donderdag 15 oktober 2020

Dichter Christiaan Germonpré overleden

I.M. Christiaan Germonpré (Roeselare 7/9/1950 - Kortrijk 13/10/2020)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


In Kortrijk waar hij sinds jaar en dag woonde en vrijwel zijn hele beroepsleven werkzaam was als medewerker van de Bib, nam dichter Christiaan Germonpré dinsdag 13/10/2020 laatst op een waardige en serene manier afscheid van een rijkgevuld en poëtisch leven.

Christiaan Germonpré debuteerde als dichter in het jaar 1978 met de bundel Voor de losprijs van warmte. Er volgden nog zeven dichtbundels waarvan zijn bundels Tweespraak (1990) en Onsterfelijk blauw (1995) die werden uitgegeven door het Poëziecentrum smaakmakend waren. Met Ik verzend mezelf als een ansichtkaart, uitgegeven door Facet, bracht hij in 1998 een selectie van de gedichten samen die hij schreef voor de jeugd. Daaruit werden er door Gerrit Komrij drie opgenomen in zijn bekende bloemlezing De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten. Ook in Hotel New Flanders staat een gedicht van Christiaan.

Van het jaar 1988 tot 2000 was Christiaan Germonpré redacteur van de bekende VWS-cahiers. Zelf schreef hij zeven van deze essays over de West-Vlaamse literatuur. Met Tussen hemel en aarde publiceerde hij in 1995 een studie over kermissen en circussen in Kortrijk. Belangrijk waren en zijn ook zijn vertalingen van het poëtisch werk van Hilde Domin en Rita Dove. Hij vertaalde voorts ook een groot aantal gedichten van Duitse auteurs zoals Karl Krolow, Ingeborg Bachmann, en Michael Krüger. Hij leverde tevens een hele resem artikels aan allerhande literaire tijdschriften. Peter Aspeslagh bezorgde voor Arhus en de Roeselaarse Auteurs een uitgebreide bibliografie en Julien Vermeulen schreef in het jaar 2002 een VWS-Cahier dat vakkundig inzoomde op het werk van Christiaan. De literaire productie van Christiaan Germonpré vertraagde toen, al in het jaar 2000, bij hem de meedogenloze ziekte MS werd vastgesteld. 

Even werd overwogen om het verzameld werk van hem uit te geven maar dat is er uiteindelijk niet van gekomen. Er schuilt veel stilte en inkeer in zijn poëzie, zonder gebruik van veel grote woorden, iets wat hem zelf in het dagelijks leven ook typeerde. Al kon zijn lach af en toe luid doorheen het huis galmen.

In mijn bibliotheek staan zijn gedichten blijvend (en beklijvend) tussen die van Gerlach en Gezelle. Ik herinner mij in Christiaan graag een man die, ondanks zijn ziekte, moedig als hij was, tot op het laatst gedreven en alert was en een bijzonder goed oog had voor nieuwe poëzie en publicaties. Daarover was het met hem altijd aardig en geregeld fel badineren (en soms ook wat ongegeneerd roddelen). Afspreken op de afrit Zwevegem aan het rondpunt van Cowboy Henk in het Zuiden van Kortrijk, af en toe op zondagmiddag in het Walle van Hugo Claus ‘tartaar van kalfsmuis met verse kikkerhammetjes en Poperingse hopscheuten' savoureren, het bladeren in fotoalbums over New York en Canada en gesprekken over leven en werk en de kat Wilma, het zijn enkele van de vele herinneringen die we blijvend koesteren.

De voltallige vriendenkring en het bestuur van de VWS bieden Chantal, de familie en de vele vrienden haar diepste gevoelens van deelneming aan.

.../...

Verbond

Wat je gade slaat, wordt opgespaard
Winterkou maakt de lorken gedachteloos.
In hun takken het stil gebaar, de afreis
van het roze in uitdeinend grijs.

We staan als bomen naast elkaar geplant,
zonder schaduw, als een eeuwig verbond
in de grootsprakerigheid van het heelal.
We zwijgen, hand in hand.

En hoe het vaderbeeld steeds in mij opduikt:
de harde handdruk, de afgewogen glimlach,
de nooit uitgesproken zinnen. Geluk

werd voorgelogen. Alleen nadrukkelijk gezag
ondermijnde mijn taal. Toch blijf jij
het voegwoord ‘en’ in mijn levensverhaal.

© Christiaan Germonpré

Uit Onsterfelijk blauw, Poëziecentrum, 1995

.../...

Hilde Sabbe die Christiaan in haar Kortrijkse jaren goed gekend heeft schreef op haar Facebookbladzijde een pakkend en typerend herinneringsbericht dat we hier graag met haar toestemming publiceren.

Ik moet een jaar of 24 geweest zijn toen ik hem voor het eerst ontmoette, boven in wat toen nog ‘t Salonske was op de hoek van de Kortrijkse Grote Markt. Ik at er vaak een dagschotel.

Die dag was er geen plaats meer vrij, maar Roland wees naar een tafeltje waar een jonge man met rossig haar en een vriendelijk gezicht alleen zat te eten. Of ik erbij mocht komen zitten? Hij verschoot van kleur, kuchte zenuwachtig maar noodde me toch tot aanschuiven. We deelden het middagmaal hoofdzakelijk in een wat ongemakkelijke stilte, want hij was verlegen als hij je niet kende, en introvert.

Bij een volgende ontmoeting leerde ik dat hij in de bieb werkte, en fraaie, vaak weemoedige gedichten schreef. Er groeide een warme vriendschap tussen ons. Ik hield van zijn beminnelijke zachtmoedigheid, en ik vermoed dat hij mij een soms wat roekeloze spring in ‘t veld vond. Maar elkaar vonden we altijd.

