maandag 2 november 2026

Uitreiking VWS-prijs aan Peter Verhelst en Voorstelling van het Jaarboek 2026 - Zaterdag 21 november 2026


 

 

 Voor al wie van boeken en lezen houdt 

Uitnodiging voorstelling jaarboek en prijsuitreiking 

West-Vlaamse Schrijvers

zaterdag 21 november 2026 | 17u30. | Stadhuis Brugge

Elk jaar stelt de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers haar jaarboek voor in een gemeente die een link heeft met de prijswinnaar. Dit jaar werken we opnieuw samen met de Stad  Brugge. Je bent van harte welkom!

Naast de voorstelling van het VWS-jaarboek “Jaarwerk MMXXVI” wordt ook een literaire prijs uitgereikt aan een West-Vlaamse auteur. In 2026 wordt de VWS-prijs toegekend aan Peter Verhelst.

Het evenement vindt plaats in de Gotische zaal van het stadhuis van Brugge, Burg 12  op Zaterdag 21 november. Je bent welkom vanaf 17u.

De inschrijvingen worden afgesloten op maandag 16 november 2026 om 23 u !
Inschrijven kan bij het secretariaat via een seintje aan georges.hoet@skynet.be

Programma

Koen D’ haene, voorzitter VWS, verwelkomt het publiek
Toespraak door Dirk De fauw, burgemeester van de stad Brugge
Paul Rigolle, mederedacteur van 'Jaarwerk MMXXV', stelt het nieuwe jaarboek over 2026 voor.
Overhandiging van de VWS-prijs 2025 aan Peter Verhelst door VWS-voorzitter Koen D'haene en beeldend kunstenaar Renaat Ramon

Peter Verhelst krijgt het woord.

Receptie 

.../...

Blogbericht van 30/9/2026

Peter Verhelst -© Stephan Vanfleteren


Jaarwerk MMXXVI - kaftontwerp Renaat Ramon


Vereniging van West-Vlaamse
Schrijvers vzw

Maria Van Bourgondiëlaan 24
B 8820 Torhout
+32499606272
georges.hoet@skynet.be


georges.hoet@skynet.be
koenbib@gmail.com
IBAN BE85 0015 1408 3306
BIC GEBABEBB 



vrijdag 16 oktober 2026

Kristien Bonneure wint de Grote Prijs Martine Tanghe

 

De Grote Prijs Martine Tanghe is gewonnen door Kristien Bonneure. Zij is hier bij ons "in het Westen" en bij de VWS alombekend. Kristien is de dochter van Fernand en de zus van Jan Bonneure die tot aan zijn overlijden begin dit jaar heel erg betrokken was bij onze vereniging.

Kristien Bonneure wordt door de jury van GP Martine Tanghe geëerd en gewaardeerd voor haar excellent taalgebruik.

Alle gegevens over de prijs vind je hier via dit Vrt Nws-bericht.
Andere genomineerden voor de prijs waren dit jaar: Christophe Vandegoor, Faroek Özgünes, Kobe Ilsen en Tom De Cock.

Kristien Bonneure is ook de auteur van een bloeiende blog "Stil leven met en zonder woorden".

Onze allerbeste VWS-gelukwensen!

zaterdag 10 oktober 2026

De Blankaart: het verhaal van de familie Kempynck

Bibliotheekmedewerker en schrijver Stefaan Kempynck uit Houthulst heeft een nieuw boek uit. De Blankaart: het verhaal van de familie Kempynck is de kroniek van de families Kempynck en Verhaeghe, zoals ze hun leven hebben geleid aan De Blankaart in Woumen-Diksmuide van rond 1900 tot 2000. Het is een heel persoonlijk en spiritueel geïnspireerd werk geworden, gebaseerd op niet eerder vrijgegeven bronnenmateriaal en voorzien van originele foto’s.

De Blankaart: het verhaal van de familie Kempynck start bij het leven van baron Gustaf de Coninck de Merckem (1837-1895), die het Blankaart-domein in Woumen in de 19de eeuw aankocht en er het kasteel liet optrekken. Als broer van Charles de Coninck de Merckem, eigenaar van het naburige kasteel van Merkem, werd Gustaf verliefd op zijn dienstmeid Melanie-Eulalie Verhaeghe. De twee kregen een relatie, die een pastoor moest helpen mogelijk maken, omdat dit soort verhouding helemaal indruiste tegen de regels en etiquette van de adel. Na hun huwelijk in 1873 in de kapel van hun eigen kasteel, kreeg het koppel tot twee keer toe een kind, maar even veel was het niet levensvatbaar, waardoor ze kinderloos bleven. De baron stierf in 1895 en daarna wilde de barones haar eenzaamheid doorbreken door de adoptie van een kind. Haar oog viel op één van de kleinkinderen van haar broer Leonard, uit het gezin met zes dochters van diens zoon Hildevert Verhaeghe met Veronica Van Lerberghe. 

