven als neuroloog, naslagwerken over dier- en plantkunde, historische, kunsthistorische en vooral heemkundige werken en tijdschriften, waar hij ook wel eens in publiceerde. Oudere literatuur en verzamelingen, bijv. de nagenoeg volledige reeks Vlaamse Filmpjes, dankbaar gebruikt in mijn artikel over West- Vlaamse auteurs en de Groote Oorlog, Jaarwerk MMXV, p.22-42. En ook een verzameling Brugge- literatuur uit een tijd- hij had tien jaar voorsprong- waarin ik nog te druk bezig was met mijn eigen leven en bibliotheek uit te bouwen.

Eén lijvig werk trekt meteen mijn aandacht: Brugge beschreven. Hoe een stad in teksten verschijnt. Auteur: Fernand Bonneure, onze ere-voorzitter van de VWS. Onder de wikkel komt een mooie linnen band te voorschijn, met een opgedrukte goudstempel. Een uitgave van Elsevier uit 1984. Toen ‘bestond er nog geen boek met een overzicht van de literatuur die Brugge heeft opgeleverd of een onderzoek naar de betekenis van Brugge voor de letterkunde in alle tijden en in vele talen’ stelt Fernand Bonneure in het voorwoord, en hij schrijft ze dus zelf, of hij brengt in ieder geval ‘bouwstenen’ aan, zoals hij in alle bescheidenheid zegt. Maar wat een weelde aan bouwstenen!

Teksten en poëzie van binnen- en buitenlandse auteurs, binnen in de zeven hoofdstukken chronologisch onder thema gerangschikt. Lovende, juichende gedichten of kritische teksten, middeleeuwse en jongere auteurs tot 1984- genoeg voor urenlang snuisteren en leesplezier. Ik lees een gedicht van Wordsworth ‘Bruges. The Spirit of Antiquity- enschrined/In sumptuous buildings, vocal in sweet song,(…) A nobler peace than that in deserts found!, Een ode van Marcus Cumberledge en Owen Davis aan Juan Vives voert me naar mijn eigen bibliotheek, waar ik het gekoesterde, lange gedicht Bruges terug uithaal, in 1978 herdrukt met toegevoegd de mooie Nederlandse vertaling van dichter Herman Leys. Ik blader kriskras verder: Emile Verhaeren: Et Bruges se souvient et veut ressusciter (…); en ook een fragment uit L’œuvre au noir (1968) van Marguerite Yourcenar, die in 1972 bij haar bezoek aan Brugge- dikwijls herhaald!- het huis van Zénon herkende in het historische pand van Jan Broes en Katrien De Groote (zie mijn artikel in Jaarwerk MMXXII, over ‘schaduwdichter’ Katherine De Groote). Een kritische Baudelaire die in nr. 32 (Promenade à Bruges) van zijn hekelboek Pauvre Belgique (1953) ook Brugge een veeg uit de pan geeft.

Tussen zoveel buitenlanders ontmoet ik zeker evenveel Nederlandstalige auteurs, van Karel-Lodewijk Ledeganck over Karel van de Woestijne, Gaston Durnez, Hugo Claus, Hubert Lampo, Renaat Ramon, Achille Van Acker, Stijn Streuvels, Hervé Stalpaert, Andries Van den Abeele, Patricia Lasoen, Raf Seys….. ik pluk er zomaar enkele uit het grote aantal.
Ik lees, ik snuister, ik geniet. En ik geniet even hard van de uitgezochte illustraties, ‘oude en meestal minder bekende gravures’ uitgezocht door Willy Le Loup. Dit is een hebbeding, nog vlot te verkrijgen zelfs. Veel meer dan een coffee table book, wel een prachtig ‘lees- en kijkboek’ zoals Fernand Bonneure het zelf noemde. Een schatkamer geplukt uit een schatkamer. Met postume dank aan onze ere-voorzitter en aan mijn broer.


© Jet Marchau


zaterdag 22 mei 2021

Wie was Etienne Vermeersch?

Enkele notities van Hendrik Carette als herinnering aan Etienne Vermeersch

Was hij een impotente Socrates of gewoon een rationele denker?  

