dinsdag 23 juni 2026

Voorstelling 'Coffarnaüm' van Pierrette COffrée in Moorsele


Vorige zaterdag stelde Pierrette COffrée haar tweede dichtbundel '
Coffarnaüm' voor in de bibliotheek van haar hometown Moorsele. Het was een gezellige bijeenkomst in de schaduw van de door haar geadoreerde Kezelberg, de asfaltbubbel waarop ze haar kinderjaren heeft doorgebracht.

Auteur-uitgever Patrick Bernauw gaf een bevlogen inleiding die de originaliteit van de vloeiende woorden- en beeldenstroom in Pierrettes 'poëmen' heerlijk introduceerde.
Licht herwerkte versie van de inleiding uitgesproken bij de boekvoorstelling.

Waarde potentiële lezer,

Beste medepassagier op wat ongetwijfeld een licht chaotische reis zal worden,

Ik moet u iets bekennen. 

Toen ik dit manuscript voor het eerst in handen kreeg, dacht ik: ‘Dit is geen bundel gedichten, dit is een storm.’ Een tornado van woorden, beelden, talen, stemmen – en zoals u wellicht weet, pleegt een tornado ook al eens enige verwarring te veroorzaken.

We hebben dit boek de NUR code 306 meegegeven, die staat voor poëzie, zodat Coffarnaüm in boekhandels en bibliotheken als zodanig zal gecatalogeerd staan. Je zou de bundel een verzameling slam poetry kunnen noemen, want deze teksten verzoeken de auteur dringend ermee op een podium te klimmen. Je zou het boekwerk ook als ‘theaterteksten’ kunnen benoemen, maar eigenlijk – laten we wel wezen – is Pierrette de enige die ze kan brengen zoals het hoort. Terwijl het toch de bedoeling van een theatertekst is dat ook anderen die hun stem kunnen geven.

Deze schrifturen zijn zo hoor- en zichtbaar geschreven (ah ja, want schrifturen zijn zowel hoorbaar in de klankkamers onder uw schedelpan als zichtbaar voor uw geestesoog) in het onnavolgbare idioom van Pierrette COffrée, dat het aartsmoeilijk wordt als niet Pierrette zijnd performer ze honderd procent zo te doen klinken als ze bedoeld zijn. Want, zoals ze ook over een enigszins omstreden Nobelprijswinnaar Literatuur plegen te zeggen: ‘Niemand zingt COffrée zoals Pierrette.’ U kunt uiteraard wel een poging doen, en Pierrette zal daarbij uw eerste supporter zijn – zo heeft ze mij stellig toevertrouwd.

Maar Coffarnaüm is dus een zootje. Want dat is waar het woord ‘caffarnaüm’ voor staat. ‘Dat is daar een waar caffarnaüm!’ Een wan-orde, een chaos, zoals in de Bijbelse stad Kapernaüm.
Maar de oplettende lezer van die titel heeft het al gemerkt: Pierrette maakte er een ‘Coffarnaüm’ van, met de o van COffrée in plaats van de bijbelse a. Dit zootje ongeregeld kan allemaal in haar kiste – ik laat in het midden of het er één van steen is en bijgevolg een steenkiste – of, laten we het anders zeggen, het kan allemaal in hare reiscof-frée. (Dit is, geheel tussen haakjes, een hint naar de naam achter het pseudoniem, voor toekomstige COffrologen. Als dat niet goed gezegd is – ‘Bene Dicte’, in het Latijn! – weet ik het ook niet meer.) 

