zondag 20 november 2022

Heimelijke vreemdheden van Marcel Vanslembrouck

Van  de Torhoutse dichter en VWS-bestuurslid Marcel Vanslembrouck verscheen zopas 'Heimelijke vreemdheden - Collages en prozagedichten over een Ernst'.

Een fragment uit dit merkwaardig consistent boek vind je vanaf vandaag ook op de bladzijden van 'De Schaal van Digther':
De uitgedroogde tuin bij De Schaal van Digther.

Meer info en verkrijgbaar via marcel.vanslembrouck@scarlet.be
(Uitgeverij Pi)








dinsdag 15 november 2022

Jaarwerk MMXXII - De Inhoud

Jaarwerk MMXXII - de inhoud van het VWS-jaarboek voor 2022
(West-Vlaamse auteurs 2021-2022)

7     Woord vooraf
       Koen D’haene

9     Weerstand, haat en liefde voor poëzie
       Bart Stouten

17   Wanvuur en Mesmess
       Momentopnames uit het poëtische oeuvre van Bart Vonck
       Herlinda Vekemans

37   De genereuze leverancier van extase, droom en tragiek
       De kijk van Bart Vonck op het werk van Federico García Lorca
       Alain Delmotte

53   Ik kon alleen nog maar schrijver worden
       Het literair werk van Flor Vandekerckhove
       Stefaan Pennynck

73   De speeltuin van de schrijver
       Een literaire wandeling doorheen het West-Vlaams spergebied
       van de sociale media
       Paul Rigolle

97   Boven de radar
       Een podium voor de West-Vlaamse jeugdauteurs
       Jet Marchau

121 Vele seizoenen met Clem Schouwenaars
       50 jaar geleden verscheen De seizoenen
       Jan van Herreweghe

147 Over werkelijkheid en waarachtigheid
       Bedenkingen bij het oeuvre van Lara Taveirne
       Jooris van Hulle

159 De man van Zaventem
       Over de misdaadverhalen van Jan Van der Cruysse
       Paul Rigolle

171 Over de medewerkers aan dit jaarboek


Het jaarboek 'Jaarwerk MMXXII' wordt op zaterdag 3 december 2022 om 17:00 u. voorgesteld in de Bibliotheek van Oostende. Op die datum wordt ook de VWS-prijs 2022 uitgereikt aan dichter, vertaler en essayist Bart Vonck.

Programma:
Verwelkoming en voorstelling van ‘Jaarwerk MMXXII’, het jaarboek van de VWS door VWS-voorzitter Koen D’haene
Gelegenheidstoespraak van Alain Delmotte over het werk van Bart Vonck, laureaat van de VWS-prijs voor 2022
Uitreiking van de VWS-prijs 2022 (een kunstwerk van Renaat Ramon) aan Bart Vonck
De laureaat Bart Vonck  krijgt het woord en leest voor uit eigen werk
Slotwoord door schepen van cultuur Bart Plasschaert
Receptie, aangeboden door het Gemeentebestuur van Oostende

Wie op 3 december 2022 graag de voorstelling van het jaarboek in de Oostendse Bib wil meemaken kan mailen naar koen.bib@gmail.com. Het boek kan ook afzonderlijk besteld worden (25 euro). Nog een beter idee is het om lid te worden van de VWS (30 euro) dan krijg je het boek helemaal gratis thuisbezorgd.






maandag 17 oktober 2022

Warhoofds leerdichten - deel 3 van Alain Delmotte

Zoals eerder hier al aangestipt verschijnt van dichter (en bestuurslid van de VWS) Alain Delmotte in de reeks Gaia-chapbooks het derde deel van Warhoofds leerdichten, met als titel ‘Dank dat we mogen verdwijnen’. Momenteel publiceert 'De Schaal van Digther' drie gedichten uit de bundel. (Zie hiervoor het Alain Delmotte-label).

#alaindelmotte #nieuwepublicaties #deschaalvandigther #dirkdegeest #mappalibri

De bundel is te verkrijgen aan 12 euro op lulu.com en amazon.nl. Een gesigneerd exemplaar is te verkrijgen via de auteur: alain.delmotte@proximus.be  

Over de eerste twee delen schreef Dirk De Geest op mappalibri het volgende: 

Via zijn alter ego Warhoofd (…) bezint de dichter zich over zijn eigen schrijven, over de liefde, over het leven. Daarbij gaat hij op zoek naar prangende formuleringen die een soort van waarheid onder woorden brengen maar daarbij ook de complexiteit en de ironie niet schuwen. Deze ‘leerdichten’ kunnen inderdaad gelezen worden als een reeks maximes over uiteenlopende onderwerpen, maar het is eerst en vooral poëticale bundels die handelen over het daadwerkelijk ‘leren dichten’. De dichter heeft het daarin, filosofisch maar tegelijk schamper en theatraal, over wat een dichter moet en vooral niet mag doen: het gedicht moet als het ware uit de taal zelf kunnen groeien om meer dan oppervlakkig ‘klatergoud’ te zijn. De dichter verdwijnt als persoon achter de taal, en net daardoor krijgen zijn ideeën en emoties daadwerkelijk een universele kracht. Het is een zoeken naar zin in een wereld die vaak zonder zin verschijnt. Meteen is het gedicht ook zelden ‘af’, want vaak blijft het bij warhoofdige invallen en paradoxen.


 

woensdag 28 september 2022

Een wintervertelling in de herfst

MORRIS, de jongen die de hond vond

Ik wou dat ik nu kleinkinderen rond me had. Klein of groot, maakt niet uit. Ik zou ze dicht tegen me aan nemen en, zoals vroeger, het boek tussen ons in. En ik zou het jongetje op de kaft tonen, bergop klimmend in een sneeuwlandschap, schichtig achterom kijkend.
En de ongeduldigen zouden de titel lezen: MORRIS, de jongen die de hond vond. En de naam daaronder: Bart Moeyaert. ‘Bart van..? ‘ ‘Ja, Bart van…’ ’En van…van…van…?’ Ja, allemaal van…’
En de naam van de kunstenaar die hen van de herfstregen buiten naar hartje winter stuurt:
Sebastiaan Van Doninck. Ook ‘van…’ en ‘van…’ en ‘van…’.
Maar nu even allebei van MORRIS, van de hond, de sneeuwstorm en van de berg.
Ik wou dat ik de stem van Martine Tanghe had.(*)
Het jongetje Morris woont bij zijn oma, aan de voet van de berg, want ’er waren verdrietige dingen gebeurd’. Uitleg hoeft niet, die snap je wel druppelsgewijs. Moeyaert is een meester in de suggestie.
Oma naait lappendekens, en geregeld krijgt ze daarbij ongevraagd het gezelschap van Randy Pek. Morris heeft zo zijn twijfels over de man, over zijn complimentjes en zijn glimlach voor buren en kennissen:
‘ Wat een aardige man, dachten ze dan. Maar Morris merkte iets anders op. Dat meneer Pek hem nooit aankeek, bijvoorbeeld.’
Bijna iedere dag moet Morris de berg op, op zoek naar de hond van oma. Houdini heet hij, zoals de’ meester in verdwijnen en verschijnen.’
Verdwalen doet Morris nooit, behalve dan die dag in een hevige sneeuwstorm, waarin alle herkenningspunten oplossen. Wij lezen en zien hoe hij door de dikke vlokken ’in de war raakt van de wirwar’. En hoe Houdini zich losrukt, en verdwijnt.
We volgen Morris wanneer de sneeuw plots ophoudt, hoe hij zoekt en tegen de tranen vecht:
Hij snikte één keer- één keer maar. Die snik had hij nog over van afgelopen nacht. Als je stiekem huilt, huil je nooit helemaal uit.’. Suggestie en ingehouden emotie stralen uit ieder woord, iedere beheerste zin, ieder beeld.
Wat volgt is een avontuurlijke zoektocht, met ontmoetingen, gedachten en beelden die blijven zinderen. Morris ontmoet een ram: ‘zijn hart was dat van een haas’, en daarna de jongen van de ram, in een jas van vacht en met een bluffende mond. Hij wacht af.
‘Morris hield zijn mond. Als je zwijgt, verdwijn je half.’.
Over de namen die de jongen hem toeroept, zal later nog nagedacht worden.
Hun conversatie verloopt moeizaam en zoekend, tot de jongen ook verdwijnt, en Morris alle enge verhalen die hij over de berg had gehoord, met gesloten ogen zag gebeuren. Ook andere, verdrietige dingen.
En dan verschijnen er talrijke lichtjes op de berg, fakkels.
Er kwamen mensen naar boven om Houdini te zoeken. Of misschien om hem te zoeken. 
‘Ja, oh ja,’ fluisterde hij.
Maar eerst moet hij nog voorbij een ongewenste, gemene redder, tot ook diens gezicht bevriest door twee onverwachte helpers.
Thuis wacht het hele dorp, en oma, met pannenkoeken en wafels en poffertjes en perencake, chocolademelk met kaneel en slagroom. Morris hervindt zichzelf.
Ik zou de gordijnen sluiten voor de herfststorm om de winter van Morris nog even binnen te houden. En ik zou de kinderen rond me een dikke knuffel geven, zoals de oma uit het boek.

In boekenvriendschap, Jet
(*) Morris wordt als muzikale vertelling op verschillende podia gebracht, met Martine Tanghe als verteller, op muziek van Koen Brandt, gebracht door de muzikanten van Oxalys.



vrijdag 16 september 2022

Ne me quitte pas

Jet Marchau over 'Honingeter' van Tülin Erkan.

De Turks- Vlaamse Tülin Erkan is geboren in Oostende en bracht er haar jeugd door, met haar Franstalige moeder, Engelstalige grootmoeder en haar zus. Iedere zomer vertrokken de zussen met hun moeder naar hun vader in Cappadocië,. De overlapping van de twee culturen die Tükin Erkan in zich draagt, vinden we terug in haar bevreemdend, maar fascinerend debuut Honingeter.

Het decor van deze filmische roman is de luchthaven van Istanbul. Tussen de rondcirkelende passanten richt Erkan haar camera op drie vreemde personages. Centraal staat Sibel, die haar terugvlucht naar België telkens uitstelt, bewakingsagent Ömer, verankerd in zijn controlekamer, (in het boek gemerkt als REC.) en de ronddwalende voormalige piloot Wernicke.

Alle drie hebben ze moeite met afscheid nemen. Het leidmotief vooraan, ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel, is de verbindende rode draad tussen hun gedachten, het zoeken naar een balans tussen heden en verleden en vooral hun onrust.

Sibels onvermogen om afscheid te nemen uit zich in warme, cursief gedrukte herinneringen aan haar Turkse vader en haar babaanne, haar oma. Haar gevoel van ‘homelessness’ en verlangen krijgt ze niet over haar lippen. Een rondzwervende bewakingshond houdt haar gezelschap terwijl ze rondjes draait langs de verschillende terminals, en in de geïmproviseerde slaapplaats. Ook de hond heeft geen roedel meer.

De Turkse bewakingsagent Ömer houdt haar in het oog en zoekt contact. Terwijl hij getrouw zijn gebedsmatje uitrolt, koestert hij de herinneringen aan ‘Le plat pays’, waar hij als gastarbeider woonde en werkte. Ook hij voelt zich nergens meer thuis, behalve op de luchthaven, tussen twee werelden.
De zieke, verwarde ex- piloot Wernicke is eveneens ontheemd. Na zijn ontslag verloor hij zijn ‘thuis’, de luchthaven. Zijn verwardheid ontneemt hem daarenboven de taal. Net als Sibel, en met haar hulp, moet hij de woorden opnieuw leren uitvinden.

Na een situering van de luchthaven (TOPOS) – ‘de taal van de luchthaven is er een van angst’- volgt een registratie door Sibel van een aardbeving (SEISMOS). Ömer (met zijn collega Hassan en de hond)en Wernicke verschijnen kort op het toneel. In ARRIVALS GELIS, verdeeld over verschillende terminals, ligt de focus vooral op Ömer en de toenadering tot Sibel. Het deel DEPARTURES GIDIS focust via het pilotenalfabet op Wernicke en Sibel.

De laatste bladzijden, TELOS, sluiten aan bij de eerste: de luchthaven na de (lichte) aardbeving. Ze dwingen de drie dwalende mensen én de hond naar hun uiteindelijk doel.

Vooraan in het boek definieert Erkan het woord Honingeter: een met uitsterven bedreigde vogelsoort omdat ‘de vogels hun eigen zang niet meer kennen.’ Symbolischer voor de roman kan haast niet. Net zo symbolisch als het mierzoete, verbindende Turks fruit dat Sibel aan haar kompanen uitdeelt.

De roman vraagt een zeer aandachtige lezer. En een her-lezer om de verschillende figuren te kunnen plaatsen. Wellicht kan bovenstaand overzicht wat helpen. De lezer moet moeite doen, maar wordt daar honderdvoudig voor beloond: de taal is in deze roman de hoofdpersoon. Erkan gaf Sibel de klanken en woorden terug die zich vastzetten in haar keel en kleurt ze puntgaaf met talrijke verwijzingen en metaforen. Om voorbeelden aan te halen zou ik de hele roman moeten overpennen. Daarom alleen al is dit inhoudelijk bevreemdende debuut zo fascinerend en wekt het verwachtingen. Het krijgt een prominente plaats in mijn boekenkast.

In boekenvriendschap,

© Jet Marchau

Honingeter bij Uitgeverij Pelckmans
Website Tülin Erkan


Tülin Erkan

maandag 5 september 2022

Een punt op een blad - Nieuwe bundel van Hervé J. Casier

Dichter Hervé J.Casier verrast al decennia lang met uitgepuurde poëzie. ‘Een poëzieproductie om u tegen te zeggen’, looft Frank Decerf (Schaal van Dighter). Ook Casiers recente poëziebundel 'Een punt op een blad' grijpt aan in naakte , verstilde taal. Melancholische overpeinzingen over het ouder worden, over de vergankelijkheid:

een punt
op een blad
zoveel
plaats
maar
heb ik
op de
wereld
nodig gehad

impressies over een veranderende wereld, met een cynische ondertoon:

in donkere
tijden
moeten we
praten
met elkaar
zegt men
Ik kies
een nummer
en wacht
een verre
stem zegt
spreek
uw bericht in
na de biep

Guy van Hoof :
H. J. Casier is een dichter die probeert met zo weinig mogelijk woorden een impressie weer te geven, een gemoedstoestand. Woorden zijn voor hem belangrijk, dat bewijzen al zijn vorige bundels. Maar hij ontdoet ze van alle franje en houdt een bijna naakt beeld over. Dichter bij het niets kun je niet. Dat is meteen zijn sterkte, zijn stijl, je weet wat je aan hem hebt.


Hervé J. Casier-Een punt op een blad, Uitg: De Vries-Brouwers 2022, 17,50 euro.

donderdag 1 september 2022

'Morris. De jongen die een hond vond' van Bart Moeyaert

Morris. De jongen die een hond vond. (Querido, ill.:Sebastiaan Van Doninck).

‘Zo goed als elke dag moet Morris de berg op om de hond van zijn oma te zoeken. Het dier is een meester in ontsnappen. Ze heet niet toevallig Houdini. Net als Morris met de hond in zijn armen aan de tocht naar huis begint, valt de sneeuw met bakken uit de lucht. Van het ene op het andere moment staat de jongen er enkeldiep in. Boven op de berg snijdt de noorderwind. Het dal lijkt erg ver weg. Tot overmaat van ramp doet Houdini nog eens wat ze het liefste doet: ervandoor gaan. Morris weet zich even geen raad. Maar dan verschijnt in al dat wit ineens een lotgenoot — met een grote mond en een reusachtige ram.’ (info www.bijloke.be)

Op zondag 4 september vindt een familievoorstelling plaats met Martine Tanghe, componist Koen Brandt (Het Geluidshuis) en het ensemble Oxalys in de Bijloke in Gent, (11-11:15 en 15-16:15, maar helaas uitverkocht).

Daarna gaat de voorstelling op tournee. Info: www.bartmoeyaert.com

Vanaf 6 september ligt het boek in de boekhandel.

zaterdag 27 augustus 2022

Er zijn 65 schakeringen tussen wit en zwart

Er zijn 65 schakeringen tussen wit en zwart
100 nuances in een regenboog
En het aantal vormen is eindeloos
Maar als je één lijn trekt op een blad,
teken je een zelfportret
En met één stip op een doek
beken je kleur.


© Renaat Ramon 

Nog tot en met morgen zondag 28/8/2022 loopt in de protestantse kerk van het stemmige Waterlandkerkje, een deelgemeente van het Nederlandse Sluis, een mooie tentoonstelling met visuele poëzie, grafiek en beelden van Renaat Ramon. Hieronder alvast enkele impressies.



Renaat Ramon: Stanza a en b

Renaat Ramon, kind aan huis in Waterlandkerkje

Renaat Ramon : Oculus II

Paul Rigolle (l) en René Hooyberghs (m) op bezoek bij Renaat Ramon (r)

Impressie expo

Impressie Expo (2)

Impressie Expo (3)

vrijdag 19 augustus 2022

Renaat Ramon in Waterlandkerkje

Van zondag 21/08/2022 tot zondag 28/08/2020 loopt een fijne tentoonstelling met visuele poëzie, grafiek en beeldend werk van Renaat Ramon. En dit in het kerkje van het pittoreske Zeeuwse Waterlandkerkje (een deelgemeente van het Nederlandse Sluis). Dagelijks open van 13:00 tot 16:30 uur behalve op maandag.

Renaat Ramon die sinds jaren zorgt voor een heel mooi beeld waarmee de laureaat van de jaarlijkse VWS-prijs bedacht wordt is zoals genoegzaam bekend dichter en beeldend kunstenaar.

Ramon publiceerde tal van dichtbundels en in 2014 presenteerde hij Vorm en Visie , een geschiedenis van de visuele poëzie in Vlaanderen en Nederland. In 2021verscheen zijn verzameld dichtwerk onder de titel Borgtocht .
 
Voor meer informatie over de tentoonstelling verwijzen we graag naar de website van 't Kerkje van Waterlandkerkje .
 
Info over de dichter Renaat Ramon zelf vind je op Poëzie-Centraal, Paukeslag en zijn eigen auteurswebsite .
 




maandag 15 augustus 2022

VWS-prijs 2022 voor dichter en vertaler Bart Vonck

De VWS-prijs 2022 gaat naar dichter, bloemlezer en literair vertaler Bart Vonck. 

Bart Vonck werd in 1957 geboren in Brugge. Hij publiceerde veelgeprezen vertalingen van o.a. Neruda, Laâbi, Lorca, Valente en Jacqmin. In samenwerking met het Instituut Cervantes publiceerde Vonck een vierdelige bloemlezing van de hedendaagse Spaanse poëzie, De Tuin der Muzen (bij Uitgeverij P.)

Recent verschenen zijn dichtbundels Teloor zalig (2014), Kijk: verschaving (2017) en Mesmess (2022). In 2021 verscheen een bundel essays met lezingen van en over Federico Garcia Lorca: Al die gedaanten van de maan. 

De VWS-prijs wordt voor de achtste keer uitgereikt. Eerder werd hij toegekend aan Walter Haesaert (2015), Willy Spillebeen (2016), Luuk Gruwez (2017), Kristien Dieltiens (2018), Patrick Lateur (2019), Hedwig Speliers (2020) en Herman Leenders (2021). De laureaten krijgen telkens een origineel werk van beeldend kunstenaar Renaat Ramon. De raad van bestuur van de VWS fungeert als jury. 

Laureaat Bart Vonck zal zijn prijs ontvangen tijdens de publieksvoorstelling van het jaarboek van de VWS op zondag 11 december in Brugge.

donderdag 11 augustus 2022

Letaal – Verzamelde poëzie van Johan Sonneville - Samengesteld door Andreas Van Rompaey

Poëzie als vergeefse toenaderingspoging.

Bij Uitgeverij C. de Vries-Brouwers verschijnt met Letaal een erg boeiende bloemlezing uit de nagelaten poëzie van schrijver-dichter-uitgever Johan Sonneville (1941-1995). Samensteller Andreas Van Rompaey die eerder al met Bruggenbouwer (2020) een studie over Paul de Wispelaere bezorgde en in 2021 de essaybundel Verhalen in perspectief publiceerde, kwijt zich uitstekend van zijn taak. Zijn inleiding ‘Poëzie als vergeefse toenaderingspoging’ waarin hij onder meer ook Renaat Ramon citeert, een goeie vriend van Sonneville, verheldert de poëzie van Sonneville binnen de context van zijn ander werk en binnen zijn activiteiten als uitgever.

De aan Sonneville ontleende boektitel Letaal zou slaan op de ‘bijna fysieke behoefte iemand (via taal) iets over jezelf te willen duidelijk maken'.

De flaptekst van Guy van Hoof:

Johan Sonneville speelde een belangrijke rol in het literaire leven in Vlaanderen. Hij was vooral bekend als uitgever. Een jongere generatie zal zijn naam niet veel zeggen. Om die reden heeft de samensteller en inleider Andreas Van Rompaey goed werk verricht door de aandacht op deze figuur te vestigen en hier een verzameling van diens over een lange periode verspreide poëzie te brengen. Dat op zich is al een verdienste, maar wie begint te lezen en Sonnevilles werk niet of nauwelijks kent, zal ongetwijfeld verrast worden door de virtuositeit en de spitsvondigheid. Vaak is er ironie, relativering of engagement in het spel. Sonneville schetst geen al te positief mensbeeld, maar ‘verweert’ zich met de taal waarmee hij, net zoals met het eigen leven, soms worstelt. Hij is een ernstig dichter, juist ook door de ernst op de korrel te nemen en te verwijzen naar zowel Kafka als Van Ostaijen. Rake beelden, of beter gezegd: beelden die je raken, door de directheid en de zelfspot. De hele bundel geeft in ieder geval een breed idee van Sonneville als schrijver én als mens. – Guy van Hoof

Letaal bevat voorts een gedicht van Willie Verhegghe (‘Bruges la morte vivante’) en het gedicht Gitan (een herinnering aan Johan S.) van Renaat Ramon.

Letaal, Johan Sonneville-Verzamelde gedichten. Samengesteld en ingeleid door Andreas Van Rompaey. Uitgeverij C. de Vries-Brouwers, 72 pagina's, €18,50

Extern:
Letaal bij Uitgeverij C. de Vries-Brouwers
Weblog Andreas Van Rompaey
Wikipedia-pagina Johan Sonneville

#johansonneville #andreasvanrompaey #verzameldepoëzie #uitgeverijcdevriesbrouwers
 
(Paul Rigolle)