In memoriam Etienne Vermeersch (Brugge,1934 – Gent, 2019)

In het boek Vaarwel en beste wensen (Polis, 2016) staan gedichten vertaald uit het Italiaans en zelfs één gedicht geschreven in het Friulaans door Pier Paolo Pasolini en ook dit gedicht werd vertaald door Piet Joostens die tevens tien polemieken vertaalde en verzamelde voor dit zeer merkwaardige boek. Eén polemisch artikel uit de Italiaanse krant ll Corrieri della Sera van 19 januari 1975 werd hier opgenomen en vertaald en heeft als lange titel (aanvankelijk gewoon als ‘Sono contro l’aborto’): ‘Geslachtsgemeenschap, abortus, de valse tolerantie van de macht en het conformisme van de progressieven’. En ik vraag mij nog altijd af: wat zou iemand als Etienne Vermeersch, een heilige (geen ketter) van en voor de Linkse Kerk, bij zo’n polemisch stuk wel denken of niet denken. Want misschien was hij wel een denker, maar geen filosoof. De dichter Pasolini was harder toen hij schreef:  

                Hier spreekt een ellendige, impotente Socrates,
                een die wel kan denken maar niet kan filosoferen

Overigens was Etienne Vermeersch ook nooit een ketter en de katholieke priester en theoloog André Léonard is al lang geen kerkvorst meer. Een ketter gelooft immers wel in een bepaald
geloof of in een bepaalde leer, ook al is het dan een dwaalleer. De Catharen waren ketters. Ook de Arianen of aanhangers van het Arianisme. In het boek Ketters (1) van de marxistische schrijver Theun de Vries werd de geschiedenis van al die christelijke ketterijen uitvoerig gerelateerd. Etienne Vermeersch was dus een atheïst of een ongelovige, maar geen ketter. De titel van het boek De ketter en de kerkvorst van Joël de Ceulaer is dan ook zeer slecht gekozen en bewijst meteen hoe snel het onbegrip en de misverstanden zich als bacteriën en virussen in de geest verspreiden. Ik heb dit boek dan ook bewust niet gelezen omdat de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer mij leerde wat hij elke goede lezer leerde: Om het goede te lezen, is het een van de voorwaarden dat men het slechte niet leest; want het leven is kort, tijd en energie zijn beperkt . (2)


En een andere prachtige passage van de filosoof Schopenhauer in dit boek en in dit verband (het niet kunnen en niet willen lezen van alle bestaande boeken) is de volgende: Volgens Herodotus barstte Xerxes bij de aanblik van zijn onafzienbare leger in tranen uit toen hij bedacht dat niemand van al die mannen over honderd jaar nog in leven zou zijn. Wie zou dan niet in tranen uitbarsten als hij zich bij het doorbladeren van de catalogus van nieuw verschenen boeken realiseert dat er van al die boeken over tien jaar geen één meer gelezen wordt?

Maar ik mag niet afdwalen: de twee boeken van onze Vlaamse denker en hoogleraar die ik wel heb gelezen zijn het zeer beknopte Over God (3) en het zeer uitgebreide interviewboek van zijn apostel Dirk Verhofstadt In gesprek met Etienne Vermeersch met als ondertitel ‘een zoektocht naar waarheid’ (4) en dit lijvige boek is inderdaad een zoektocht naar de waarheid (waarheden?) van de atheïst Vermeersch. Hoewel hij in Wetteren woonde, was deze kleine vriendelijke man een West-Vlaming, maar vermoedelijk vond hij dit eerder een toeval en vond hij dit feit niet zo belangrijk. Overigens onaneren deed hij ook al niet. Ook niet (naar zijn eigen woorden) in het klooster van de Jezuïeten in Drongen. Voor de rest denk ik dat hij op één punt alleszins meer dan gelijk had: de overbevolking is of wordt een gigantisch wereldprobleem voor onze blauwe planeet. Toch resten mij nog andere vragen die ik graag had gesteld toen hij nog leefde of onder ons was… Zoals bijvoorbeeld: 


- Las hij ooit de eminente essays in de eminente boeken van de- marxist en filosoof Bernard Groethuysen?
- Wat dacht hij eigenlijk over de apofatische mystiek?
- Hoe komt het dat hij geen vrijmetselaar was?
- Las hij wel eens een boek van de Frans-Roemeense filosoof E. M. Cioran?
- Hoe stond hij tegenover de filosofische uitspraken van Simone Weil in haar geestelijk testament La Pesanteur et la Grâce?
- Las hij ooit de Rebuten van de denkende dichter Renaat Ramon?
- Wat was zijn houding t.o.v. de overweldigende ideeën en boeken van de filosoof Friedrich Nietzsche?