Twintig jaar geleden kreeg hij de vreselijke ziekte MS. Als ik hem in K bezocht - altijd minder dan ik van plan was of wilde- werd ik diep getroffen door de kalme waardigheid waarmee hij zijn lot droeg. Hij ging niet schelden of drinken, werd niet verbitterd, maar onderging het min of meer gelaten. Gelukkig kon hij altijd rekenen op de steun en aanwezigheid van zijn vrouw die ‘for better and worse’ letterlijk nam. Ze gaf zin aan zijn dagen, hoe lastig ook.

Nu is hij dood. De wereld is weer een beetje killer en schraler geworden.

Dag Christiaan, dankjewel voor alles.


Op zaterdag 24/10/2020 wordt in intieme kring en rekening houdend met beperkende Corona-maatregelen afscheid genomen van Christiaan.

.../...
Extern:
Christiaan Germonpré bij DBNL
Christiaan Germonpré bij Auteurslezingen
Bibliografie van Peter Aspeslagh voor Arhus en de Roeselaarse auteurs (pdf-bestand)

Condoleren kan bij het Rouwcentrum Deseyne en wel via deze link.

Dit bericht verschijnt ook op De Schaal van Digther.

(Paul Rigolle)


woensdag 14 oktober 2020

Zijn land was leven

Jet Marchau over jeugdauteur Jan Simoen. 
In Jaarwerk MMXX.

Jan Simoen (1953-2013) heb ik nooit persoonlijk ontmoet. Ik las met plezier zijn ludieke columns over SIGI in het schooltijdschrift ID, recenseerde met gefronste wenkbrauwen zijn eerste fantasieverhalen, viel daarna met bewondering voor de haarfijne inkijk in het leven van Jonas, Michael, Anna, Nathan en Alice, verzonk in zijn allerlaatste roman over zijn wonderjaar in Middelkerke en beleefde de ijswinter van 1963 opnieuw in het postuum uitgegeven prentenboek De bevroren zee.

Simoens jeugd- en adolescentenboeken situeren zich tussen 1993 en 2012. Hij schreef in de tijd waarin auteurs en critici zich over het grensverkeer tussen jeugdliteratuur en volwassenliteratuur bogen. Zonder zelf grote theorieën te verkondigen, gaf hij de pubers leesplezier en dichtte hij spontaan de kloof tussen adolescentenliteratuur en ‘de grote literatuur’.

Zo bezorgde hij in het goede gezelschap van auteurs als Imme Dros, Henri Van Daele, Anne Provoost, Bart Moeyaert, Ted van Lieshout, Edward van de Vendel of Marita De Sterck de jeugdliteratuur vanaf de jaren negentig een volwaardige plaats in de literaire wereld.

Het is maar één van de redenen waarom zijn werk niet op de bibliotheekrekken mag verkommeren.

Maar er is meer. In de zoektocht voor dit artikel leerde ik naast de auteur ook de mens kennen: Jan Simoen, geboren in Oostende in 1953 en gestorven aan kanker in Leuven op 5 januari 2013.

Openhartige interviews, getuigenissen van vrienden en auteurs bevestigden wat Hendrik Simoen over zijn vader schrijft: ‘een levensgenieter, schrijver, leraar, kunstenaar (…)’ (In: Vandaag gaan we iets plezants doen, 2013).

Niet in het minst leerde ik hem en zijn passies kennen in het relaas van zijn ‘kankerverhaal’. Tussen oktober 2010, de aankondiging van zijn ziekte, en december 2012 hield hij, per mail, zijn familie en vrienden nauwgezet van zijn leven als kankerpatiënt op de hoogte. Hoe hij tussen de zware behandelingen door nog voluit leefde, nog columns en verhalen schreef, vertalingen verzorgde, een paar boeken publiceerde en zijn vrienden overstelpte met verwijzingen naar films, naar de cd van de maand, boek van de maand, dvd van de maand.

Zijn brieven werden door zijn vrouw en vrienden postuum gebundeld in Vandaag gaan we iets plezants doen (Querido 2013). Jan Simoen laat zich ook als een sterk geëngageerde man zien. Bewijs is zijn grote inzet voor Kanker4life, het project dat hij begin 2012 in het leven riep. De VRT- documentaire van Chris Michel over de kindergevangenis Kampiringisa (Kampala, Oeganda), zette hem op het spoor van ‘Foodstep’, een kleine organisatie die zich bekommerde om het lot van de gedumpte kinderen. Met zijn schrijftalent zamelde hij via zijn nieuwsbrieven uiteindelijk 14.655 euro in. Phara de Aguirre, die het project in oktober 2013 als meter bezocht, kon in haar reportage Jan postuum gerust stellen: ‘Opdracht volbracht, Jan.’

In 2013 kende de Leuvense Persclub Jan Simoen voor zijn literaire werk en voor het Kanker4Life-project postuum de jaarlijkse Hugo De Keyserprijs toe.

Door zijn brievenverhaal bekeek ik zijn werk nog met intensere aandacht en dook ik opnieuw in zijn columns en romans.

Dit is het begin van het artikel dat Jet Marchau schreef voor Jaarwerk MMXX, het Jaarboek van de VWS-Editie 2020 waarin het volledige artikel kan worden gelezen. Het jaarboek is intussen te verkrijgen via het secretariaat van de VWS met een eenvoudig mailtje naar janbonneure@skynet.be. Kostprijs: 25 euro. De voorstelling van het boek op 15 november 2020 gepaard met de uitreiking van de VWS-prijs aan Hedwig Speliers kan wegens de Corona-maatregelen niet, zoals eerder gepland, doorgaan in de Bib van Oostende. Er wordt voor de voorstelling nog naar een alternatief gezocht.

Extern:
Jaarwerk MMXX, een uitgave van Scriptomanen
VWS-pagina op Facebook

Kanker for Life - Jan Simoen


dinsdag 13 oktober 2020

I.M. John Heuzel (1945 - 2020)



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Brugge is op woensdag 7/10/2020 literator en bezieler van het literair tijdschrift “Kruispunt” overleden. In intieme kring wordt morgen 14/10/2020 van John afscheid genomen. Namens de VWS veel sterkte aan Marie-Thérèse en de vele vrienden en familie. Hendrik Carette schreef de navolgende herinneringstekst.