VAN ELIANE NAAR STEFAAN 

Dat éne kind was Stefaans grootmoeder Eliane Verhaeghe, die dus op de leeftijd van vijf jaar en in 1901 werd weggeplukt uit haar eigen warme nest met haar ouders en vijf zussen. “Deze adoptie, die binnen de familie aanvankelijk heel informeel werd geregeld, vormt als het ware de aanhef van een sprookje. Je hebt een baron en barones met een kasteel en een aanzienlijk domein, met vijver en landerijen. Behalve dit materiële dat tot de verbeelding spreekt, was een grote emotionele leegte ontstaan omwille van een niet uitgekomen kinderwens en het overlijden van een huwelijkspartner. Hoewel adoptie van een ‘gewone burger’ in adellijke kringen maar zeldzaam voorkwam, is dit toch hét bijzondere, bijna niet te geloven kantelmoment in de families Verhaeghe en later Kempynck geweest, waar altijd naar werd verwezen. De tweespalten tussen adel en gewone mensen, tussen uiterlijke rijkdom, bevoorrechte afstandelijkheid en minder bezit met gewonere omgangsvormen en andere intenties en idealen, zijn altijd in de geest van onze familie blijven voortleven. En meer nog: mijn familie heeft de beladenheid van die afkomst weten te transformeren en vanuit een gevoel van verantwoordelijkheid, sociale rechtvaardigheid en visie op streekontwikkeling hun bezit weten in te zetten voor de gemeenschap”, schetst Stefaan Kempynck.

VOLKSHOGESCHOOL EN DE RHILLE 

Behalve dit verdere verleden met adellijke tint, gaat het familieboek natuurlijk ook in op het leven en huwelijk van Eliane Verhaeghe met haar latere man en advocaat August Kempynck en hun zonen Paul en Luk. Hoe dit gezin met woning in het hartje van Brugge, met veel passie en liefde telkens weer naar hun buitenverblijf op De Blankaart in Woumen kwam: om in de natuur te zijn en als eigenaars ook een goede relatie met hun pachtende landbouwers uit te bouwen. En daarna zijn in de adolescentie van Paul en Luk Kempynck de ideeën van eerst de oprichting in 1958 van de Volkshogeschool De Blankaart in het kasteel, later in 1962 het ruitercentrum De Rhille in hetzelfde dorp Woumen ontstaan en tot ontwikkeling gekomen. Met inbreng niet te vergeten van de zussen Betty en Ireen Daenen uit Heverlee, waar respectievelijk Paul en Luk intussen mee waren gehuwd.
Dit alles kon tot stand komen in de context van het idealisme van de periode van wederopbouw na Wereldoorlog 2 van de jaren ’50 in de vorige eeuw: het was in die tijd dat nieuwe ideëen rond volksopvoeding, maatschappij- en streekontwikkeling waren ontstaan, zeker ook in het intellectuele milieu van universiteit en hogeschool of mee geïnspireerd door praktijkvoorbeelden in naburige landen als Nederland, Denemarken en Duitsland. Naast de al aangehaalde thema’s is er natuurlijk ook het behoud, de bescherming en het open stellen van de natuur van De Blankaart, die toen zijn gestart. Samen met de pioniers van ‘Natuurpunt’ is het de familie Kempynck die de basis voor het intussen internationaal bekende natuurreservaat heeft weten te leggen.

 LEVENSVERHALEN 

De stap om een boek te schrijven over zijn eigen afkomst speelt al langer bij Stefaan Kempynck: “Als schrijver van levensverhalen leefde ik al vele jaren met het idee om de kroniek van mijn eigen afkomst neer te pennen. Ik had nu eenmaal in de loop van de tijd heel wat materiaal, dat mijn grootmoeder Eliane Verhaeghe, moeder van vader Paul, altijd had bijgehouden, verzameld. Mijn intentie werd ook nog versterkt omdat het verhaal van onze familie aan De Blankaart al door heel wat schrijvers en reporters op papier is gezet. De bekendste publicatie hierover is wellicht het boek ‘De Blankaart, mensenwil, mensenwerk: een verhaal van mensen voor natuur’ van Guido Vandenbroucke en Peter Bossu uit 2011. Maar ook dat was een verhaal, hoe goed ook, dat derden over ons brachten en niet uit onszelf voortkwam, in onze woorden en gedachten. En omdat al deze publicaties doorgaans maar gedeeltelijk ons familieverhaal brachten, wilde ik het nu eens op mijn eigen manier en zo volledig mogelijk op papier zetten.”    