Het zijn wel vragen die voor mij veel relevanter zijn dan de ongetwijfeld kwellende vragen over abortus, euthanasie, de islam en alle andere religies van de volgelingen van Mani, Mozes, de profeet Mohammed en de Messias die nog moet komen of al op aarde is gekomen. Na zijn dood is het zeer de vraag of er de komende decennia nog ooit zo’n erudiete man op het scherm van onze televisietoestellen kan komen en wie waar en op welk niveau zoals Etienne Vermeersch zou kunnen debatteren of monologen houden. En ik verwijs alleen maar naar de titels van de vierentwintig hoofdstukken in het interviewboek van Dirk Verhofstadt dat al vijftien drukken kende en dat als een soort van Bijbel voor een atheïst kan gelden:

1. Een zoektocht naar waarheid
2. Van niets naar iets en van iets naar niets
3. De eerste mens
4. Over God en moraal
5. Atheïsme als basis voor de moraal
6. Het vaststellen van morele normen
7. Over cultuurrelativisme en monoculturalisme
8. Naar een kosmopolitisch humanisme
9. Aanval op de moderniteit
10. Religie versus vooruitgang
11. Goddelijke openbaringen
12. Religies en misogynie
13. De opmars van de islam
14. De katholieke Kerk in vraag 15. Historisch schuldbesef
16. De toekomst van het atheïsme
17. Strijd tegen pseudowetenschap
18. De verheerlijking van het lijden
19. Het recht op zelfbeschikking
20. De mens, flora en fauna
21. De draagkracht van de aarde
22. Over vrijheid en solidariteit
23. Kan kunst de wereld redden?
24. Over het leven na de dood

En zeker, de rationalist Etienne Vermeersch hield van de zuivere wiskunde en van de poésie pure, van de muziek van de geniale componist Bach en van het Latijn en hij is zeker niet gestorven in schande. Hij was een goed mens, een zoekende in de woestijn waarin wij allen (helaas met veel te velen) moeten samen zijn. Maar ik geloof toch dat hij eerder een zeer lucide denker was dan een schrijvende filosoof.  
 

© Hendrik Carette

Noten
(1) ondertitel ‘Veertien eeuwen ketterij, volksbeweging en kettergericht’, Amsterdam : Querido, 1987.
(2) in In de tuin der letteren, Over de kunst van het schrijven, vert. en ingeleid door Hans Driessen, Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2008 op pagina 78 e.v. in het hoofdstuk ‘Over lezen en boeken’.
(3) Antwerpen: Vrijdag, 2016.
(4) Antwerpen: Uitgeverij Houtekiet, vijftiende druk, februari 2019.   


zaterdag 15 mei 2021

West-Vlaamse jeugdauteurs in de kijker

West-Vlaamse nominaties prijs Kinder- en Jeugdjury 2021-2022

Drie West-Vlaamse auteurs zijn genomineerd voor de prijs van de Kinder- en Jeugdjury 2021-2022. De Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen werkt met 6 nominatielijsten voor 6 leefijdsgroepen.

In groep 2 ( 6-8 jaar, eerste en tweede leerjaar) prijkt tussen de 8 nominaties Mie Raat van Katrien Vandewoude. Katrien is geen onbekende in de kinderboekenwereld. Haar boeken haalden al

verschillende keren de nominatielijst van de kinder- en Jeugdjury. In 2003 werd ze laureaat in groep 4 met Hier mag je niet spelen. In het leesgroeiboek Mie Raat, vaart stoere Mie piraat met haar boot rond op zoek naar buit. Maar een mysterieuze piraat is haar telkens voor… Het kleurrijke gezelschap dat Mie Raat op haar spannende tocht ontmoet, wordt mooi in beeld gebracht door Claudia Verhelst. Uitgever is de West- Vlaamse uitgeverij De Eenhoorn, die garant staat voor kwaliteitsvolle kinderboeken!  

In groep 3 (8-10 jaar, derde en vierde leerjaar) kiezen de kinderen dit jaar tussen 8 genomineerde boeken, waaronder De baron von Münchhausen van Wouter Deprez,  origineel en
kunstzinnig geïllustreerd door Randall Casaer en eveneens uitgegeven door uitgeverij de Eenhoorn. Wouter Deprez herschreef de beste volksverhalen over de baron en leest ze ook bijzonder expressief voor in een bijhorende CD. Voor hem is ‘Avonturen navertellen de beste manier om ze opnieuw een beetje mee te maken.’ en ‘zo is dit werk ook een ode aan de kunst van het vertellen’ prijst recensent Eric Vanthillo.