John Heuzel: als een rots in de branding
(Oostende, 23 september 1945 – Brugge, 7 oktober 2020)

“John Heuzel weigerde ook maar één moment van zijn leven ook maar één woord met het accent of de tongval van het rijke kleurrijke West-Vlaamse dialect te spreken. Hij was een echte fanatieke taalpurist en ook een groot lezer en reiziger (volgens zijn weduwe begon hij na een korte onderbreking opnieuw de pijp te roken tijdens een recent bezoek aan China!). In een al ver verleden werd hij de opvolger van de dichter Mark Braet die samen met Georges van Acker het tijdschrift Kruispunt had opgericht. Met zijn Engelse humor en zijn Ierse koppigheid werd John de drijvende kracht (redacteur, recensent en referent) achter dit literair kwartaalschrift dat in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw vele lezers en abonnees elke keer weer regelmatig bleef verbazen. 

Alleen al de lijst van bijzondere themanummers die John Heuzel als erudiete editor wist samen te stellen en te presenteren is bijzonder imposant en verrassend. Ik verwijs hier dan ook graag naar het James Joyce-nummer met vermaarde binnen- en buitenlandse medewerkers (december 1982), het Bretagne-nummer (‘Ik heb geen ander land’ samengesteld door Jan Deloof, maart 1998), het Louis-Paul Boonnummer (juni 1984), het Zuid-Afrikanummer ‘Een wankele wereld’ (samengesteld door Luc Renders, juni 1994) en het bijzondere in-memoriamnummer over Mark Braet (samengesteld door John Heuzel en Jan van der Hoeven, maart 2003). En ten slotte het zeer curieuze Stalin-nummer (samengesteld door Peter Bormans, van maart 2009, waarbij John tot grote woede en onbegrip van deze Peter Bormans mijn gedicht ‘Een bolsjewistische fanfare’ vooraan aan het begin van dit nummer plaatste). Hoe dan ook een goed literair tijdschrift is als een literair laboratorium en het is de grote verdienste van de zeer koppige en eigenzinnige West-Vlaming John Heuzel dat hij vanuit zijn Brugse boekenzolder in de Boeveriestraat als vanop een rots in de branding zijn Kruispunt als een lighthouse of vuurtoren liet schijnen. "

Hendrik Carette Schaarbeek, 13 oktober 2020 

Op de literaire site 'De Schaal van Digther' staat ondertussen ook dit herdenkingsbericht.

 

dinsdag 22 september 2020

Roman tussen de hopperanken

Over ‘Bellenhof’ van Maaike Monkerhey 

In Jaarwerk MMXVI, het jaarboek 2016 van de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers, gaf Paul Rigolle een mooie round up van hedendaagse auteurs die de Westhoek kozen als locatie voor een roman[1]. Het zijn er wel wat en lang niet allemaal wonen, of woonden, ze zelf in de Westhoek. Misschien vult Rigolle zijn lijstje aan voor een update binnen pakweg tien jaar. Een nieuwe naam wordt Maaike Monkerhey[2], die zich met Niet omkijken, Camille (2017) en Bellenhof (2020) een plekje in de Westhoekliteratuur heeft geschreven. Snel en overtuigend, maar misschien gaat het net wat makkelijker als je in Wijtschate woont, te midden het zoete Heuvelland en met een wonderlijk uitzicht op de Kemmelberg. De berg der bergen als je in de streek bent. 

Monkerhey’s debuutroman, Niet omkijken, Camille[3], richtte zich eerder naar lezers vanaf 12 jaar. De roman vertelt het waargebeurde vluchtverhaal van Camille Tiersen, een jongen van 12 die bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog samen met zijn familie en vrienden in Wijtschate woont. Ook Jet Marchau kan haar lijstje met West-Vlaamse jeugdauteurs die schreven over de Grote Oorlog, dat verscheen in Jaarwerk MMXV, dus aanvullen[4].

In de nieuwe volwassenenroman van Maaike Monkerhey, Bellenhof[5], is oorlog niet ver weg. In bijzonder sfeerscheppende openingsbladzijden introduceert de auteur een duister personage dat zich schimmig schuilhoudt op het erf van hoppeboer Florent en zijn zwangere vrouw Martha. Hij staat onder ruisende populieren en die herinneren hem schokkend aan een zin die hij niet meer uit zijn hoofd krijgt. ‘Da! Hinter diesen Pappeln! Hinter diesen Pappeln’. 
Toch is Bellenhof geen oorlogsroman. Het verhaal begint op 6 september 1944, de dag waarop Poolse bevrijders de grensstreek rond Poperinge bevrijden en een einde maken aan de Tweede Wereldoorlog. Het is een aangrijpende gebeurtenis die er mede voor zorgt dat Leo Lebbe twee maanden te vroeg wordt geboren. Bellenhof vertelt het verhaal van drie generaties Lebbes: vader Florent, zijn zoon Leo en diens dochter Isabelle, die in 2019 deelneemt aan de verkiezing van de hoppekoningin in Poperinge. 

Niet de oorlog, maar de hoppe is het overheersende thema in de roman. Vader Florents hart klopt op het ritme van de hoppeteelt. Elk jaar ontvangt hij na de zomer het plukvolk en het kotjesvolk, die alle bellen van zijn hopperanken komen plukken – Kort! Rap! En zonder blad! 
Zijn zoon Leo is 12 als hij in 1956 de plukkers woest ziet vertrekken als ze horen dat Florent een machine heeft gekocht en dat hij hen volgend jaar niet meer nodig zal hebben. Met de plukkers verdwijnt ook Elvire uit het leven van Leo, net voor ze de tijd kreeg om zijn eerste liefje te worden. Hun eerste zoen smaakte nog naar hoppe, maar dat zou vast niet blijven duren hebben. 
Het verdwijnen van de tradities en de modernisering van de landbouw zorgt ook in het leven van de Lebbes voor een omwenteling. In 1988 is Leo beenhouwer in Brussel en zijn vrouw is geen hoppeplukster in Poperinge, maar mannequin in Milaan. Hun werelden blijven niet matchen en Leo keert, radeloos en wanhopig, terug naar Poperinge. Hij landt er stilaan weer op zijn pootjes. ‘Ook als het moeilijk gaat. Net zoals de katten.’ Het zijn woorden die moeder Martha wel vaker in haar mond neemt.