Zoals Pi het zelf schrijft in haar voorwoord – ja, sinds haar debuut Tabak Taboek verscheen, in 2024 en ook bij de Scriptomanen, noem ik haar gemeenzaam Pi zoals zij mij gemeenzaam Pé mag noemen, het fonetisch initiaal van mijn voornaam Patrick, achternaam Bernauw… En Pi, dames en heren, let goed op en neem uw notitieblok in de aanslag, want dit is toch wel een bijzonder leuk wistjedatje… Pi is een wiskundige constante met een oneindig aantal decimalen achter de komma die nooit in een herhalend patroon vervallen. Pi is met andere woorden een irrationaal getal, dat nooit eindigt en bijgevolg zeer toepasselijk is. Pi is bovendien, om het met enige citaten uit de bundel te illustreren: ‘de oker-rozige regenPIER, de hengelPIER, de Mjeelse PIER in NoorderKempenland, zij PIEreliert op de aardvraatworm, als de heimelijke ssssPIER van ons bestaan, o laten we dus walsen in meander cadans de PIErendans, en PIErewaaien naar achter naar voor, ook Pommelien danst mee in regentenue, PIErpret verzekerd!’    

Maar waar was ik dus gebleven? God zeg, deze inleiding tot de COffrologie wordt ook al een zootje… Sorry hé. Ah ja, zoals Pi het ver-woordt in haar voor-woord: ‘In mijn kleine bootje roei ik op de woelige wateren van het woord. (…) Ook mijn poëtische werf is een zootje van performante poëmen.’
En kijk – dat is allesbehalve een vrijblijvende metafoor. Dat is een waarschuwing. Kom achteraf niet klagen dat Pi u niet verwittigd heeft. Dit bootje van papier zal je niet comfortabel vervoeren van de eerste naar de laatste bladzij. U zult zelf moeten roeien.
Even verder wordt het nog mooier – of erger, afhankelijk van uw conditie: ‘Je bent niet de eerste die ik met roeirijmen moet opvissen uit de troebele wateren van mijn schrijven.’ Met andere woorden: als u straks kopje onder gaat… dat is ingecalculeerd.

Wat Pi hier doet, is wat ik zelf als schrijver enorm bewonder: ze weigert te kiezen. Tussen ernst en humor, mystiek en satire, het sacrale en het ronduit absurde, het verheven en platvloers, de zogenaamd hoge en de nog zogenaamder lage cultuur. Pi is alles tegelijk, tot in het oneindige.
Neem bijvoorbeeld die prachtige, licht ontregelende aanwezigheid van de engelen. Omdat iedere engel verschrikkelijk is, volgens Rilke althans – ja, die waarschuwing krijgt u ook netjes mee, als motto van de bundel – tovert Pi geen engelen ten tonele die lieflijk op een wolk harp zitten te spelen. Dit zijn engelen die vloeken, schrobben, zingen, klagen.
Een van mijn favoriete momenten – dat komt omdat ik zelf nogal wat over de Graal van Brugge en de kroost van Kristus heb geschreven – komt uit het gedicht over het Heilig Bloed, waar een engel met een knipoog naar meneer en mevrouw Macbeth, bijna hysterisch roept: ‘Ik word zot van die vlek, van die plek!’ Waarna een ode volgt… aan een wasmiddel. Als dat geen hedendaagse mystiek is…

Maar onder die humor zit nog wat anders. Iets dat schuurt. Wat mij bijzonder raakt in Coffarnaüm, is hoe de poëtisch theatrale verhalen van Pi voortdurend de confrontatie aangaan tussen onze oude mythes en nieuwe realiteit. Spinnen weven het lot en de ‘Muskspin’ vangt ons in een digitaal web. En zo vallen we ineens tussen twee stoelen: die van de mythologie en die van Silicon Valley. Het oeroude, het hypermoderne. En we beseffen: misschien zijn we niet zo ver geëvolueerd als we denken.
Er zijn tal van raakpunten in dit boek tussen die Pi en deze Pé. Het nieuwe boek van Pi speelt zich af in een Fantastisch Vlaanderen, een parallel universum dat ook het mijne is – ik hou er niet voor niets een podcast op na, getiteld Mysterieus België. En ik woon al een leven lang in Erembodegem: de mythische en mystieke Sint Amanduskapel ligt op een paar steenworpen van mijn achterdeur… En laat Pi nu toch wel een indringend portret ophangen van de goedheilige patroonheilige van Vlaanderen, zeker! (Ook die van de brouwers en barmannen trouwens.)