Een nieuwkomer op de nominatielijsten is de Brugse Sofie Leyts. Jozefien Wachters en de strijd om altijd staat tussen de acht genomineerde boeken van groep 4 ( 10-12 jaar, vijfde en zesde leerjaar). Hoofdfiguur van het verhaal is de 12-jarige Jozefien. Zij
moet haar weg zoeken in het Instituut voor Bijzonder Talentvolle kinderen. Zo onopvallend mogelijk probeert zij het schooljaar uit te zitten, maar dat lukt haar niet. Na een absurde gebeurtenis in de chemieles wordt ze meegesleurd in een magische wereld vol wonderlijke gebeurtenissen. In fantasie leunen Jozefiens ervaringen aan bij fantasieverhalen als Harry Potter en bij de absurde, humoristische wereld Roald Dahl.
Sofie Leyts is een recente naam in de kinderliteratuur. Zij debuteerde in 2018 bij uitgeverij Van Halewyck met 'Vitus en een mysterie zo groot als het heelal of misschien nog groter'. In 2020 verscheen De familie Claus, het boek bij de gelijknamige film van productiehuis Dingie met Jan Decleir als kerstman in de hoofdrol, waarvoor ze het scenario schreef. Sofie combineert haar passie voor het schrijven met een educatieve job in de Brugse bibliotheek. 

De kinder- en jeugdjury viert in 2021 haar 40 jaar bestaan en verandert binnenkort haar naam. De KJV ontstond in 1998 als overkoepelende jury van de Vlaamse KJJ (Kinder-en jeugdjury voor het boek in Vlaanderen, opgericht in 1981) en de Limburgse jury (KJL, 1985, later opnieuw gestart als Lees 17). In het leesjaar 2021-2021 brachten over heel Vlaanderen 11.303 lezers hun stem uit. 

In het jaarboek van de VWS, Jaarwerk MMXVII,  lees je in mijn artikel, Pionier en erflater. De kinder- en Jeugdjury voor het boek in Vlaanderen. p. 37-60, de geschiedenis van de KJJ tot de KJV.


© Jet Marchau





donderdag 13 mei 2021

Ad multos annos

Vandaag wordt VWS, de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers, 60 jaar. 

Op 13 mei 1961 werd de vereniging gesticht tijdens een vergadering in het hotel Portinari op de Garenmarkt in Brugge. De vereniging had als doel ‘literaire manifestaties, huldigingen en vieringen, publicaties, vriendschappelijke samenkomsten en uitwisselingsbezoeken’ te organiseren. VWS is daar al die jaren wonderwel in geslaagd. De reeks VWS-cahiers verwierf zich een geheel eigen en bijzondere plaats onder de literaire publicaties in Vlaanderen. Er verschenen maar liefst 283 afleveringen en elk nummer belichtte op originele wijze leven en werk van een auteur uit West-Vlaanderen. Bij de publicatie van een cahier hoorde vele keren een voorstelling, die telkens uitgroeide tot een kleine literaire manifestatie. Alle West-Vlaamse auteurs kregen ook een plaats in een zesdelig lexicon en aan enkele ‘grotere’ schrijvers uit de provincie werd een omvangrijke monografie gewijd. 
Toen in 2014 alle provinciale subsidie wegviel, wankelde VWS even, maar sneuvelen deed ze niet. De raad van bestuur besloot moedig voort te werken. De cahiers verdwenen, de Jaarwerken kwamen in de plaats. Ondertussen verschenen zes bijzondere jaarboeken, die telkens een gevarieerde en originele terugblik op een literair jaar in de provincie West-Vlaanderen bieden. Lectuur van de jaarboeken bevestigt evenwel dat literatuur geen grenzen kent en al zeker geen provinciale.
 

Nieuwe voorzitter


Eind 2020 kondigde literair criticus Jooris van Hulle zijn ontslag aan als voorzitter van de Vereniging. Jooris volgde in 2007 Fernand Bonneure op, die voorzitter was sinds 1984. Fernand trad zelf in de voetsporen van Jan Vercammen, de eerste voorzitter van VWS. 
Tijdens de bijeenkomst van de raad van bestuur op maandag 10 mei 2021 werd Koen D’haene, bestuurslid en sinds 1999 redacteur van de vereniging, verkozen als nieuwe voorzitter van de VWS.

‘Mijn voorgangers zijn grote literatoren en voorbeelden waar ik alleen maar bewondering voor kan hebben. Ik hoop dat de vereniging in deze cultureel woelige en financieel onzekere tijden haar eigen plaats kan behouden. De jarenlange inspanning van de vereniging en haar leden voor de literatuur wordt hopelijk ook opgepikt door de subsidieerders van Literatuur Vlaanderen. Verder hoop ik dat de vereniging verder zal evolueren van vereniging van schrijvers naar vereniging van schrijvers én lezers. Iedereen met passie voor literatuur kan lid worden. Voor de prijs van een goed boek ben je lid en je krijgt er een goed boek (het jaarlijkse jaarboek) gratis bovenop. Ik hoop dat de traditionele slotzin van Fernand Bonneure even hard kan blijven klinken: VWS, ad multos annos!’



donderdag 8 april 2021

De schoonheid van verstilling

Jet Marchau over Bult van Marieke De Maré

Een jaar geleden verscheen de Bult, de debuutroman van de West- Vlaamse Marieke De Maré (zie blogspot VWS: Dun lied donkere draad, 16 maart 2020).

Marieke De Maré (°Koolskamp 1985) is geen onbekende in het artistieke veld. Na haar masterdiploma dramatische kunsten, optie woordkunst, werkte ze als freelancer voor Radio 1, Radio 2 en Klara, was/is ze actrice, performer en regisseur bij verschillende gezelschappen en doceert ze aan de kunstacademie van Torhout. Met Jeroen Vanacker (directeur Brugse concertgebouw) en haar drie dochters woont ze in St.-Andries-Brugge.

Vanwege het begin van de coronacrisis was van de geplande voorstelling voor Bult in Damme geen sprake,
maar het virus kon de aandacht niet tegen houden.
Kronkelend door het eerste pandemiejaar heen volgden interviews, o.m. in Exit met Luc Fossaert, op Klara in De Liefhebber met Katelijne Boon, en gastoptredens zoals in Lees Meer, het boekenprogramma van de Brugse bibliotheek.
Zoveel is zeker: Bult kreeg de aandacht die het verdiende, maar dit poëtisch kleinood verdient een blijvend podium.

Bult’ is een kleine heuvel. Op zijn zachte helling wonen drie mensen in kleine huizen. Hun naam: oude vrouw, jonge vrouw en lange slanke man. Oude vrouw bakt taarten en verzamelt knikkers. Honderden heeft ze er. Ze blinken in haar verhaal met mooie woorden: ‘wervelwind’, ‘witte tijger’, ‘nimf’ ‘dauwdruppel’… Jonge vrouw observeert het universum in de sterrenwacht op een heuvel verderop, en klimt en boetseert tussendoor. Verzonken in haar eigen gedachten ondergaat ze haar bestaan, niet zeker of ze eigenlijk wel welkom is in deze wereld. De lange slanke man wandelt iedere avond met de kleine ‘nachtvlinderhond’, waardoor zijn lange benen werden benadrukt. Dit doet hij enkel uit plichtsbesef en piëteit voor zijn overleden moeder. In se is hij kunstenaar.

Er is veel stilte in Bult, nog geaccentueerd door witruimtes op de pagina’s. De drie heuvelmensen komen gaandeweg in gesprek met elkaar, er komt ook wel eens iemand hun bestaan verstoren, maar ook hun verhalen haperen vaak in stiltes. En toch komen ze tot leven, in korte zinnen en spaarzame woorden, maar net daarom beroeren ze je ook. Bult is een verhaal en een gedicht samen. Je wil er ieder woord van proeven, het opnieuw lezen en bewaren. Het smaakt naar veel meer.

In boekenvriendschap, Jet

© Jet Marchau


Website Marieke De Maré
Bult bij Uitgeverij Vrijdag


dinsdag 2 februari 2021

Uitgesproken schrijfbeest en bijzondere vrijbuiter

De stad Torhout koos voor het eerst een stadsdichter. Die moet de komende jaren 'gedichten schrijven, zijn werk naar voor brengen tijdens culturele activiteiten en bij belangrijke gebeurtenissen in de stad'. Hierbij moet hij bovendien 'met een eigenzinnige kijk het Torhoutse leven op een originele manier tot bij de Torhoutenaar brengen'.
Er waren acht kandidaten voor het felbegeerde stadsdichterschap en de jury koos onder het voorzitterschap van bibliothecaris Greta Naert voor 'zijne witte merelachtigheid' Joris Denoo

Denoo is oud-Torhoutenaar (°6 juli 1953) en was 38 jaar actief als docent Taal en Literatuur aan de lerarenopleiding  van de hogeschool Katho/Vives, waardoor zijn band met Torhout altijd is blijven bestaan. Veel leraren in (en buiten) de provincie vonden bij hun docent de liefde voor taal en woorden en sommigen inspireerde hij om zelf de pen ter hand te nemen, zoals Patrick Cornillie, Geert De Kockere en Maaike Monkerhey.
Het oeuvre van Joris Denoo is veelomvattend en meerstemmig. Hij schreef en schrijft zowel kinder- en jeugdboeken, proza, columns, theater en (vooral) poëzie.