Maaike Monkerhey schreef een boeiende en aangrijpende familiegeschiedenis. De drie generaties Lebbe introduceren de wereld van de hoppe – ‘vroeger en nu’. Begin september gaat het hart van de hoppetelers sneller kloppen: ‘Dit moment had elk jaar iets magisch. Leo’s hart maakte een sprongetje. Het hoppeveld en het erf zouden morgen gonzen van de drukte. Zo stil als het nu was, zo luidruchtig zou het er morgen en de dagen erna aan toe gaan’ (p. 60). Alle hoofdstukken in het boek spelen zich af in het begin van de maand september (in 1944, 1956, 1988, 1999, 2019 en 2020) en als lezer voel je al snel de spanning van de maand mee. 

Bellenhof zal in Poperinge en omstreken wellicht aan een grondig onderzoek worden onderworpen door plaatselijke heemkundigen en kroniekschrijvers van de hoppegeschiedenis. Ik ga ervan uit dat de roman de toets met verve zal doorstaan – Monkerhey besteedde veel tijd aan degelijke research, ging op zoek naar passionele vertellers over de hoppecultuur, organiseerde een koffieklets met kranige oudjes en beleefde ook zelf de pluk mee. Maar de roman is meer dan een hedendaagse streekroman of een nostalgische terugblik op een verdwijnende wereld. De drie generaties Lebbe komen tot leven als mensen van vlees en bloed en ze maken van Bellenhof evenzeer een boeiende ontwikkelingsroman. Hun angsten, hun vreugdes en hun verdriet zijn echt en doorleefd. 

Monkerhey schreef beklijvende passages in haar boek. De sfeer van de hoppeplukkers op het veld. De groeiende verliefdheid tussen de jonge Leo en Elvire en hoe de jongen met grote ogen het stevige rollebollen van Simon en Nel tussen de hopperanken gadeslaat. De autorit van de radeloze en verlaten Leo van Brussel naar Poperinge. De vranke en levenswijze mama en oma Martha. Met ‘We praten dan wel?’ helpt ze haar zoon als die niet wetend hoe te vertellen over zijn scheiding in de keuken staat. ‘Kind toch. Het staat zeker al tien dagen op je gezicht te lezen. Ik kon alleen nog niet raden wie de gelukkige was,’ zegt ze als kleindochter Isabelle zich verbaasd afvraagt hoe haar oma weet dat ze stapel is op Bert. En zo zijn er veel meer sublieme zinnetjes die bladzijden beschrijving onnodig maken. Er is veel en heel doeltreffend geschrapt in deze roman. 

Een keer vreesde ik dat het schrappen niet was gelukt. Vader Florent is bezeten door Guido Gezelle en laat dat van tijd tot tijd blijken door hele verzen van de priester-dichter te mompelen of te orakelen. Net voor ik dacht dat het teveel zou worden, hield het op. Zo brengt Gezelle wat extra West-Vlaamse kleur in de roman. Een klein eerbetoon, waar lees je die verzen anders nog? 
Ik was overigens opgelucht dat de personages van Monkerhey geen West-Vlaams praatten. Wat ze zeggen, staat in keurig Nederlands, de taal die hoort in een roman. Enkele cursieve streekwoorden zijn ruimschoots voldoende voor de regionale belevenis. Pupegoale, moekes, hommel en kallepein staan cursief. Frankrijk is ’t Fransche, een draagtas is een bazatse en paardenbloemen zijn pisseblommen. Maar plokken is plukken. 

Maaike Monkerhey schreef een boeiend en authentiek verhaal en ik vond het erg fijn om een roman lang op het Bellenhof te vertoeven. Volgend jaar ga ik tijdens het derde weekend van september naar de hoppefeesten. Naar ’t land van Poperinge en van den hommelpluk. 
De roman kreeg een bijzonder sfeervolle omslagtekening van Trui Chielens – nog een meisje uit de Westhoek. Niet twijfelen, maar lezen.


NOTEN
[1] Dertig dagen en een versierhandboek: de Westhoek in de recente Vlaamse literatuur / Paul Rigolle.// In: Jaarwerk MMXVI. – Brugge: Vereniging van West-Vlaamse schrijvers, 2016. – P. 52-67
[2] Maaike Monkerhey (1979) woont in Wijtschate. Ze is onderwijzeres in een Steinerschool in Ieper en als auteur gebeten door taal en geschiedenis. Website: www.maaikemonkerhey.com/
[3] Niet omkijken, Camille / Maaike Monkerhey. – Meulebeke: Bibliodroom, 2017. – 183 p.
[4] Al die jonge mensen! Wat een zonde: West-Vlaamse jeugdauteurs en de Grote Oorlog / Jet Marchau.// In: Jaarwerk MMXV. – Brugge: Vereniging van West-Vlaamse schrijvers, 2015. – P. 22-42
[5] Bellenhof / Maaike Monkerhey. – Meulebeke: Bibliodroom, 2020. – 216 p.


donderdag 17 september 2020

Poëziepad van A tot Z

Met wat Corona-vertraging vindt in Sint-Denijs (W-Vl) op zondag 27 september 2020 e.k. de onthulling van het gedicht van Hannah Kirsten (gastdichter van deze editie) en het winnende gedicht van de poëziewedstrijd "Poëzie van A tot Z"-Editie 2020 plaats. Het poëziepad tussen Avelgem en Zwevegem wordt alsmaar poëtischer! Hieronder de uitnodiging en het programma!



donderdag 10 september 2020

Een ommetje waard. Ter ere van Katrien De Groote.

