dinsdag 7 juli 2026

Een roadtrip als Cri du Coeur

Over Zwermkoorts van Kristien Dieltiens.


Op zaterdag 20/6/2026 werd in Beernem, het thuisdorp van Kristien Dieltiens waar ze sinds 1995 woont, Zwermkoorts, voorgesteld. Het boek is uitgegeven door Borgerhoff & Lamberigts, 2026.

 

Zwermkoorts met als ondertitel ‘Een roadtrip met de dood op de hielen, is geen historische roman, zoals onder meer De stille pijn van Lucca (2005), Papinette(2009) Kelderkind (2012), nu met een nieuwe, algemenere titel ‘Kelderkinderen’,,  Kortgeknipt (2017) of Carlota (2023), maar wel een confronterende, harde psychologische eye-opener. 

 

De titel Zwermkoorts’ is tweeduidig. In de eerste plaats slaat ze op een waanzinnige zwerftrip van moeder Pearl met haar dochter Daisy en zoontje Willow.  Zij ‘zwermen’ vanuit het grensgebied van de  Verenigde Staten langs allerlei stadjes, dorpen en onderkomens, ‘ helemaal door ‘Trump’-land, naar Mexico.

Maar ‘zwermen’, een bijenterm,  slaat ook op het gedrag van de bijen die in het verhaal een belangrijke rol spelen. Je kan ze zien als  metafoor  voor het ‘zwerven of ‘zwermen’  van de moeder en kinderen. 

 

Her  voornaamste thema van ZWERMKOORTS is de  fascinatie voor gevaarlijke moeders die aan het ‘Münchhausen by proxy-syndroom’ lijden en de invloed daarvan op haar kinderen.

Met dit syndroom is Kristien Dieltiens als leraar een paar keer geconfronteerd, en het ligt haar nog  altijd nauw aan en op het hart.  Vanuit haar verontrustende ervaringen geeft ze haar blijvende  betrokkenheid gestalte in een  fictief verhaal.

 

Moeder Pearl, ex-verpleegster, houdt Daisy en Willow bewust kwetsbaar. Ze prent ze in dat ze doodziek zijn en dient hen dagelijks onnodige medicijnen toe.

Zij moeten dankbaar zijn voor deze ‘fantastische moeder’, die met hen en voor hen de dood ontvlucht, op zoek naar de meest geschikte dokter die hen kan helpen.

Zij moeten haar tonen  dat ze van haar houden. Zo gedragen ze zich ook. 

Tegenover de buitenwereld wil ze bewonderd worden als de zeer bezorgde, perfecte moeder.

Kristien Dieltiens laat Daisy aan het woord en leeft zich diep in de kinderen in. Ook in haar eerdere jeugdliteratuur en romans   (106 in totaal  nu al!) toonde  zij  een groot hart voor kwetsbare kinderen.

 

In de roman worden afwisselend witte en grijze bladzijden gebruikt.

De witte bladzijden slaan op het heden.  Daisy, de verteller, overdenkt de acht jaar waarin  ze als kind, na hun laatste stopplaats in Monterrey, Mexico,  gescheiden leefde van haar moeder en broer. Therapeute Cassandra geeft haar de raad om het dikke glas tussen haar heden en verleden te doorbreken. .Dat probeert ze in zeven stappen die Cassandra haar opdraagt.

Ieder stap levert flashbacks op die we lezen in de  grijze bladzijden. Die duidelijke structuur maakt de roman heel toegankelijk. 

 

In versneld  tempo herneemt de volwassen Daisy  de tocht vanuit Amerika  terug naar hun laatste verblijfplaats in Monterrey. Daar erfde ze van de imker Saturnino, voor haar ‘de vader die ik nooit gekend heb’,  een  grote som geld, zijn huis en imkerij. Ook naar haar broer Willow die ze in Monterrey achterliet en die ze mist, wil ze op zoek.

Bij aankomst wordt ze opgevangen door Rodrigo en zijn zoon Jesüs.   Dank zij het gewezen  nauwe contact van Jesüs met de overleden Saturnino én diens logboek  zorgt hij voor de laatste schakel tussen verleden en heden. 

Jesüs is het ook die haar (en Kristien Dieltiens ook ons,  in heel mooie bladzijden!)  laat kennismaken met  het gedrag van de bijenwereld. Hun gedrag heeft het kind Daisy van de dood gered.

En Daisy beseft: ‘De bijen van Saturnino hadden een deur geopend‘ en ‘Alles wat hij (Saturnino in zijn logboek) ) had beschreven, klopte met mijn leven’.

 

De flashbacks in de grijze bladzijden brengen ons naar verschillende personen die Daisy’s leven beïnvloedden.