In 2003 verscheen van de hand van Julien Vermeulen het VWS-cahier 216 over Joris Denoo. Samensteller Julien Vermeulen noemde hem 'een nerveuze postmodernist' en een 'uitgesproken schrijfbeest': 'schrijven is zijn roeping en dé draad in zijn leven'.
In Jaarwerk MMXIX, het jaarboek 2019 van VWS, schreef Paul Rigolle een uitvoerige bijdrage over het recente werk van Joris Denoo met als bijzondere titel 'Het polsstarrig tikken van de tijd'. 
Rigolle schrijft: 'Joris Denoo blijft als schrijver die biezondere vrijbuiter die balanceert op het slappe koord tussen ernst, luim en ironie; een stijmiddel dat in deze botte tijden van polarisatie tot zijn en ons verdriet steeds vaker onder druk komt te staan. (...) Het schrijversschap van Joris Denoo uit zich in veel vormen en vormt een waarachtig warrelnet, een weefsel van taal. Versnipperd en wel. Zoals de wereld is'.



zaterdag 9 januari 2021

De Westhoek staat niet stil


IJaarwerk MMXVI, het jaarboek 2016 van de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers, maakte Paul Rigolle een geslaagde westhoekoefening. Hij ging op zoek naar schrijvende nazaten van Marguerite Yourcenar aan de Vlaamse kant van de Schreve. Het zoete Heuvelland en de gure Westhoek zijn veelbeschreven locaties in de Vlaamse literatuur. In zijn bijdrage 'Dertig dagen en een versierhandboek' laat Paul Rigolle o.m. Annelies Verbeke, Jan Vantoortelboom, Thomas Blondeau, Roderik Six, Kris Van Steenberge en Piet Chielens de revue passeren.

Sindsdien stond de Westhoek in tegenstelling tot wat je wel eens hoort niet stil. Door Rigolle aangekondigde titels zijn ondertussen verschenen (Koen D'haene, Ketters van de Kemmelberg), op andere is het nog even wachten (Anne Provoost, Kinderen van de IJzer) en er zijn ook nieuwe namen en titels (Maaike Monkerhey, Bellenhof en Miguel Bouttry, Bron van Pijn).

In het recent verschenen Jaarwerk MMXX zoomt Paul Rigolle in op het proza van Jan Vantoortelboom. Terecht, want: 'Wie een bijzondere band bewaart met de Westhoek en ook nog 's van literatuur houdt, kan onmogelijk voorbij aan het proza van Jan Vantoortelboom. In amper een decennium tijd schreef oud-Elverdingenaar Vantoortelboom vijf romans bij elkaar die terecht een voor een, en stuk voor stuk, met de nodige égards ontvangen werden'.
De conclusie van de bijzondere bijdrage is veelbelovend voor al wie van Vantoortelboom en de Westhoek houdt: 'Benieuwd wat de man die veel schrijvers in hetzelfde hoofd met zich meedraagt de komende decennia nog voor ons in petto heeft. En welk soort schrijver hij uiteindelijk zal worden.'

Lees de volledige bijdrage over Jan Vantoortelboom in Jaarwerk MMXX.

Lees ook: Roman tussen de hopperanken: over Bellenhof van Maaike Monkerhey.


zaterdag 2 januari 2021

Waarde Deken De Bo,

"Op een meidag sta ik voor uw praalgraf op de begraafplaats van Poperinge. Een ommuurde verwildering, zielig maar niet zonder ziel. Rond uw graf opgeschoten buxus en hortensia’s, groene woekering van wat vijftien jaar geleden door scholieren werd geplant. Dat moet de botanicus in u plezier hebben gedaan. Drie treden hoog een arduinen kist, daarachter een hoge sokkel waarop een kruis. Alles neogotisch van signatuur en dus van de hand van Jean-Baptiste de Bethune in overleg met uw beider vriend Guido Gezelle. Vooraan op de hoge sokkel een gebed in verzen, links en rechts uw curriculum in het Latijn en het Nederlands. De tekst op de achterzijde spreekt van uw werk en faam." 

Het praalgraf waarvan sprake is dat van Leonard Lodewijk De Bo - de samensteller van het roemrijke Westvlaamsch Idioticon. (1870-1873).