‘De Blankaart: het verhaal van de familie Kempynck’
Hardcover, 224 blz., 200 historische foto’s kleur en zwart-wit.
Meer info en bestellen www.blankaartboek.be of blankaartboek@gmail.com.




dinsdag 6 oktober 2026

Renaat Ramon 90

  


Aan de vooravond van de negentigste verjaardag van beeldend kunstenaar Renaat Ramon nodigen het College van Burgemeester en Schepenen, CC Brugge & Uitgeverij Phoenix ons uit op de academische zitting/boekvoorstelling 'Renaat Ramon_Borgtocht. Beeldend werk’. 
De voorstelling gaat door op vrijdag 16 oktober 2026 om 19:00 uur in de Gotische zaal van het Brugse Stadhuis, Burg 12, Brugge

Programma

- Verwelkoming door burgemeester Dirk De fauw
- Schepen van Cultuur, Nico Blontrock over het respect voor Brugse kunstenaars
- Historische duiding van het beeldend werk van Ramon door Johan Debruyne, criticus
- Voorstelling van het boek ‘Renaat Ramon. Borgtocht. Beeldend werk’ door uitgever Willy Tibergien
- Officiële in ontvangst name van het eerste exemplaar door de jarige kunstenaar
- Receptie in de Salons tot 21.00 uur

> Gratis mits reservatie

 

Boek

‘Renaat Ramon_Borgtocht. Beeldend werk’
Uitgeverij: Phoenix Brugge
Druk: Govaerts Printing Group Brugge
353 pagina’s_20,50 x 17 cm_40 euro

Officiële uitnodiging via CC Brugge 
Website Renaat Ramon 

Dit bericht verschijnt ook op het literair e-zine 
De Schaal van Digther.


zaterdag 3 oktober 2026

I.M. Hedwig Speliers

De dood is de dag zonder gedicht

© foto Lieve Terrie 

Verleden week donderdag 24/9/2026, overleed in Oostende dichter en criticus en nog zoveel meer Hedwig Speliers. Hij werd laatst in juni eenennegentig (91!). Hedwig was en blijft een dichter die mij om diverse redenen nauw aan het hart ligt. En die ik blijf lezen. Met de VWS (Vereniging van West-Vlaamse schrijvers) hadden we in het Coronajaar 2020 het genoegen om hem de VWS-prijs toe te kennen. Vanwege Corona kon er toen geen publieke officiële uitreiking doorgaan. Daarom overhandigde Renaat Ramon – elk jaar de maker van de VWS-trofee – de prijs aan Hedwig Speliers bij hem thuis. Veel sterkte - ook namens de VWS - aan Antje, familie en de vele literaire en andere vrienden.

En hoe kan men een dichter van zijn niveau beter eren dan met een gedicht. De poëzie vond hij trouwens het hoogste in de literatuur. Onderstaand gedicht ‘Afstand’ komt uit de verzamelbundel ‘Fortuna’s lieveling’ die in 2011 werd samengebracht door zijn neef Peter Theunynck in nauw overleg met de dichter (Poëziecentrum, 2011). De titel van dit stukje staat ook bovenaan de inleiding in ‘Fortuna’s Lieveling’.

Afstand

In de trein van mijn lichaam lig ik
het landschap te herhalen. Waarom reizen
als alles eender en weer anders verandert
in mijn dode verlangen. Landschappen

zijn landschappen in ons. Wat we zien
is niet wat we zien maar wat we zijn:
in folders van het oog ligt de landkaart
zijn reliëf van taal naar dal te verklaren.

Het moet de aarde op afstand vervangen:
god, goddelijk wezen, evenaar, avondster.
Lucht van dode en mislukte zomers
ruikt naar okselzweet van hooiers.

© Hedwig Speliers 

Blogbericht 'De dood is de dag zonder gedicht'
Bericht over de VWS-prijs 2020-toegekend aan Hedwig Speliers
Hedwig Speliers bij de VWS
De klare kijk van Joseph Willaert  

(Paul Rigolle)



woensdag 30 september 2026

Peter Verhelst wint de VWS-prijs 2026

De Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers (VWS) kent haar jaarlijkse prijs dit jaar toe aan niemand minder dan Peter Verhelst.

De prijs - de twaalfde al in de reeks - zal worden uitgereikt op zaterdag 21 november 2026 om 17:30 u. in de Gotische zaal van het Brugse stadhuis, de thuisstad van de laureaat.

© Foto Stephan Vanfleteren 

In 2014 riep de raad van bestuur van de vereniging de ‘VWS-prijs’ in het leven. Die wordt telkens uitgereikt aan een verdienstelijk auteur geboren of wonend in de provincie West-Vlaanderen.

Dit jaar gaat de prijs – zoals elk jaar een origineel beeld van dichter en beeldend kunstenaar Renaat Ramon – naar auteur Peter Verhelst.

Peter Verhelst geldt als een van de meest vernieuwende en veelzijdige stemmen in de Nederlandstalige literatuur. Als dichter, romanschrijver, theatermaker en scenarist bouwde hij een indrukwekkend oeuvre uit dat wordt gewaardeerd om zijn rijke beeldtaal, stilistische kracht en onbegrensde verbeelding.

Zijn werk verkent sinds hij in 1987 debuteerde met de dichtbundel Obisidiaan vaak de grenzen tussen werkelijkheid en fictie, l
ichaam en taal, schoonheid en verval. Met zijn uitgesproken literaire stem weet Verhelst zowel lezers als critici te blijven verrassen en inspireren. Deze prijs bekroont niet alleen een uitzonderlijk werk, maar ook een schrijversschap dat al decennialang een bepalende plaats inneemt binnen de hedendaagse literatuur.

De vorige winnaars van de VWS-prijs zijn Walter Haesaert, Willy Spillebeen, Luuk Gruwez, Kristien Dieltiens, Patrick Lateur, Hedwig Speliers, Herman Leenders, Bart Vonck, Peter Terrin, Bart Moeyaert en Lara Taveirne.

Peter Verhelst mocht voor de VWS in geen geval in dit rijtje ontbreken…

Het volledige programma van vrijdag 21 november 2026 wordt - ook via deze pagina - later bekendgemaakt. Op die dag wordt ook al zoals elk jaar het nieuwe jaarboek van de VWS - "Jaarwerk MMXXVI" - voorgesteld.

#vwsprijs #PeterVerhelst #vwsprijs2026 #RenaatRamon #VWSJaarboek2026 #jaarwerkMMXXVI

Website Peter Verhelst
Wikipedia-pagina Peter Verhelst

Een steen te mogen leggen (Eerder bericht over het VWS-Jaarboek 2026)

 

 

 


dinsdag 15 september 2026

Een steen te mogen leggen!

 
 
En dan, dan is het weer dié tijd van het jaar! Altijd een fijn ogenblik om in de lichte herfstbries van september een steen te mogen leggen op een stapeltje teksten… Samen met copiloot & VWS-voorzitter Koen Dhaene ben ik dezer dagen bezig met het redigeren van de teksten voor het komende Jaarboek van de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers (VWS). Ook dit jaar zal het jaarboek – het twaalfde al – onder de titel ‘Jaarwerk MMXXVI’ een aantal boeiende teksten bevatten van en over het literaire leven in de ‘Dun lied donkere draad’-provincie. “Voor al wie van boeken en van lezen houdt”. De cover van ‘Jaarwerk MMXXVI’ is opnieuw van Renaat Ramon. 
 
Op de inhoud van het jaarboek en wie de laureaat wordt van de jaarlijkse VWS-prijs kom ik hier heel graag later nog uitgebreid terug.

Ondertussen mag iedereen die het wil nu al de datum van de voorstelling en de prijsuitreiking noteren: zaterdag 21 november 2026 om 17:30 u in het Brugse Stadhuis.
 

vrijdag 4 september 2026

Niet storen, ik lees!

Jet Marchau over 'De zwarte poel' van Jan Vantoortelboom

 

 
Voor een ‘Jan Vantoortelboom’ zoek je het liefst een comfortabele stoel en hang je het best een bordje aan de deurklink: ‘Niet storen, ik lees!’
 
Zeven romans schreef Jan Vantoortelboom en je verwachtingen worden keer op keer én meer en meer bevestigd: een uitgekiende structuur, prachtige taal, personages die je buur konden zijn, en zeker ook de psychologische diepgang.
 
In mijn bespreking van het bekroonde MAUK ( Boekenbon literatuurprijs 2023/o.a. in Bruggeleest 14-11-2023) eindigde ik met: ‘Zijn scherp beleefde inkijk overstijgt alle getheoretiseer en houdt mij wakker.’
 
Dit is niet minder het geval voor De zwarte poel (Cossee, 2025). De empathische, gevoelige Ko en de fysiek en mentaal beperkte Lou (Gilles de la Tourette?) staan centraal. Hun vriendschap- groeiend, tanend, botsend en weer opgevist-, wordt ook belicht in de personen die hen omringen: onder meer Ko’s vrouw, de eenzelvige boer Adrie die zijn verwaarloosd domein openstelt voor tienerjongens uit de buurt. En twee mysterieuze schikgodinnen, met bepalende betekenis zo blijkt.
Zo wordt de roman een inkijk in intense gevoelens die de lezer in de ban houdt, die donkere vermoedens én vrees wekt (‘zou het waar zijn?), vermoedens die de vrees op het einde terecht maakte…
 
Voor een uitgebreide bespreking verwijs ik naar de interessante recensie van Cécile Geysens in Bruggeleest, 30 oktober 2025. Ook in het komende Jaarboek van de VWS: JAARWERK MMXXVI (verwacht 21 november 2026), belicht Paul Rigolle uitgebreid De zwarte Poel, als een van de negen boeken ‘om in te verdwijnen’ .
 
Wie meer wil weten over Jan Vantoortelboom kan terecht in het essay van Paul Rigolle: ‘Een peloton schrijvers gevangen in een en hetzelfde hoofd. Over het proza van Jan Vantoortelboom.’ (JAARWERK MMXX-2020.)
In boekenvriendschap, Jet


Jan Vantoortelboom

Deze tekst verscheen ook op Brugge Leest.be 
En ook op de persoonlijke Facebook-pagina van Jet Marchau.

dinsdag 25 augustus 2026

Tegen het verdwijnen

Jet Marchau over 'Twee mensen worden' van Lies Gallez

Lies Gallez (Assebroek-Brugge, 1990) debuteerde met kortverhalen en poëzie in Vlaamse en Nederlandse tijdschriften. Na de verhalenbundel Het water vangen (2021) volgde in 2023 de poëziebundel Honger, heteronormativiteit & het heelal. Als ghostwriter van Veerle Hegge doorbrak ze het taboe rond anorexia op latere leeftijd in  De stem van mijn stilte (2025). Lies Gallez woont en werkt nu in Antwerpen, maar blijft Brugge in haar hart dragen. Letterlijk en figuurlijk.

In  haar debuutroman Twee mensen worden (2026 ) herkennen we de hunkering naar verbinding uit haar verhalenbundel  en de activistische toon van sommige gedichten. 

De roman wisselt tussen het heden en het verleden van de verteller Echo. De volwassen Echo keert terug naar het dorp (Doel) waar ze met haar moeder woonde. Het brengt bittere herinneringen terug aan haar kinder- en pubertijd. 

Haar vader verdween op zee, of  ‘naar de overkant’, (de stad), toen ze vier was. Het dorp moet plaats maken voor de uitbreiding van de haven, of voor een groot industrieterrein. De jonge Echo ziet het dorp leeglopen, maar haar moeder wil van geen wijken weten. Ze blijft wachten op vader: ‘Het huis dat moeder koste wat het kost wilde behouden was eigenlijk het enige wat moeder, vader en ik bijeenhield’.  In haar onmacht verkoopt moeder zich als prostitué en verdrinkt ze haar verdriet. De dertienjarige Echo zoekt haar op in bars en probeert zo veel mogelijk zelf te overleven, door haar schoolwerk én vooral door zich in te leven in de lessen van haar biologieleraar mijnheer Pernel. Maar moeder richt haar woede op haar jonge dochter: ‘De fles wordt een verlengstuk van zichzelf’.

 ‘Alcohol had haar taal opnieuw besmet’  En daar besmet ze  Echo mee: ‘Niemand zal ooit van je houden’.

Echo wordt doordrongen van die herhaalde woorden en draagt ze haar verdere leven mee.

In haar waanzin neemt moeder Echo mee naar de donkere kelder en snijdt ze haar in de arm: om te oefenen voor de pijn van later. Echo blijft de littekens letterlijk en figuurlijk houden.

Ook Echo wacht op haar vader en ze  geeft hem een eigen gezicht. Uiteindelijk  vindt ze een foto waarmee ze tegen beter weten in op zoek gaat, met de hulp van haar close vriendje Rinus.  Bij hem ervaart ze voor het eerst vriendschap en zelfs liefde.

‘We waren een klein eiland van twee mensen.’

Hij help haar bij haar zoektocht:

‘Wil je blijven zoeken?’

‘Tegen beter weten in zal ik hem altijd blijven zoeken. Als is het maar tussen alle gedachten en beelden in mijn eigen hoofd!’

‘Wat moet ik anders doen met de hoop die ik heb?’.

Het liefst zou Echo verdwijnen, in een compleet zwarte nacht ‘ die al wat moeilijk is vanzelf liet verdwijnen, als een goochelaar in een circus.

‘Mam’ riep ik het donker in. Het woord dat over het water strompelde werd een echo. En echo’s verdwijnen in een niets. Misschien had moeder me daarom deze naam gegeven.’

‘Dat Echo wil verdwijnen uit de hectische wereld, wordt ook duidelijk in het wisselende hoofdstukken over de volwassen Echo.

Echo, een biologe,  voelt zich vervreemd in de stad en in haar kantoorwerk: ‘Het voelde alsof ik twee mensen geworden was. Ik had mezelf een rol eigen gemaakt die spande steeds strakker om mijn lichaam, waardoor het leek alsof ik in ademnood kwam.

Ze besluit samen met enkele anderen een bos in de buurt van Antwerpen (of  Doel) te bezetten dat op het punt staat gekapt te worden om het nabijgelegen industrieterrein te vergroten.

Een flashback drong zich aan mij op:  naar de bezetting van het Lappersfortbos (2001-2003 en 2008-2009) in Assebroek, in het geboortedorp van Lies Gallez (en van mij).. Met hetzelfde resultaat…

L'Histoire se répète…

In die hoofdstukken lees je gedetailleerd  over de passie van Echo voor bomen: hun functie, hun ondergrondse netwerken en de bovengrondse verbinding van hun kruinen. In het bos zoekt ze de ‘moederboom’ die haar de veiligheid moet schenken die ze als puber bij haar eigen moeder niet vond.

Lies Gallez staaft haar stellingen  over het grote nut van de natuur en het bos in het bijzonder met veelvuldige verwijzingen naar wetenschappers en pseudowetenschappers. Hun namen vind je  achteraan in de roman..

Ik heb iedere zin, ieder woord gelezen, Lies Gallez heeft me zeker overtuigd, maar dat had ze niet zo uitgebreid hoeven te doen. Ik had vaak de neiging om over bepaalde pamflettaire  passages  heen te lezen..  des Guten zu viel...
De kans is heel reëel dat er hier uiteindelijk geskimd wordt. En alsof Lies Gallez dat ook wist, spreekt ze de lezer (of zichzelf?) erop aan: ‘ weet je nog?’ = wat die of die auteur daarover schrijft? Amper dus.

Ook daardoor, naast alle verwijzingen en herhalingen,  krijgen die volwassenhoofdstukken een sterk activistisch karakter.

Wel was ik onder de indruk van de vastgehouden parallellen tussen de hoofdstukken van de jonge en de volwassen Echo. Ieder hoofdstuk sluit af met een hint die in het volgende hoofdstuk uitgewerkt wordt.

Een voorbeeld: Pierre, de nieuwe, tijdelijke man van haar moeder, leest ‘De donkere kamer van Damocles’. In het volgende hoofdstuk zet bibliothecaresse Peggy, die de volwassen Echo steunt, een boek van Willem Frederik Hermans in de rekken.

En een allesbepalend parallel tussen de jonge en volwassen Echo:

Bij het noodgedwongen verlaten van het bos, daalt de volwassen Echo neer in een zelfgegraven put, dicht bij de wortels van de vermeende moederboom: ‘Misschien begint het nu, mijn eigen verdwijnen. Misschien is dat altijd mijn lot geweest.
Het thema van eenzaamheid en het zich vreemd voelen in de wereld wordt hiermee bevestigd.

‘Twee mensen worden’ is een intens boek, schrijnend wat er met de kleine Echo gebeurt, schrijnend ook wat er met de natuur gebeurt.   En een pamflet voor mede-activisten.

In boekenvriendschap, Jet

© Jet Marchau