In de Loppemstraat, in de schaduw van het Brugse Belfort, trekken een beeldje en een paar poëzieregels de aandacht. De poort is een (private) toegang tot de tuin van het huis De Zomere ( 1479) in de Oude Zomerstraat, het vroegere huis van Jan Broes ( 1943- 2019) en zijn ex-vrouw Katrien De Groote (1941-2016). Het huis en de tuin herbergden een indrukwekkende verzameling kalligrafie van Jan Broes, in steen en op papier. Het beeldje boven de poort in de Loppemstraat is een buste van een De Medici. De maker blijft even onbekend, maar het beeldje werd er geplaatst door Joris Olyslaeghers, vader van de auteur Jeroen en vriend van Jan Broes.

Maar de poëtische regels op de poort in de Loppemstraat zijn een meer dan verdiende hommage aan Katrien (of Katherine) De Groote:

Brugge
je bent het huis van de zwaan
je kleed is van water
je hartslag van klokken
je geur is de geur van vergaan

Katrien De Groote publiceerde in 1973, onder de naam Katrien Broes, de novelle Petrus. Tot verdere publicaties kwam het niet, maar talrijke poëtische teksten, korte gedichten en brieven, verspreid over vrienden en familie, getuigen van een onontdekt talent. Haar mémoires, eveneens geschonken aan haar vrienden en familie, zijn een literair tijdsdocument. We lezen er over de familie in oorlogstijd en over haar kindertijd, met authentieke briefwisselingen. Fragmenten van gesprekken , korte briefjes, wederzijdse ideeën tonen ons de intense vriendschap met Christine D’Haen. Ook met Marguerite Yourcenar, die in De Zomer te gast was, had ze tijdelijk een nauwe band, vastgelegd in enkele brieven.

De poort is een ommetje door de Loppemstraat waard, Katrien de Groote ter ere.

© Jet Marchau


zondag 6 september 2020

Karel Dierickx in de Bib van Harelbeke


 

 

Donderdag 3/9/2020 laatst werd in de Harelbeekse Bib de tentoonstelling “Het (on)zichtbare” met werk van Karel Dierickx geopend. Dichteres Jo Gisekin, die de schilder goed heeft gekend, sprak op de vernissage pakkende en persoonlijke woorden uit. Haar tekst kun je, met dank aan de auteur, integraal nalezen op de Schaal van Digther en wel via deze link

Over de hele bibliotheek – geen ruimte werd onbenut gelaten – zijn tekeningen en schilderijen en affiches opgehangen en worden bibliofiele uitgaven tentoongesteld. Blikvangers voor ons zijn de mooie cyclus schilderijen “Genève-suite” uit 1991 (“Het verregende land) en de bijzonder mooie sculptuur “Het Mysterie Sint-Jan” uit 2012.

Karel Dierickx (1940-2014) was een artiest pur sang die als niet een affiniteit koesterde met het werk van dichters en schrijvers. In de loop van zijn carrière werkte hij samen met onder meer Paul De Wispelaere, Roland Jooris, Chris Yperman, Luuk Gruwez, Leonard Nolens & Stefan Hertmans.

Die samenwerking mondde telkens uit in een bibliofiele uitgave waarvan er een aantal in Harelbeke te zien zijn. Voor Toneelhuis Malpertuis uit Tielt maakte hij een tijd illustraties voor de affiches van de verschillende toneelstukken. Ook daarvan is een gedeelte opgehangen in de bibliotheek. Een grote aanrader, deze tentoonstelling!

Nog tot en met 27 september 2020.
Bib Harelbeke, Eilandstraat 2, 8530 Harelbeke

Het (on)zichtbare op Facebook
Tekst bij de vernissage van Jo Gisekin
Site Karel Dierickx
Jo Gisekin op Wikipedia
Bib Harelbeke

(Paul Rigolle)





















What do you want to do ?
New mail

zondag 2 augustus 2020

Paul de Wispelaere - Bruggenbouwer

Andreas Van Rompaey heeft als jonge literatuur-onderzoeker en essayist al meerdere publicaties op zijn actief. Hij studeerde taal- en letterkunde aan de KU Leuven en heeft een bijzondere interesse voor de "klassieke en
postklassieke narratologie". In het vorige VWS-jaarboek ‘Jaarwerk MMXIX’ publiceerde hij met ‘Het Sonneville-archief als schatkamer’, een studie over het ongepubliceerde werk van de Brugse auteur en uitgever Johan Sonneville. In zijn masterscriptie ‘Het surrealisme in de naoorlogse Nederlandse literatuur’ ging hij eerder ook uitvoerig in op het (experimenteel) werk van Sybren Polet.
Intussen publiceert Uitgeverij Zorrobooks zijn eerste werk in boekvorm. In 'Paul de Wispelaere. Bruggenbouwer' biedt Andreas Van Rompaey een mooie inkijk in leven en werk van de bekende Brugse auteur. Aan de hand van archiefmateriaal dat in 2012 dankzij de tussenkomst van echtgenote Ilse Logie door het Letterenhuis verworven werd en de boeken van de Wispelaere weet de auteur een mooi portret te schetsen van een man die, begeesterd door boeken, bundels en brieven, in staat was om mensen, literatuur én tezelfdertijd hét Literaire Netwerk met elkaar te verzoenen. Geen geringe verdienste!

Paul de Wispelaere. Bruggenbouwer werd op vrijdag 24 juli ll. voorgesteld @Stichting IJsberg in Damme waar de schrijver in de jaren zestig en zeventig geruime tijd 'in arcadische omstandigheden' heeft gewoond. Eerder gaf de VWS in 1986 een monografie uit over Paul de Wispelaere (1928-2016). Nu biedt het boek van Van Rompaey daar anno 2020 een treffende aanvulling op. In zijn woord vooraf schrijft Lucas De Vos die in de jaren zeventig nauw met Paul de Wispelaere heeft samengewerkt daarover: "Het is goed nog eens een volledig overzicht te krijgen van de volle loopbaan tegen een sociaal canvas dat Andreas Van Rompaey nu inventariseert." Het boek in handen hebbend kunnen wij dat alleen met veel stelligheid bijtreden.