Patrick Lateur werd net als De Bo geboren in Beveren (Waregem). Honderdvijftig jaar na het verschijnen van het Idioticon schreef hij een brief aan zijn beroemde dorpsgenoot.
De brief kan je lezen in Jaarwerk MMXX, het jaarboek van de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers.


vrijdag 18 december 2020

Het vaderlandse dichterschap van Els Moors

Els Moors was in de periode 2018-2020 'Dichter des Vaderlands'. Voor 'Jaarwerk MMXX', het jaarboek 2020 van VWS, maakte Alain Delmotte de balans op van de twaalf gedichten die ze in die hoedanigheid schreef en van de manier waarop ze het nationale dichterschap invulling gaf. Zijn conclusie is dat Moors fier mag zijn op wat ze heeft gerealiseerd en hij kijkt nieuwsgierig uit naar nieuw creatief werk. 

'Als we de balans opmaken dan heeft Els Moors alle redenen om fier te zijn op wat ze als Dichter des Vaderlands heeft gerealiseerd. Twaalf gedichten waarvan enkele zeer geslaagd. Ze trad naar buiten en schuwde het publiek niet - wat niet hoeft te betekenen dat ze voor de gemakkelijkste weg koos. Ze verraste, ze stimuleerde, ze nam voorbeeldige iniatieven. Zonder haar ik-gerichtheid en stilistische idiosyncrasie te verliezen koos ze voor thema’s die we niet meteen in haar vorige dichtbundels terugvonden. Haar taalveld heeft ze verruimd. Het is nu uitkijken naar volgend poëtisch werk (waarvan we weten dat Moors daar graag haar tijd voor neemt). We vragen ons af in welke mate deze periode haar weerslag in haar creativiteit zal vinden. Of niet zal vinden.'

vrijdag 11 december 2020

Koenraad Goudeseune is niet meer!

Koenraad Goudeseune, Man van de Westhoek maar vooral van de Wereld, is dood. Nadat bij hem darmkanker werd vastgesteld koos hij geheel vrijwillig om afscheid te nemen van - romanticus als ie
was - dit tranendal. Gisteren al en vandaag worden zijn gedichten door talloos velen gedeeld op de sociale media. Het bewijst dat hij meer betekende dan wat de literaire canon(s) soms wil(len) laten uitschijnen… Jazeker, hij was een moeilijke jongen die in zijn later werk de verbittering om de miskenning de vrije loop liet. Een snuifje kwaadaardige rancune was hem daarbij heel regelmatig niet vreemd. ‘Een woelwater’ zo noemde men hem vaak en gretig. Maar iedereen zal toegeven dat Koenraad Goudeseune kon schrijven en dat de toon van zijn toegankelijke en belijdende gedichten, en van zijn brievenboeken, toch altijd weer uniek te noemen was. Iets wat alleen van waarachtige dichters kan worden gezegd.

Veel mensen schrijven op Facebook en elders herinneringsteksten en plaatsen gedichten van hem.

Pascal Cornet schrijft in zijn “Scherf 93” onder meer:

Koenraad Goudeseune is overleden. Dat feit zal allicht maar weinig mediabelangstelling halen. Maar toch is het een belangrijke gebeurtenis voor al wie deze man de laatste weken heeft leren kennen. En dat waren er nogal wat. Jarenlang zag ik maar een handvol Facebookgebruikers op zijn posts reageren. Nu waren het er opeens vele tientallen. Gelukkig maar, het zal Koenraad Goudeseune deugd hebben gedaan. Want hij verdiende die aandacht. Jammer dat hij er zolang op heeft moeten wachten.

Ook Marc Reugebrink typeert Goudeseune op zijn Facebook-bladzijde erg raak:

Ik heb nooit begrepen waarom hij door de kritiek zo stiefmoederlijk is behandeld, waarom beoordelingscommissies van het Vlaams Fonds zijn werk nooit werkelijk naar waarde hebben geschat. Misschien was het zijn weigering om zich door 'de literatuur' in te laten kapselen. Ik heb wel eens gedacht: had hij in Amsterdam gewoond, had hij zich in de juiste kroegen een stuk in de kraag gedronken — hij zou op zijn minst de status hebben gehad die nu aan een Menno Wigman wordt toegekend. Dat is precies wat hij aanklaagde. Ik hoop desalniettemin dat hij die alsnog krijgt.