 

Vooreerst is er moeder Pearl (what’s in a name..), een fysiek aantrekkelijke vrouw. Een narcistische  vrouw ook die verslaafd is aan zichzelf, die zichzelf verheven voelt  boven leraars (ze is bewust thuislerares) en dokters.

 

Behalve het Münchhausen by Proxy syndroom, vertoont Pearl nog  meer psychopatische trekken.

Als borderliner is ze emotioneel instabiel en impulsief,  met terugkerende relatieproblemen. De mannen met wie ze om de haverklap relaties aangaat, dumpt ze meteen wanneer  ze zwanger wordt. Telkens laat ze het kindje verdwijnen. Om mogelijke vragen te vermijden, ‘vlucht’ ze met haar kinderen naar een volgende bestemming.. 

 

Als eerste bant ze  haar moeder Granny uit hun leven.. Granny vermoedt een en ander en protesteert tegen de behandeling van de kinderen. Zij missen haar.

Op verschillende vluchtplaatsen proberen mensen de kinderen te beschermen, mensen waarbij de kinderen zich té goed voelen volgens Pearl en die haar doorzien: Rose, ,een buurvrouw Gladys , Little Liam …Daar loopt het mis wanneer Willow en  Daisy ontdekken wat er gebeurt  en verplicht worden om een baby, die ze liefdevol Big Liam noemen, te begraven. Op hun laatste bestemming gebeurt hetzelfde met de baby van Pearls laatste ‘geliefde’ Renzo. De roadtrip gaat vanaf dan naar een versneld einde toe. .

 

Dat Daisy en  Willow van hun moeder blijven houden,  haar (weliswaar verplicht) dankbaar blijven ‘als mama maar gelukkig blijft’, is aannemelijk lezen we: (…)  een moeder in je hoofd, in je lijf, kan nooit geamputeerd worden.’  

Daisy neemt pas jaren later afstand, wanneer ‘mama’ voor haar ‘Pearl’ wordt .

 

Willow, Daisy’s jongere broer, is volgens moeder Pearl laagbegaafd en plast nog in zijn bed. Dat wordt telkens door een woedende Pearl hardhandig afgestraft.

Laag begaafd is de teruggetrokken Willow niet. Hij verzamelt insecten  in glazen potjes  en  bestudeert ze.  Om zichzelf te beschermen leeft hij in zijn gedachten en praat hij weinig, behalve met een fictief vriendje Bear. Daisy beschermt  hem en waakt over hem, zoals ook hij haar beschermt en redt uit een benarde toestand met hangjongeren.

 

Daisy vertelt Willow over de boeken die ze stiekem uit een plaatselijke bibliotheek ontleent.  Zij fantaseren  er verder over,  blijven eigen verhalen vertellen en bouwen een eigen schatteneiland. Zo  overleven ze hun gedwongen gevangenis.

Ook hierin herkennen we het vaste geloof  en pleidooi van  Kristien Dieltiens voor de kracht van woorden,  boeken en verhalen.

 

Andere personen van grote betekenis voor de kinderen vermeldde ik al eerder: de vaderfiguur Saturnino, Rodrigo en Jesüs die Daisy inleiden in de wereld van de bijen.  Door hem  beseft Daisy tenslotte dat ze leefde zoals de insecten van Willow: ‘achter dik glas, starend naar wat zich aan de andere kant afspeelde.’.

Ze is klaar voor de laatste stap van Cassandra’s 7 opdrachten: en nieuw levensverhaal schrijven.

 

Voor dit levensverhaal ging Kristien Dieltiens ging niet over eén nacht ijs. Drie jaar opzoekingswerk en schrijven gingen aan de publicatie vooraf

Samen met haar Mexicaanse schoondochter en diens zus en zoontje maakte ze  een roadtrip in de Zuidelijke Staten van de VS en Mexico. Zij beschrijft de vele bezochte locaties en haar  indrukken en ervaringen  gedetailleerd,  beeldrijk, zintuigelijk  en vaak heel poëtisch.

 

Daarnaast heeft ze ook oog voor de politiek in Texas en Mexico. Ze portretteert zijdelings de

Trump die ze ziet op billboards en op MAGA- T-shirts en die Daisy  hoort in de gedreven pro-Trump reacties van moeder Pearl.  Daisy laat ze kritisch krantenartikelen lezen waardoor haar een licht opgaat over de Amerikaanse politiek. Haar goudvis noemt Daisy ‘Donald’: ook hij ziet alles achter dik glas.

Kristien Dieltiens liet zich daarnaast door imkers grondig inlichten over de wereld van de  bijen en hun gedrag. Daisy ziet de paralellen met haar leven.  Lange gesprekken met psychiater Dirk Adriaenssens over het psychopatische gedrag van de moeder en het effect op de kinderen leidde tot diepgang van de personages.   

 

Op de voorstelling van Zwermkoorts vertelt Kristien Dieltiens: :

 

Het anonieme van die eindeloze landschappen, het idee dat je er kunt verdwijnen zonder dat iemand het merkt, bleef bij mij hangen”  “Daarnaast las ik veel over bijen. Dichter Maurice Maeterlinck zei ooit dat de mens nog maar vier jaar te leven heeft als de bijen uitsterven“. Zwermkoorts is een begrip uit de bijenwereld en de poëzie, en ik wilde daar graag mee aan de slag.”

 

Hoe heb ik Zwermkoorts beleefd?

 

Zwermkoorts is naar inhoud een a-typische Dieltiensroman. Anders dan de vorige  is hij niet vanuit een historische, maar wel vanuit een  zeer persoonlijke ‘cri du coeur’ geschreven. – Ik las hem met stijgende verwondering, onrust en ongemak.

Hoe zeer heeft Kristien Dieltiens mij in haar eye-opener betrokken! Dat ik, een leek in dit probleem  en dit soort situatie, niet aan de geloofwaardigheid twijfel, daarvoor staan  de diepgang van de personages, het goed gedocumenteerde en  gedetailleerde verhaal garant. Haar vlotte, toegankelijke stijl en zintuigelijke rijke taal  trokken mij iedere bladzijde verder. Het is geen roman om in ‘l’heure bleue’ te lezen, maar mijn ‘verwondering’ eindigde in een grote bewondering.

Ik ben ervan overtuigd en ik hoop dat dit ook voor heel veel lezers zo zal zijn.

 

In boekenvriendschap, Jet


© Jet Marchau
<!--[if gte mso 9]>

vrijdag 26 juni 2026

Vrouwen van het verlangen

Aantekeningen van Jet Marchau over Erosie van Astrid Haerens


Erosie
(2026) is, na de roman Stadspanters (2017), en na haar bekroonde  poëziebundel Oerhert (2022), de tweede roman van Astrid Haerens (Zwevegem, 1989).

Om maar meteen in huis te vallen: Ik heb de roman twee keer gelezen.

Een eerste keer vol bewondering voor haar poëtische taal, en nieuwsgierig naar het experimenteren met bladspiegels en de muziek die achter de speciale interventies van de O-o-klank zaten. Waren ze louter als commentaar op haar woorden bedoeld, of kon ik er een melodie uit halen?

En een tweede keer: een beetje uit onvrede. Zat er een definitieve ommekeer in de evolutie in van de hoofdpersoon Helle? En waar dan?

Ik verklaar me nader: de korte inhoud:

Helle en Alma zijn van in hun kindertijd hartsvriendinnen; Helle (de schrijvende ‘ik’) is een introverte, onzekere persoon, die evolueert tot een internationaal succesvolle kunstenaar. Ze is ook een jutter, een verzamelaar van onder andere  stenen, die ze verwerkt in haar schilderijen.

De extraverte Alma omarmt uitbundig het leven, waar ze ook Helle probeert in te betrekken. Zij groeit uit tot een succesvolle fotografe.

De vriendschap tussen de twee is heel hecht, op het randje af van een liefdesrelatie. Ze genieten van hun exclusieve samenzijn, van mekaars lichaam, en Helle, die nooit iemand in de ogen kijkt, laat toe dat Alma haar bekijkt en honderden foto’s van haar maakt.

Ze beloven elkaar dat ze samen hun leven zullen uitbouwen, nooit gaan trouwen, nooit kinderen krijgen, niet worden als hun ouders.

Ze dromen over hoe ze hun toekomstige leven samen. Waar, welk huis, hoe ze de dagen zullen vullen etc.

Alma, fluisterde ik, wij zullen altijd vrouwen van het verlangen blijven’. Die typische pubergedachte blijft duren, tot Alma toch plots, na jaren, dan zijn ze al dertigers, hun allesoverheersende contact verbreekt.

Helle begrijpt er niets van: ‘naast onze vriendschap was mijn werk het enige waaraan ik nooit had getwijfeld’.

Ze  valt in een donker gat, probeert zich recht te houden door te experimenteren met nieuwe vrienden en geliefden, door zich volledig op haar kunst te werpen, tot ze opgebrand is volgens de dokter en niets nog zin heeft. Een totale burn-out.

Ze vlucht naar een weinig gekend Duits waddeneiland:

Het niet-weten begon me op te jagen als een dier’.

Daar gaat ze, op het zeggen van de oudere wijze eilandvrouw Hetty, op zoek naar helende barnsteen, ‘ de opgedroogde tranen van de Heliaden..’ ‘Afstand geeft inzicht’ zegt Hetty.

Erosie, ook al zit ‘eros’ erin verborgen, meer nog vind ik in het woord de geleidelijke ‘slijtage’ van de vriendschapsrelatie én de evolutie, de transformatie van Helle. Water, wind en haar gebogen zoektocht naar stenen eroderen haar genadeloze zoektocht naar het ‘waarom?’.

Net zoals de stenen in het motto van Maguerite Yourcenar vooraan, bevindt Helle zich op een kruising van ‘snijdende lijnen’ die in het oneindige verdwijnen, vanuit een knooppunt van krachten die te onvoorspelbaar zijn om te meten en die wij onhandig als geluk, toeval of noodlot bestempelen.

Die onvoorspelbaarheid probeert Helle net te begrijpen.

Dat doet ze in gedachten in fictieve (soms reële) brieven aan Alma.

Ze stalkt haar met emails en telefoontjes, tot Alma laat weten: ‘Ik wou dat ik het beter uit kon leggen, maar ik ben er niet klaar voor. Hier stopt het. Het ga je goed.

Helles verhaal wisselt tussen (chronologische) flashbacks en haar verblijf en zoektochten op het eiland. Heel poëtisch, ook in korte zinnen en  klanken verwoord.

Ik kon me volledig inleven in de hechtheid van de, gedeeltelijk herkenbare, vriendschapsrelatie, maar, bij de tweede lezing merkte ik de hints die de ommekeer voorspelden en groeide het besef: Helle is een verhalenvertelster. Haar herinneringen zijn ingekleurd. Ook Helle beseft dit: ’hoe ouder ik word, hoe minder ik weet wat herinnering, wat verbeelding is’. En: ‘Ik verzin, verzin opnieuw. Ik herhaal. Ik hou vast. Hoe ging het verhaal? Wanneer begon het einde?’

Zo is Erosie ook een roman over een gekleurde vriendschap, waarover ik  nooit eerder zo intens las.

Hoewel, naar het einde toe, merkte ik dat ik sneller en sneller over de (hoewel prachtige) beschrijvingen heen las. ‘Trop’ was’trop’.

En net als ik dacht: dit is het keerpunt, ze komt er, ze krijgt weer zin in het leven en in haar kunstwerken, komt er toch nog een terugval, de twijfel. Dit kan, er blijft altijd een wrang gevoel achter bij een zo heftig verlies,  maar ik haakte af bij teveel uitgespitte herhaling.

Toch blijft ook voor mij EROSIE, een bijzonder intense, poëtisch verwoorde roman over een verterende vriendschap. En voor velen wellicht over hier en daar herkenbare gevoelens. 

In boekenvriendschap, 

© Jet Marchau.

Deze tekst verscheen ook op 'De Schaal van Digther'.

www.astridhaerens.be


woensdag 24 juni 2026

Het jongetje dat bijen at - De voorstelling

  

 

Het jongetje dat bijen at.
 

Het mooie biografische boek van Gilbert Nyatanyi is al enkele weken uit maar het werd maandag laatst 22/6/2026 (op een veel te warme en broeierige zomeravond in juni) voorgesteld in het Egemse Buurthuis.

Egem is immers het thuisdorp van Gilbert sinds hij er op achtjarige leeftijd vanuit Rwanda terechtkwam en er opgroeide in het pleeggezin van Albert Debever en Irène Duyck.

Het CC Buurthuis was maandag helemaal volgelopen. Met vrienden, familie, bekenden en lezers! Een volle zaal voor de voorstelling van een boek, hoelang is dat niet geleden dat we dat nog konden meemaken. De avond werd ingeleid door de schepen van cultuur Heidi Lievrouw en ook uitgever Harald Polis deelde namens Uitgeverij Otheo zijn eerste leeservaringen met het typoscript van 'Het jongetje dat bijen at'.

Gilbert is, zo blijkt, ook na al die jaren nog altijd meer dan sant in eigen dorp. Dat het niet vanzelfsprekend was om in een totaal andere wereld terecht te komen – geprangd tussen twee werelden, een Rwandese en een West-Vlaamse – lees je uitgebreid in het biografische boek. Dat hoorde je maandagavond ook aan zijn soms laconieke en soms ook stoïcijnse antwoorden in het interview dat Dominique Coopman met hem had.

Gelukkig werd er in het gesprek niet lang stilgestaan bij de legendarische sketch “Rute 98” (“kjèrekewere!”) waarmee “Gilberke” wereldberoemd werd in Vlaanderen. Gilbert Nyatanyi is wat ons betreft al lang genoeg “geframed” met dit televisiefragment. 

Dat Gilbert meer is, véél meer dan dat bewijst hij immers uitgebreid met het poëtische “Het jongetje dat bijen at”. Het boek verdient lezers bij de vleet!

 

© Paul Rigolle


Harald Polis leidt in!
 
Interview met Dominique Coopman


Ook signeren hoort er bij!

En kijk wie we daar hebben, ook ondergetekende
houdt zijn bijen bij!