(Paul Rigolle)



Extern:
Paul de Wispelaere - Bruggenbouwer bij Uitgeverij Zorro
Blog Andreas Van Rompaey
Stichting IJsberg

Paul de Wispelaere. Bruggenbouwer, Damme, 2020, 245 pagina’s, ISBN 978 94 6168 0648 kan worden besteld via zorro-feniks (info@zorrobooks.be) of uw boekhandel.


dinsdag 28 juli 2020

Over een voetbalgekke, vermoeide gorilla en een innovatieve jeugdauteur

Op 17 juli stelden auteur Brigitte Minne en illustrator Joris Thys
coronagewijs hun (voorlees-)boek Gorilla is moe voor in het dierenpark Pairi Daiza. In dit kleurrijke verhaal slaapt Gorilla de hele dag, en daarover maken de andere dieren zich zorgen. Pas bij een spannende voetbalmatch herleeft Gorilla, en dat brengt zijn vrienden op een idee… Als een extraatje tekende de illustrator enkele gorillaportretten op de ramen van hun verblijf.

Brigitte Minne is met ruim 200 kinderboeken niet aan haar proefstuk toe. Ook haar grote inzet voor de literatuur is gedenkwaardig. Na enige verblijfplaatsen, onder meer in Ronse waar ze aan de basis stond van de Picturale, een tweejaarlijkse wedstrijd voor illustratiekunst van kinder- en jeugdboeken.

In 2015 keerde ze met haar man Erik de Logi terug naar haar roots, Brugge. Blijvend enthousiast startte ze met een nieuw project: GALERIE MAGIEK, dat bestaat uit een theater (Moerstraat 82), een atelier (Moerstraat 112) en een galerijtje (Stoofstraat 7) Van 20 tot 24 juli organiseerde ze, opnieuw coronagewijs, een volgeboekte zomerklas met als docenten Marita Vermeulen, Jan de Kinder en Beatrijs Peeters.

(Jet Marchau)

Extern:
Website Brigitte Minne
Website Joris Thys
Gorilla is moe-De tekeningen

Gorilla is moe-Uitgeverij De Eenhoorn
Galerie Magiek




vrijdag 24 juli 2020

Ipse dixit van Johan Clarysse en Frans Boenders

De Brugse schilder Johan Clarysse en filosoof, dichter, kunstkenner en voormalig producer bij de Openbare Omroep Frans Boenders sloegen onlangs de handen in elkaar en bezorgden de lezer en poëzieminnaar een mooie publicatie die als titel Ipse Dixit (‘hij heeft het zelf gezegd’) meekreeg.

Het boek bevat een recent ontdekte verzameling Latijnse sonnetten van Nemesianus van Carthago die Boenders naar eigen poëtisch welvermogen verdichtte en vertaalde. Ipse Dixit telt op die manier 34 leergedichten over het leven en werk van de presocratici. In zijn voorwoord
schrijft Boenders hoe hij met Pasen 2019 in hartje Tunis op het spoor kwam van een typoscript van een hem nog onbekende Latijnse dichter uit Noord-Afrika die in de derde eeuw na Christus in versvorm het presocratisch gedachtegoed vastlegde. De voorliefde van Frans Boenders kennende voor het sonnet dat hij in zijn inleiding wat gezwollen ‘het compactste, elegantste en, ja volmaakste vormkorset van de Europese poëzie noemt’ zorgt hij in dit boek voor geanimeerde poëtische portretten van onder meer Anaximander de Mileziër, Pythagoras, Parmenides de Eleaat, Zeno, Diogenes van Sinope en Epicurius van Samos. Oerstof en Zielenstof wisselen elkaar in deze sonnetten af.

De beelden van de schilderijen van Johan Clarysse die perfect en toch vrijelijk aansluiten bij de sonnetten maken dit boek mee tot een kleinood. Ipse Dixit is een voldragen en kunstzinnige uitgave van uitgeverij ‘de Gebeten Hond’, hier vooral bekend als uitgever van de prachtige cyclus ‘Het menselijk tekort bij een teveel aan papier’, van de Harelbeekse bibliothecaris en bibliofiel Jan van Herreweghe.

De Gebeten Hond
Recensie bij Doorbraak



Diogenes van Sinope

Denkers maken zelden een druistige jeugd door.
Socrates, Wittgenstein, Nietzche, Heidegger, Kant,
rijk of arm: je kunt geen peil op hen trekken want,
hoe slim elk ook, ze vormen geen eendrachtig koor.

Sommigen, woestijnzanddroog, geven geen gehoor
aan wie, vitaal als Diogenes, de kroon spant
boven wijzen, asceten zonder vaderland,
gehecht slechts aan een denken prikkelend als chloor.

Soms wou de ene van een ander wat leren.
Diogenes, bankierszoon, valsemunter, met
misdaad gemazeld, had ooit Plato's faam besmet;

te koop als slaaf en gevraagd wat hij presteren
kon, antwoordde hij: zorgen voor mezelf en ook
content zijn met haast niets - en nimmer van de kook.




© Frans Boenders


(Tekst: Paul Rigolle)

vrijdag 17 juli 2020

Zand, een duistere relatieroman

Over ‘Zand’, de tweede misdaadroman van Koen D’Haene

Op 18 april, in volle coronacrisis, verscheen ‘Zand’, de tweede misdaadroman van Koen D’haene. Net als veel andere schrijvers zag D’haene, sinds jaar  
en dag hoofdredacteur van de publicaties van de VWS,  de boekvoorstelling in de bibliotheek van Wevelgem aan zijn neus voorbijgaan. Het moment de gloire bij het verschijnen van een nieuwe roman was hem niet gegund, maar Koen trok zich op aan de gevleugelde woorden van zijn uitgever Theo Van Rijn: ‘Het is helaas niet anders. Persoonlijk laat ik het maar over me heen komen in de wetenschap dat ik er niets kan aan veranderen’

‘Zand’ is het zelfstandig leesbare vervolg op ‘IJs’, de misdaadroman die in 2016 verscheen. ‘IJs’ speelt zich voornamelijk af op de flanken van de Dent Blanche in Wallis (Zwitserland), ‘Zand’ heeft de oneindige zandvlaktes van het eiland Schiermonnikoog als typerende locatie. Het verhaal ontrafelt verder het leven van de hoofdpersonages Sarah en Mats, dat vol raadsels, geheimen en mysteries zit. 

De auteur houdt er duidelijk van om streken die hij een warm hart toedraagt mee te laten figureren in zijn werk. In zijn jeugdroman ‘Ketters van de Kemmelberg’ (2017) las je bijvoorbeeld zijn liefde voor Frans-Vlaanderen en het Heuvelland; in het tweeluik ‘IJs’ en ‘’Zand’ brengt hij twee vakantiestreken die hij innig koestert, tot leven. De Friese Waddeneilanden kregen overigens al eerder hun huldeboek: in 2000 schreef D’haene de jeugdroman ‘Gek van een eiland’ die zich afspeelt op Terschelling. 

Verweven in een fictief en verbeeldingsrijk misdaadverhaal verwerkt de auteur overigens ook veel persoonlijke herinneringen en anekdotes die zijn levenswandel kleurden en kleuren. Zijn studententijd in Brussel, verloren jeugdliefdes, vakanties uit zijn kindertijd en met zijn eigen kinderen, muzikale en literaire helden: je komt ze handig verstopt of grappig onthuld tegen in zijn boeken. 

Ondertussen zijn veel recensies en lezersreacties verschenen en die zijn vooral positief en lovend. ‘De enige negatieve noot die ik opving, was dat sommige lezers het boek niet spannend genoeg vonden voor een thriller. Een erg bijzondere kritiek, want evenmin als ‘IJs’ is ‘Zand’ een thriller. Het is wel een misdaadroman, maar dan zonder politieagenten, detectives of rechercheurs. Die zullen pas op de proppen komen lang nadat ik afscheid van mijn personages heb genomen.’ Andere lezers noemden het een literaire of een psychologische roman. G.P. Schuring in zijn recensie bij NBD Biblion: ‘Het is een intrigerend en boeiend verteld verhaal met veel aandacht voor de natuur en de bezienswaardigheden van het eiland. De psyche van de hoofdpersonen wordt haarfijn gefileerd, net zoals de onderlinge verhouding tussen Sarah en Tom en de enorme psychische druk die Michael weet uit te oefenen in zijn vrouwenjacht. 'Misdaadroman' zoals de cover vermeldt, is een wat misleidende term; het is veeleer een psychologische thriller.’ 

Ach, het is maar een etiket,’ vertelt D’haene. ‘Zelf noem ik het wat badinerend ‘duistere misdaadromans’ en die donkere kant zette ik wat kracht bij door beide romans te openen met een flard uit een nachtlied van Tom Waits. Dat citaat laat ik meteen volgen door enkele regels van Abba: lichte pop, maar met een verrassend donker kantje.’ 

Jooris Van Hulle schrijft in MappaLibri: ‘Het slotdeel van de roman, eigenlijk een soort van epiloog die perspectieven opent voor weer een vervolgdeel, speelt zich af in het najaar van 2015 in Oostende en houdt de suggestie in van een nieuw begin van de relatie tussen Sarah en Mats. Na ‘IJs’ (water) en ‘Zand’ (aarde) kan het vuur weer oplaaien. Of zal alles toch tot lucht worden herleid? Koen D’haene – zo meen ik te mogen veronderstellen – is aardig op weg een project op te zetten rond de vier oerelementen.’ Is dat het plan? ‘Er is eigenlijk helemaal geen plan,’ vertelt de auteur. ‘Ik begon en eindigde ‘IJs’ niet met het idee er een vervolg aan te breien. Het idee kwam pas na publicatie, toen ik boeiende verhaallijnen voor een vervolg opmerkte. Ook ‘Zand’ schreef ik niet in functie van een derde deel. Maar misschien komt het er wel van, het einde van de roman is erg open en de hoofdpersonages zijn nog niet uitverteld. Bovendien is er nog een bijzondere vakantiebestemming uit mijn jeugd die mijn leven kleurde. Wie me goed kent, weet bij deze waar het eventuele derde deel zich zal afspelen. En ja, ook een derde oerelement als titel ligt dan voor het grijpen!’ 

Koen D’haene, Zand, uitgeverij LetterRijn, 2020, 227 p. – isbn 978 918759 9 1 


(Opgetekend door Paul Rigolle)

woensdag 15 juli 2020

Afscheid van Daniël Van Hecke

In Brugge is verleden week op 6 juli 2020 Daniël Van Hecke (°25/1/1938)
overleden. Hij was de auteur van vier verhalenbundels en vier romans waarvan vooral 'De Mutant' (1967) en 'De vlucht' (1985, bekroond met de Guido Gezelleprijs van de Stad Brugge) bekendheid genoten. In 2009 publiceerde hij zijn laatste roman 'De tranen van Pygmalion'.

Met 'De verschroeide Hof van Eden', liet hij vooraan 2019, nog een ruime selectie uit zijn poëzie uitgeven. Het boek met een nawoord van Guy Van Hoof verscheen bij Uitgeverij C. de Vries-Brouwers.

Op de Facebook-bladzijde van Brugge Stadsgedichten staan bij wijze van afscheid twee gedichten van Daniël.
Daniël Van Hecke was immers als dichter - samen met Mark Braet - één van de eerste leden van het beschermcomité van het bezette Lappersfortbos in 2002 (Poëziebos.be). Zijn vriend Johan Debruyne, die in 2011 nog een VWS-Cahier aan Daniël wijdde, droeg op Facebook, navolgende tekst aan Daan op.

Friedhofbal

Je nam het op voor sans-papiers
(of dat nu katten waren of mensen)
Je voelde de pijn van zij die hier niet
welkom zijn
Je ijverde voor groen dat voor geld
en beton moest wijken
Samen laafden we ons samen aan eloquentie
en beeldende schoonheid
Trots was ik toen ik je taalvirtuositeit
verwoordde in een klein cahier
Voor smalltalk was je beducht en kortzichtigheid
deed je walgen
Je ging tekeer tegen machtsmisbruik
en hardnekkige domheid
Het mocht iets meer zijn, vond Lapje
Jij schreef het in haar plaats
Ook voor onze geadopteerde katers was je
een vertrouwde indringer
Thuis - als jullie op reis waren - moest en zou die
schuifdeur op een kier
opdat àlle katten en ongenodigd
klein leven schuilen konden bij nacht en ontij
Je laatste dichtbundel blijft op de
salontafel liggen
“De Verschroeide Hof van Eden”
Een gitzwart kleinood
Ter herinnering
In mijn hoofd blijft hij hangen
Onbereikbaar
Die dropvolley
Je Friedhofball
boven gemalen Duitse baksteen


© Johan Debruyne

Voor Daan, van Johan Debruyne, je vriend
5 juni 2020

Een andere vriend Guy Van Hoof schreef op zijn Facebook-bladzijde navolgend afscheid:

Mijn goede vriend, uitstekende schrijver Daniël van Hecke is overleden
in Brugge. Hij had me nog pas een enthousiaste brief geschreven, vol lof, hij had eindelijk zijn bundel kunnen uitgeven met het essay dat ik over hem schreef dat hij er absoluut bij wilde hebben, we hadden dezelfde opvattingen over heel wat maatschappelijke vraagstukken...hij schreef erover met eruditie en tevens ironie...en op de foto zitten we met onze vrouwen om die uitgave te vieren, en nu, een half jaartje later...Ik durf ronduit te zeggen dat ik zijn publicaties, zijn vriendschap, zijn brieven vreselijk zal missen... mocht er een schrijvershemel bestaan dan wens ik hem daar een ereplaats toe..

© Guy Van Hoof

Extern:
Auteurspagina bij "Schrijversgewijs"
Recensie "De verschroeide Hof van Eden" bij De Schaal van Digther
Brugge Stadsgedichten-Facebook-Afscheid van Daniël Van Hecke






maandag 22 juni 2020

Nachtlus - Wevelgemse Bib-medewerker Jeroen Messely debuteert als dichter

Het is weinig dichters gegeven om meteen te debuteren bij een 'héél erkende
uitgeverij'. Jeroen Messely, medewerker van de Bib van Wevelgem valt die eer te beurt!
Tot dusver heeft Messely nog zo goed als niet gepubliceerd in literaire tijdschriften. Vandaar ook dat zijn naam in de meeste poëtische regionen niet zo heel erg bekend in de oren klinkt. Met zijn debuut 'Nachtlus', meteen bij Atlas-Contact, komt daar méér dan wat verandering in! Helaas moest vanwege de bekende Corona-sores het voorbije weekend ook de voorstelling van dit toch wel omvangrijke poëtisch debuut worden geannuleerd. Wat helemaal géén reden is om 'Nachtlus' niet in huis te halen! Wel zeer integendeel!

Op de site van de uitgever lees je om te beginnen dit:

De nachtlus, dat zijn de onchristelijke uren tussen middernacht en de zeer vroege ochtend waarin de Belgische televisie haar programma’s in een eindeloze – troosteloze – loop zet. In dat tijdslot ontstonden ook de gedichten in deze bundel. Dan pas durft een man te treuren om een verdwenen geliefde en een verloren kindertijd; dan pas maakt een veellezer de balans op van zijn aflopende affaire met de literatuur. Een technisch begaafde dichter die in ieder vers vecht tegen de herhaling: een lus kan o zo makkelijk een strop worden. In de handen van Jeroen Messely wordt taal een vlijmscherp wapen tegen de eeuwige wederkeer. 

De gedichten in dit debuut zijn lenig, stoutmoedig en klankrijk, zoals alleen een West-Vlaming ze kan schrijven. Dolle erotische koortsdromen worden afgewisseld met melancholische reflecties. Nachtlus streeft schaamteloos naar het sublieme, in de betekenis die Edmund Burke eraan gaf: al wat groots, onnatuurlijk, penibel, verbijsterend en – hoe kan het ook anders, zo diep in de nacht – obscuur is.

Onlangs maakte het tijdschrift Tzum (via een opgevangen bericht van de uitgeverij of via een andere omweg) bekend dat Jeroen Messely ook de man was die al die tijd achter het fantastische literaire pseudoniem  "Achille van den branden" schuilging. Onder het dekschild van deze schuilnaam en ook onder dat van "Prins van Denemarken" las en schreef Messely jarenlang - en sneller dan zijn schaduw - over boeken en bundels die hem in beweging en of vervoering wisten te brengen. Daar waar velen dachten dat er achter die namen een collectief of zelfs Gerrit Komrij schuilgingen. Het wil wat zeggen!

Het omslagbeeld van Nachtlus is een reproductie van James Abbott McNeill Whistler, Nocturne in Black and Gold - The Falling Rocket (1875)


Meer info over Nachtlus: Uitgeverij Atlas
Schrijfbroeder Sander Kok over Nachtlus op YouTube

Nachtlus - ISBN 9789025459468
Pagina's 112
Type Paperback/softback
Gepubliceerd juni 2020
€ 21,99





(Bericht: Paul Rigolle)
Dit bericht staat ook op 'De Schaal van Digther'