En ons aller lieve Tine Moniek plaatst op haar Facebookboek:

Koenraad was de eerste dichter die zich durfde tonen in de rubriek 'Parlandoscoop' waarin ik Vlaamse dichters een plek op YouTube wou bezorgen. Ik voelde me een groentje op bezoek bij een sluwe vos. De opname is erbarmelijk en toch is het nog altijd het enige filmpje dat je ziet als je Koenraad daar zoekt. Maar waarom zou je hem dààr moeten zoeken? Koenraad hoort in elke bibliotheek en in elke serieuze boekhandel. In de loop van al die jaren doofde mijn Parlandokaars. Dat wil niet zeggen dat ik Koenraad niet meer tegenkwam. Behalve op het WWW botste ik op hem op bundelpresentaties, optredens en soms in het nachtleven van Gent en zelfs Menen. Maar altijd zat ik in gedachten wat ongemakkelijk op zijn bed.

En zo kun je vandaag veel her- en gedenkingsberichten lezen.

Op het Literair Magazine ‘Het Moment’ stonden er recent nog enkele (afscheids)gedichten van Koenraad Goudeseune. Daaruit:


IN MEDIA VITAE


Hier vaart iedere dag een boot voorbij met op het dek
een uitgelaten menigte van jonge mensen. Het is zomer,
van ver reeds hoor je dansmuziek, gelach. Het zwelt aan
en nog voor ik de boot kan zien, open ik het venster.

Steeds andere jongelui, maar wat zij doen verandert niet.
Ze wuiven, joelen en heel even sta ik in het middelpunt
als ik hen mijn biertje toon, als ik met hen toost — op wat?
Wat verder maakt de boot een U-bocht en keert terug.

En ik sta daar nog. Wat zich eerder voordeed, gebeurt opnieuw.
Zij die aan stuurboord stonden, staan daar nog en zien mij niet.
Zij die aan bakboord staan, zien me voor het eerst. Ook ik

ben blijven staan waar 'k stond, drie hoog, aan 't open raam.
De boot vaart traag voorbij, de muziek, het gejoel neemt af.
Totdat ik hem niet meer zie, alleen nog hoor, verrassend lang.


© Koenraad Goudeseune


Rip Koenraad! Aan alle vrienden en familie: sterkte!


(Paul Rigolle voor de VWS)


maandag 7 december 2020

De Letterzetter in Kortrijk en De Letterie in Oostende

De onheilsberichten over ontlezing en tanende interesse voor literatuur en schone letteren staan vaak haaks tegenover de hoera-verslaggeving over allerlei mooie initiatieven en projecten rond taal, woorden, boeken en schrijvers. Opvallend hierbij is dat lezen alleen (het openen van een boek, dat vervolgens van de eerste tot de laatste pagina lezen en het ten slotte weer dichtslaan) lang niet altijd meer voldoende is. ‘Leesbeleving’ is het nieuwe toverwoord. Boeken openen deuren naar steeds weer andere boeken, er wordt gekookt, gefietst en gereisd zoals in romans, de schrijver zelf wordt partner in het leesproces (waar hij vroeger zijn boek afleverde en kees klaar was), er wordt samen- en ‘slow’-gelezen en blind gedatet met een boek, leesclubs evolueren naar actieve en interactieve praatgroepen die niet langer stilstaan bij alleen maar een gesprek over plot, thema’s en motieven van de gelezen roman, overal in het straatbeeld verschijnen boekenruilkastjes en boekengeefkasten, schrijvers zijn actief op de sociale media en organiseren mee recreatieve en creatieve leesacties. Je kan het lijstje ongetwijfeld zelf nog lang aanvullen.

De meeste van bovengenoemde acties focussen op een creatieve leeshouding. Door gerichte en leuke acties proberen de leespromotors betere boeken en meer leesplezier aan te reiken. Minder talrijk zijn initiatieven die intens werken rond de link tussen schrijven en lezen. Wie zin in taal heeft en plezier aan boeken beleeft, zal ongetwijfeld ook wel eens zin hebben om zelf te schrijven. Door hen aan te moedigen om zelf de pen in de hand te nemen en hen hierin professionele en deskundige begeleiding te bieden (zowel op het zakelijke als het creatieve vlak), kunnen ze uitgroeien tot regionale woordkunstenaars die dan op hun beurt plezier in lezen en schrijven helpen aanwakkeren. Geen saaie schrijversscholen, maar artistieke en stimulerende labo’s die de grens tussen lezen, laten lezen en zelf  schrijven doen vervagen. Deelnemers maken kennis met het werk van gerenommeerde schrijvers, maar verkennen ook hun eigen schrijftalenten en praten met gelijkgezinden open en bloot over hun schrijfsels die vaak uitgroeien tot gedegen literair werk.

In Kortrijk en Oostende vond Koen D'haene twee in het oog springende literaire projecten. Maak kennis met De Letterie en De Letterzetter in Jaarwerk MMXX.

Lees meer over het Jaarboek 2020 van VWS.