Jij Amandus boom-crapulus
wortel van de ecologische ramp
in welk zaagsel wij nu zitten!
Ecce arboricida gloriosus!
Roemrijke boommoordenaar
Carnifex silvarum honoratus!
Gekroonde woud-beul
Princeps caesorum arborum!
Prins der boomkappers
Jij ontketende de bijlenstorm
Jij hakte de hemel om 


En wat heeft die goeie ouwe Amandus daarop te zeggen? ‘Dat zijn heel heel oude koeien…’
Een ander moment dat mij als schrijver van Het Bloed van het Lam zeer dierbaar is: de passage over het Lam Gods. Want ja, ook dat schaap blijft in navolging van de Rechtvaardige Rechters niet netjes op zijn plaats staan. Het ontsnapt. Het wandelt Gent in. Het wil… leven! En het zegt, heel eenvoudig en ontroerend: ‘’t schaap wil schaap zijn, geen wollig verhaal.’

Wie van ons wil niet gewoon zichzelf zijn, zonder verhaal dat door anderen wordt bedacht en opgelegd?
Als groene jongen die alleen klimaatrampen in het verschiet ziet als wij ons niet een klein beetje gaan gedragen zoals onze natuur het vraagt, hou ik ook van de ecologische laag in deze bundel, die overal binnen sluipt – soms zacht, soms als een Boem Paukenslag. Want ja, neem nu die passage uit de Pauken Pierenslag van daarstraks, waarin een pier ons toespreekt: ‘als ik geen aarde meer kan wreten… kronkel ik me krom in jullie geliefde hersenpan’. Het is tegelijk grotesk en geniaal… En vooral: het blijft hangen.

Ik denk ook aan de afdaling in de afdeling Carbon Paradise, waar we teruggaan naar het begin van de aarde: ‘een tijdreis van jaren eeuwen eonen…’ Plots zit je als lezer niet meer in een boek, in een verhaal, in een gedicht, maar in een soort oersoep van taal en bestaan.
Ten slotte wil ik ook nog iets gezegd hebben over de meertaligheid van dit boek. Pi schrijft doorgaans in een min of meer beschaafd Vlaams, gekuist Westvlaams zelfs, maar in haar woordenstromen vloeit dat door elkaar met Frans, Engels, Latijn… zoals onze gedachten zich wel eens verstrengelen tot een onontwarbaar kluwen, of zoals dromen dat doen. Zoals, wellicht, ook ons Flaumaland dat doet, le plat pays dat het onze is.


Beste lezer,
Ik ga afronden – al zou ik eigenlijk nog een paar bladzijden kunnen doorgaan, want dit boek is een schatkist. Of misschien beter: een rommelzolder waarin je onverwachte schatten vindt. Laat mij eindigen met wat misschien de kern is van dit boek. Het zit niet in een citaat, maar in een gevoel. Het is een uitnodiging. Coffarnaüm zegt eigenlijk: ‘De wereld mag dan een zootje zijn, en de mens rommelig – zoals de taal dat ook is. Maar laat deze absurde bende geen probleem zijn. Integendeel, laat het… materiaal zijn.’
Of, om het nog eens met Pi zelf te zeggen: ‘Welkom aan boord… het gevaarte is wankel.’
Duik dus in deze koffer en doe een Pierretteke… ik wens u een voortvarende vaart toe!

---

© Patrick Bernauw

Je kan deze tekst ook als podcast beluisteren, te vinden op alle grote platformen zoals Spotify, Apple Podcast of Podimo, in de serie Mysterieus België, onder de titel Patrick Bernauw over Coffarnaüm van Pierrette COffrée:

https://www.scriptomanen.org/2026/03/coffarnaum-pierrette-coffree.html

"Coffarnaüm' van Pierrette COffrée verscheen bij uitgeverij Scriptomanen.

 

 

 

 

 

Koen D'Haene en Pierrette COffrée

 

Inleider Patrick Bernauw

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten