woensdag 25 januari 2023

Gedichtendag 2023 in het teken van de Vriendschap

Vanavond wordt in de Gentse Minard de jaarlijkse Poëzieweek geöpend, want jawel hoor, morgen is het alweer Gedichtendag.
In Gent zijn Miriam Van hee en Hester Knibbe te gast. Niet toevallig want zij zijn de schrijvers van de tien gedichten die deel uitmaken van de Poëziegeschenk-bundel 2023: 'Er staat te gebeuren'. Gratis te verkrijgen samen met de Gedichtendagposter vanaf morgen in de boekhandel bij aankoop van €12,50 aan poëzie!!! Een buitenkansje dus gezien de straffe dames die hebben meegewerkt.

Het thema van de Poëzieweek die loopt van morgen donderdag 26/1/2023 tot woensdag 1/2/2023 is dit keer "Vriendschap". Het spreekt vanzelf dat ook onze Provincie dankzij tal van bibliotheken en organisaties garant staat voor talloze activiteiten, leesmiddagen en voorstellingen. Op een pak adoptieramen vind je bovendien 'Weesgedichten' terug.

In Brugge is met Gedichtendag over de middag in de Biekorf Charlotte Van den Broeck te gast. 's Avonds zorgt in Tielt theater Malpertuis opnieuw voor een mooie selectie gedichten die gekozen werd door Wim Vanseveren. De gedichten worden gelezen door Els De Pauw en regiseur Piet Arfeuille. Nog in Tielt hadden we het al over de poëzieavond van Curieus met een voorleesmoment van Sylvie Marie, Herlinda Vekemans, Alain Delmotte en Xavier Roelens op vrijdag 27 januari 2023. In de Tieltse Bib is dan weer op donderdag 2 februari 2023 Geert Viaene de centrale gast tijdens een Winterse Poëziewandeling die start aan de bibliotheek om 19u15.

Eerder signaleerden we al het Roer- en Roes-evenment "Binding" in Roeselare op zondag 29 januari 2023. In Torhout zijn er morgen met Gedichtendag de Poëtische Vertellingen en het Lettergeknetter van Joris Denoo die afscheid neemt als eerste stadsdichter van Torhout. In Knokke noteren we onder meer de Ademtochten en in Harelbeke maakt men zich alweer op voor de jaarlijkse Dag van het Woord die dit jaar doorgaat op donderdag 2 en zaterdag 4 februari 2023.

Uiteraard vergeten we hier nog heel veel andere poëtische én inspirerende momenten. De uitgebreide lijst kun je raadplegen op de activiteitenpagina van de Poëzieweek. Geniet van het mooie woord, zeggen we hier!


Paul Rigolle

#poëzieweek #gedichtendag #gedichtendag2023


 
 
 
 
 

 





donderdag 12 januari 2023

I.M. jeugdauteur Frank Geleyn

Op zaterdag 7 januari overleed auteur Frank Geleyn (Handzame-Kortemark 1960- Roeselare 2023).
Sinds zijn debuut, Ik zwijg in 2003, profileerde hij zich als een gedreven en geëngageerd kinder- en jeugdauteur.

Na zijn carrière als romanist (leraar Latijn- Frans) aan het Margareta-Maria-Instituut te Kortemark, legde hij zich volledig toe op het schrijven.

Frank Geleyn verwerkte twintig jaar lang, en a rato van 1 boek per jaar) actuele thema's in een vlot
leesbaar verhaal, vaak met een hoopvol of optimistisch einde. In bijvoorbeeld Ik zwijg kaart hij het pestgedrag van jongeren aan, in Ik Val, reist hij met Arne naar Skellig (Ierland), waar zijn ouders een jaar eerder verongelukt zijn. Hij leert er afscheid nemen. Skellig was ook al het onderwerp van een novelle voor volwassene, die in 2003 een premie en lovende woorden in de Provinciale prijs Letterkunde van West- Vlaanderen kreeg. In Game over, bouwt Geleyn een thrillerverhaal rond de verwoede gamer Matteo.

In zijn laatste boek Het Net (augustus 2022) leert Arthur, een voetballer en gamer) omgaan met de ongeneeslijke ziekte van zijn moeder(NET-kanker, waaraan Frank Geleyn zelf stierf)). Zijn lezers waren uitermate positief over de duidelijke, heldere manier waarop Geleyn schrijft: zonder drama, bevattelijk, met optimisme en hoop.

Ook zijn kinderboeken zoals het prentenboek Dierentuin met vlinders (ill. Geeraerts) getuigen van een begripvolle, positieve kijk op bijvoorbeeld moeder- en dierenliefde. In het vrolijke, fantasierijke Jack de slak, een boek voor eerste lezertjes,, is de kleine Jack veel te traag- zo traag als een slak- naar de zin van zijn moeder. Tot hij echt in een slak verandert....

Frank Geleyn was een graag gelezen auteur, ook door tieners en kinderen die niet graag lezen. Hij trok ze mee in met een aantrekkelijk/spannend en actueel verhaal en in een toegankelijke stijl. Zijn boeken haalden shortlists van verschillende prijzen in Vlaanderen en Nederland en de nominatielijsten van de Leesjury. Zijn hele oeuvre verscheen bij uitgeverij De Eenhoorn en een aantal boeken werden vertaald in het Deens, Koreaans en Koreaans)

De jeugdliteraire wereld zal hem missen,
Met respect, Jet Marchau
 

woensdag 11 januari 2023

Gelukkig nieuwjaar!

Beste leden en sympathisanten,
Dierbare lezers van blog en jaarboek,

De leden van de raad van bestuur van de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers wensen jullie een inspirerend, vreugdevol en gezond 2023!

Ook in dit nieuwe jaar schrijft VWS verder aan de Bibliotheek van West-Vlaamse letteren. Op ons weblog ‘Dun lied donkere draad’ en op onze Facebookpagina kunt u berichten over literaire publicaties en gebeurtenissen blijven lezen. Aarzel niet om ook zelf aankondigingen te plaatsen of te signaleren.
Eind 2023 reiken we weer de VWS-prijs uit stellen we graag een nieuw jaarboek met originele literaire bijdragen voor. Alle leden worden hierop uitgenodigd.

We hopen u in 2023 als lid van VWS te mogen begroeten. VWS richt zich zowel tot ‘schrijvers’ als tot ‘lezers’. Iedereen met een hart voor boeken, schrijvers en literatuur is van harte welkom! De vereniging heeft geen substantiële overheidssubsidie en leeft en werkt dankzij de steun van de leden. Misschien hebt u ondertussen uw lidgeld 2023 al betaald, misschien wilde u dat eerstdaags doen … We danken u in beide gevallen van harte!

Met een hartelijke groet vanwege alle leden van de raad van bestuur van VWS
Koen, Jet, Jan, Peter, Hendrik, Alain, Renaat, Paul, Stefaan, Jooris, Marcel.
---
Lidmaatschap VWS: 30 euro. Steunabonnement: 40 euro.
Alle leden krijgen het ‘Jaarwerk’ thuisbezorgd en worden uitgenodigd op de voorstelling van het boek en de uitreiking van de VWS-prijs.
Bankrekening BE85 0015 1408 3306 (VWS, De Waterwilgen 3, 8310 Brugge)
Graag vermelden: ‘VWS-lidmaatschap 2023’
Info lidmaatschap: Jet Marchau - jet.marchau@scarlet.be

Aan nieuwe leden vragen we het mailadres te bezorgen. We verspreiden elk jaar diverse nieuwsbrieven met literair nieuws uit de provincie naar de leden.

Facebook-bericht van 11/1/2023




vrijdag 30 december 2022

Willy Spillebeen wordt negentig

De vele gezichten en facetten van Willy Spillebeen
Compilatie 'de Vele Gezichten van WS'-Paul Rigolle

Vandaag wordt Willy Spillebeen, sinds meer dan zestig jaar actief en gewaardeerd als auteur en dichter negentig (90!) jaar. Dat mag, én moet uiteraard uitgebreid gevierd! Vandaag zal dat wellicht nog wat in beperkte en familiale kring gebeuren. Op vrijdag 20 januari 2023 wordt de auteur dan weer met een publieke voorstelling van een nieuwe dichtbundel gefêteerd in Menen waar hij sinds jaar en dag woont. Ook bij de VWS houden we er aan om Willy vandaag de allerbeste gelukwensen aan te bieden.

Willy Spillebeen werd geboren in Westrozebeke op 30/12/1932 en schreef, sinds hij in 1959 (!)  debuteerde met de dichtbundel de Spiraal, tal van beklijvende romans, gedichten en essay’s. Ook tekende hij voor een pak vertalingen met onder meer de poëzie van Neruda en ‘Uilenspiegel’ en ‘Vlaamse legenden’ van Charles De Coster. Spillebeen mag gezien de omvang en de verscheidenheid van zijn werk een auteur met tal van gezichten en facetten genoemd worden. Persoonlijk werden we in onze jeugd erg aangesproken door zijn licht-experimentele roman ‘Steen des Aanstoots – Naar een zevende dag’ uit 1971 waarin hij bewees hoe literatuur in Vlaanderen vooraan de jaren zeventig - een kompleet andere tijd dan we die nu kennen - ook kon zijn.

In 2016 werd hem door de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers waarvan ik graag bestuurslid ben de VWS-prijs voor 2016 toegekend. Jooris Van Hulle schreef toen in 'Jaarwerk MMXVI' (het jaarboek voor 2016) in zijn bijdrage "Schrijvend die taal toch verstaan" onder meer:

"De auteur (Willy Spillebeen) laat er geen twijfel over bestaan: 'Een verhaal over feiten is aantrekkelijker dan een feitenrelaas; in een verhaal kan je veel meer kwijt over de innerlijke of uiterlijke drijfveren van mensen; kijken naar de werkelijkheid in een vervormende, verhevigende spiegel is meestal verrassender en boeiender dan ze als grijze werkelijkheid mee te maken. Zou dat boeiende, intrigerende perspectieven openende, vragen stellende niet eigen moeten zijn aan kunst? Eindigen met een vraagteken. Zo hoort het.'

Op vrijdag 20 januari 2023 wordt vanaf 19 u in studio De Steiger in Menen 'Pigment van een bestaan' voorgesteld, een nieuwe dichtbundel van Willy Spillebeen. Het belooft alweer een zeer boeiende voorstelling te worden met medewerking van navolgend literair keurkorps: Jeroen Spillebeen, Micheline Delaere, Jooris van Hulle, Yerna Van den Driessche, Paul Demets, Griet Vanryckegem, Jean-Pierre Rosseel en Jan Van Herreweghe.

De avond is een organisatie van Bibliotheek Menen, Davidsfonds Menen en de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers.


Wikipedia-pagina Willy Spillebeen
Willy Spillebeen - Auteursfiche op Schrijversgewijs
Voorstelling 'Pigment van een bestaan' op 20/1/2023 in Menen

Tekst: Paul Rigolle

Willy Spillebeen in 2012 toen hij in Menen gevierd werd bij zijn tachtigste verjaardag.


woensdag 7 december 2022

Dankwoord Bart Vonck bij het ontvangen van de VWS-Prijs 2022

Dankwoord van Bart Vonck bij het ontvangen van de VWS-prijs 2022
3 december 2022, in de bibliotheek van Oostende

Dames en heren, beste familie, beste vrienden,

Toen ik begin 1996 vanuit Brugge naar Brussel verhuisde, maakte ik een keuze voor diverse talen en voor een ongeveer voltijdse nieuwe arbeid, het vertalen van poëzie. Brussel is één van de meest diverse, kosmopolitische steden ter wereld. Het samenleven van verschillende nationaliteiten is in zekere zin een uitvergroting van de situatie waar de literaire vertaler dagdagelijks voor staat: er wordt gewonnen en verloren maar er komt in elk geval een nieuwe werkelijkheid tot stand die het midden houdt tussen trouw aan de oorsprong en trouw aan de bestemming, trouw aan de brontaal, de taal waaruit men vertaalt, én aan de doeltaal, de taal waarin men vertaalt. Wat zich al sinds mensenheugenis in de cultuur afspeelt (het af en aan van nieuwe invloeden die inwerken op ingesleten patronen), tekent zich voor de vertaler af op elke bladzijde die hij van de ene naar de andere taal moet ‘overzetten’.

Voor mij was Brugge bij manier van spreken de brontaal (waaruit ik steeds opnieuw moet vertrekken) en Brussel de doeltaal (waarin ik even vaak moet aankomen). In de stad die eertijds dankzij de zee een ruime, niet in het minst artistieke uitstraling kreeg, maar uiteindelijk door verzanding zou worden verstild, leerde ik lezen, schrijven, dichten en deelhebben aan een cultuur die zich grotendeels met het verleden had verknoopt. Ik leerde mij bewegen, mede dankzij mijn opvoeding, in een dicht weefsel van kunstige referenties. Ik werd hypergevoelig voor tekens die ingebed lagen in een rijke maar ook ietwat verstarde traditie. Ik wilde in Brussel een wereld ervaren die zich gedurig en dankzij mensen die gekomen en gebleven waren, in een vloeibaar blijvende vorm moest heruitvinden. Ook dat is een realiteit waarmee de vertaler dagdagelijks worstelt.

De dichter die ik ben had in Brugge drie bundels gepubliceerd, waarvan ‘Kennis van de verte’ in 1993 de slotsom bleek. Ik nam de verstilling van mijn geboortestad naar Brussel mee en zweeg gedurende dertien jaar, tot ik in 2006 met een nieuwe bundel, ‘Schaduwwerk’, kwam. Ik vond onderdak bij Uitgeverij P die in meer dan dertig jaar niet alleen een gevarieerd fonds van poëzie is geworden maar ook uitgegroeid is tot een collectie van meer dan honderd tweetalige poëzievertalingen die in het Nederlandse taalgebied geen gelijke heeft. Ik wil uitgever Leo Peeraer hier expliciet voor bedanken. Sinds 2006 heb ik vijf poëziebundels gepubliceerd. Poëzie schrijven en vertalen zijn de twee longen waarmee ik mijn bestaan dooradem.

Groot was mijn verbazing toen ik op maandagavond 7 maart 2022 om 21u49 een mailbericht voor me zag verschijnen van ene mij toen onbekende Koen d’Haene die zich kenbaar maakte als voorzitter van de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers. In dat bericht stond dat mij de jaarlijkse VWS-prijs voor 2022 was toegevallen. Opeens werd ik teruggeroepen naar mijn verleden. Ik moest het Brusselse Zennewater van mij afschudden en een duik nemen in het water van de Brugse reien. Het was alsof een oord van weleer bestaan opeiste in een leven dat zich al meer dan vijfentwintig jaar ergens anders had ontplooid.

Ik begon na te denken over hoe nabij mijn oorsprong nog was. En over hoe ik er na mijn ‘verkassing’ naar Brussel nog mee in voeling was gebleven. Hier past een anekdote die er geen is, een samenloop van omstandigheden die toevallig lijken maar eigenlijk een symbolische betekenis opeisen. We schrijven woensdag 5 juni 2013. Ik heb een afspraak met een Argentijnse schrijver-resident van Russische afkomst met wie het Huis van de Literaturen Passa Porta mij in contact wil brengen. Román Antopolsky is zijn naam. Hij woont in de Verenigde Staten en is een experimenteel dichter-schrijver, een plastisch kunstenaar, een componist en een verwoed lezer van poëzie-in-alle talen. We maken een afspraak, trekken naar een kroeg op de Oude Graanmarkt in hartje Brussel, en beginnen te praten. Er ontstaat een web van gezamenlijke lectuur, poëticale opvattingen en voorkeuren. Er groeit verstandhouding. Opeens valt een mij bekende naam: Guido Gezelle, op zijn Argentijns-Russisch uitgesproken. Of ik die Vlaamse dichter ken, vraagt Antopolsky indringend. En of ik die ken, antwoord ik. Dat hij in mijn streektaal schrijft, dat hij nog steeds en steengoede dichter is, dat ik nog altijd mijn toevlucht tot hem neem, onder meer voor zijn plastisch taalgebruik dat zijn negentiende-eeuwse klamme katholicisme ver overstijgt. Antopolsky is verrukt. Hij vindt Gezelle fantastisch. Ik vraag hem of hij Nederlands kan lezen. Een beetje, hij blijkt van vele talen thuis, maar de muziek van Gezelle is onovertroffen. Of ik hem in een paar gedichten wil rondleiden, vraagt hij mij schuchter.

De volgende dag, aan de eettafel in Antopolsky’s appartement, begin ik aan die niet geheel onmogelijke taak. Ik heb de twee delen van Gezelle’s Verzamelde Poëzie meegebracht, die met die al verschoten maar toch nog op lichtblauw lijkende kleur, en een kleine bandrecorder. We lezen, ik lees voor, hij na, we duiken in de teksten en ik stel hem voor om zijn lievelingsgedichten in te lezen in mijn streektaal. Antopolsky glundert. Ik ook. Eén uur lees ik voor, een uur lang weet ik dat ik in mijn streektaal alle talen kan spreken. Ik had het over een samenloop van omstandigheden. Inderdaad. Ongeveer alles kwam samen. Het Nederlands, het Spaans, het vertalen, de poëzie, Latijns-Amerika, Argentinië en twee dichters-lezers die maar al te graag in literatuur verloren lopen omdat ze alleen zo de weg terugvinden. Op dat moment – en er hebben er zich tot nu toe geen andere meer voorgedaan – wist ik innig dat bron- en doeltaal in poëzie samenvallen. Maar ook dat ze elk autonoom en wenkend een eigen leven kunnen leiden. En dat de dichter die ik sinds mijn Brugse jeugd altijd ben gebleven en de vertaler die ik in Brussel ben geworden daar onverbrekelijk deel van uitmaken.

Bart Vonck
03 XII 2022 

De pagina van de VWS-prijs

dinsdag 6 december 2022

Een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt. Wagenwijd of op een kier!

Hommage-toespraak voor Bart Vonck, laureaat van de VWS-prijs 2022, door Alain Delmotte.

Dames en heren,

Wie er de laureatenlijst van de de VWS prijs op naleest zal merken dat deze prijs grotendeels als een oeuvreprijs bedoeld is, ook al is het oeuvre nog niet helemaal afgerond en kan er nog veel van verwacht worden. Zo is dit eveneens het geval met de huidige laureaat Bart Vonck.

Zijn oeuvre valt in drie delen uit. Er zijn zijn dichtbundels, de talrijke vertalingen en de essayistiek. De rode draad in deze drie gegevens is de Poëzie die we hier onverholen met een hoofdletter mogen schrijven: het is de P van Passie. Zijn engagement ten aanzien van de Poëzie getuigt van een levensnoodzaak. De loyaliteit ten aanzien van de Poëzie, is quasi compromisloos, zij het op een blijvende kritische manier.

Wat zijn eigen poëzie betreft stellen we vast dat die complex is en dat is nu net de rijkdom ervan. Zijn gedichten zijn tot het compacte verdicht en tegelijkertijd strekt hij alles uit, strekt hij er van alles in en uit zodat een gelaagde, veelhoekige tekst ontstaat die op een open manier te interpreteren valt. Of liever op een open manier ‘te verkennen‘ valt. In een van zijn bundels wordt dit proces kort, bondig en precies als volgt omschreven: ‘krapte die het woord verbreedt’. We hebben te maken met een dwarse schriftuur.

De poëzie van Bart Vonck heeft ongetwijfeld zijn wortels in de werkelijkheid en de verontwaardiging ten aanzien van sommige aspecten van die werkelijkheid. Bart Vonck heeft uitgesproken meningen en neemt een gevechtspositie in tegenover wat hem in die werkelijkheid verontwaardigt. Zijn maatschappelijk engagement ligt voor de hand. Maar het is geen ideologisch gekleurd engagement. Bart Vonck is niet bepaald het type dat met vaandels zwaait of in termen van slogans spreekt. De dichter staat niet in dienst van iemand of ‘iets’. Hij is vooral de poëzie gedienstig. Zijn engagement als dichter, is een engagement in de taal, voor de taal. Een poëtisch engagement, een engagement in het spreken, door en met het spreken. Hij eert het woord, het vrije woord – al is hij zich bewust van de lexicale en ethische beperktheden van het woord. Het vrije woord vergt een kritisch woord. Het vrije woord is het kritische woord. In de keuze van de dichters die hij heeft vertaald vinden we diezelfde lijnen terug.

Het is vooral met zijn vertalingen dat Bart Vonck bekendheid verwief. Het is onmogelijk om er in dit korte tijdbestek een inventarisering van op te maken. Als romanist vertaalde hij poëzie uit het Frans, het Italiaans, het Portugees en uiteraard het Spaans. Hij vertaalde zowel Spaanse als Zuid-Amerikaanse dichters. Ik geef hier enkele hoogtepunten aan.

Uit het Frans vertaalde hij Guy Vaes en Henri Michaux. Uit het Italiaans: Sandro Penna. Hij stelde een driedelige bloemlezing uit hedendaagse Spaanse poëzie samen. Hij zette het werk van de belangrijke Spaanse dichter Antonio Gamoneda in het Nederlands om. Alsook enkel Zuid-Amerikaanse dichters: Cesare Vallejo, Juan Laurentino Ortiz en de onvermijdelijke Pablo Neruda. Bijzondere aandacht verdient toch wel zijn vertaling van het gehele poëtische werk van Federico Garcia Lorca. Een ongeziene krachttoer.

En dan is er zijn essayistiek. Hiermee bedoel ik vooral de inleidingen en nawoorden die bij zijn vertalingen horen. Die zijn verre van oppervlakkig. Ze zijn minutieus en scrupuleus. En dat typeert ten volle Bart Vonck: hij vertaalt vanuit een specifiek inzicht en op basis van wat er over de vertaalde dichter is verschenen. Hij weet die dichters heel goed te situeren: niet alleen literair maar ook de historische en de biografische context. Zoiets wordt eruditie genoemd. Dit komt ten volle tot uiting in het vorig jaar verschenen boek over Lorca: ‘Al die gedaanten van de maan – lezingen van en over Federico García Lorca’. Daarin lezen we naast de vertalingen van een aantal lezingen die Lorca hield, zeer meticuleuze essays over het werk en leven van Lorca. Het verruimt het begrip voor de dichter en het demystifieert een groot deel het werk van Lorca – die inderdaad nog wel eens eenduidig wordt benaderd. Dit boek is zonder meer uniek in de Nederlandstalige literatuur.

Ik eindig met een prachtig citaat uit de inleiding van het boek waarmee we een duidelijke inkijk krijgen in de totaalvisie van Bart Vonck op de Poëzie.

‘Elke lezing (die van de dichter, de vertaler, de lezer) is een verblijf in de tekst en zijn vele kamers, van de nok tot de kelder. Gissingen, overtuigingen, verleidingen worden uitgeschreven en uitgestald. De lezer is aan de wandel en blijft voor de uitstallingen staan. Hij ziet ze van een afstand of hij drukt zijn neus tegen het glas. Hij wil overzicht of nadering. Hij wil landen in de teksten, weer opvliegen met iets wat hij kan koesteren als een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt, wagenwijd of op een kier.’

Ik feliciteer Bart Vonck. En geef hem nu graag het woord.

© Alain Delmotte


Het dankwoord van Bart Vonck verschijnt hier op deze bladzijden morgen woensdag 7/12/2022!


Laudatio voor Bart Vonck door Alain Delmotte

Uitreiking VWS-prijs 2022 aan Bart Vonck - enkele foto-impressies.

Zaterdag 3/12/2022 laatst werd in de Oostendse Bib 'Jaarwerk MMXXII', het nieuwe jaarboek van de VWS voorgesteld. Tevens ontving Bart Vonck als onze laureaat voor 2022 de VWS-prijs, een prachtig beeld van Renaat Ramon. Vandaag en morgen worden hier op onze 'Dun lied donkere draad'-bladzijden ook, de bij de uitreiking uitgesproken teksten van Alain Demotte en de laureaat Bart Vonck gepubliceerd. Hieronder een aantal foto-impressies. Héél veel dank ook aan de Oostendse Bib en aan schepen van cultuur Bart Plasschaert voor de ontvangst!


Jet Marchau leidt in.
Koen D'haene schetst de inhoud van het jaarboek.
Alain Delmotte aan het woord.
Dankwoord Bart Vonck.
Onthulling van de prijs met Renaat Ramon.
Schepen van Cultuur Bart Plasschaert besluit.
Renaat Ramon met Johan Debruyne, aandachtig toehoorder.

zaterdag 26 november 2022

De neus tegen het glas-VWS-jaarboek 'Jaarwerk MMXXII'

De neus tegen het glas

Volgende week zaterdag 3 december 2022 wordt zoals eerder, hier en elders, al een paar keer gemeld, in de Oostendse Bib de VWS-prijs uitgereikt aan dichter, essayist en vertaler Bart Vonck.
Op die dag wordt ook het nieuwe jaarboek ‘Jaarwerk MMXXII’ voorgesteld. In zijn bijdrage “De genereuze leverancier van extase, droom en tragiek” gaat Alain Delmotte uitgebreid in op de kijk van Bart Vonck op het werk van Federico Garcia Lorca dat door Vonck veel- en zorgvuldig werd vertaald.

Een uittreksel uit de tekst van Alain Delmotte:

“‘Elke lezing (die van de dichter, de vertaler, de lezer) is een verblijf in de tekst en zijn vele kamers, van de nok tot de kelder. Gissingen, overtuigingen, verleidingen worden uitgeschreven en uitgestald. De lezer is aan de wandel en blijft voor de uitstallingen staan. Hij ziet ze van een afstand of hij drukt zijn neus tegen het glas. Hij wil overzicht of nadering. Hij wil landen in de teksten, weer opvliegen met iets wat hij kan koesteren als een sleutel die de deur van het dichterlijke oeuvre openmaakt, wagenwijd of op een kier.’

Meer info over inhoud en voorstelling van 'Jaarwerk MMXXII' via deze link:

 

 


zondag 20 november 2022

Heimelijke vreemdheden van Marcel Vanslembrouck

Van  de Torhoutse dichter en VWS-bestuurslid Marcel Vanslembrouck verscheen zopas 'Heimelijke vreemdheden - Collages en prozagedichten over een Ernst'.

Een fragment uit dit merkwaardig consistent boek vind je vanaf vandaag ook op de bladzijden van 'De Schaal van Digther':
De uitgedroogde tuin bij De Schaal van Digther.

Meer info en verkrijgbaar via marcel.vanslembrouck@scarlet.be
(Uitgeverij Pi)








dinsdag 15 november 2022

Jaarwerk MMXXII - De Inhoud

Jaarwerk MMXXII - de inhoud van het VWS-jaarboek voor 2022
(West-Vlaamse auteurs 2021-2022)

7     Woord vooraf
       Koen D’haene

9     Weerstand, haat en liefde voor poëzie
       Bart Stouten

17   Wanvuur en Mesmess
       Momentopnames uit het poëtische oeuvre van Bart Vonck
       Herlinda Vekemans

37   De genereuze leverancier van extase, droom en tragiek
       De kijk van Bart Vonck op het werk van Federico García Lorca
       Alain Delmotte

53   Ik kon alleen nog maar schrijver worden
       Het literair werk van Flor Vandekerckhove
       Stefaan Pennynck

73   De speeltuin van de schrijver
       Een literaire wandeling doorheen het West-Vlaams spergebied
       van de sociale media
       Paul Rigolle

97   Boven de radar
       Een podium voor de West-Vlaamse jeugdauteurs
       Jet Marchau

121 Vele seizoenen met Clem Schouwenaars
       50 jaar geleden verscheen De seizoenen
       Jan van Herreweghe

147 Over werkelijkheid en waarachtigheid
       Bedenkingen bij het oeuvre van Lara Taveirne
       Jooris van Hulle

159 De man van Zaventem
       Over de misdaadverhalen van Jan Van der Cruysse
       Paul Rigolle

171 Over de medewerkers aan dit jaarboek


Het jaarboek 'Jaarwerk MMXXII' wordt op zaterdag 3 december 2022 om 17:00 u. voorgesteld in de Bibliotheek van Oostende. Op die datum wordt ook de VWS-prijs 2022 uitgereikt aan dichter, vertaler en essayist Bart Vonck.

Programma:
Verwelkoming en voorstelling van ‘Jaarwerk MMXXII’, het jaarboek van de VWS door VWS-voorzitter Koen D’haene
Gelegenheidstoespraak van Alain Delmotte over het werk van Bart Vonck, laureaat van de VWS-prijs voor 2022
Uitreiking van de VWS-prijs 2022 (een kunstwerk van Renaat Ramon) aan Bart Vonck
De laureaat Bart Vonck  krijgt het woord en leest voor uit eigen werk
Slotwoord door schepen van cultuur Bart Plasschaert
Receptie, aangeboden door het Gemeentebestuur van Oostende

Wie op 3 december 2022 graag de voorstelling van het jaarboek in de Oostendse Bib wil meemaken kan mailen naar koen.bib@gmail.com. Het boek kan ook afzonderlijk besteld worden (25 euro). Nog een beter idee is het om lid te worden van de VWS (30 euro) dan krijg je het boek helemaal gratis thuisbezorgd.






maandag 17 oktober 2022

Warhoofds leerdichten - deel 3 van Alain Delmotte

Zoals eerder hier al aangestipt verschijnt van dichter (en bestuurslid van de VWS) Alain Delmotte in de reeks Gaia-chapbooks het derde deel van Warhoofds leerdichten, met als titel ‘Dank dat we mogen verdwijnen’. Momenteel publiceert 'De Schaal van Digther' drie gedichten uit de bundel. (Zie hiervoor het Alain Delmotte-label).

#alaindelmotte #nieuwepublicaties #deschaalvandigther #dirkdegeest #mappalibri

De bundel is te verkrijgen aan 12 euro op lulu.com en amazon.nl. Een gesigneerd exemplaar is te verkrijgen via de auteur: alain.delmotte@proximus.be  

Over de eerste twee delen schreef Dirk De Geest op mappalibri het volgende: 

Via zijn alter ego Warhoofd (…) bezint de dichter zich over zijn eigen schrijven, over de liefde, over het leven. Daarbij gaat hij op zoek naar prangende formuleringen die een soort van waarheid onder woorden brengen maar daarbij ook de complexiteit en de ironie niet schuwen. Deze ‘leerdichten’ kunnen inderdaad gelezen worden als een reeks maximes over uiteenlopende onderwerpen, maar het is eerst en vooral poëticale bundels die handelen over het daadwerkelijk ‘leren dichten’. De dichter heeft het daarin, filosofisch maar tegelijk schamper en theatraal, over wat een dichter moet en vooral niet mag doen: het gedicht moet als het ware uit de taal zelf kunnen groeien om meer dan oppervlakkig ‘klatergoud’ te zijn. De dichter verdwijnt als persoon achter de taal, en net daardoor krijgen zijn ideeën en emoties daadwerkelijk een universele kracht. Het is een zoeken naar zin in een wereld die vaak zonder zin verschijnt. Meteen is het gedicht ook zelden ‘af’, want vaak blijft het bij warhoofdige invallen en paradoxen.


 

woensdag 28 september 2022

Een wintervertelling in de herfst

MORRIS, de jongen die de hond vond

Ik wou dat ik nu kleinkinderen rond me had. Klein of groot, maakt niet uit. Ik zou ze dicht tegen me aan nemen en, zoals vroeger, het boek tussen ons in. En ik zou het jongetje op de kaft tonen, bergop klimmend in een sneeuwlandschap, schichtig achterom kijkend.
En de ongeduldigen zouden de titel lezen: MORRIS, de jongen die de hond vond. En de naam daaronder: Bart Moeyaert. ‘Bart van..? ‘ ‘Ja, Bart van…’ ’En van…van…van…?’ Ja, allemaal van…’
En de naam van de kunstenaar die hen van de herfstregen buiten naar hartje winter stuurt:
Sebastiaan Van Doninck. Ook ‘van…’ en ‘van…’ en ‘van…’.
Maar nu even allebei van MORRIS, van de hond, de sneeuwstorm en van de berg.
Ik wou dat ik de stem van Martine Tanghe had.(*)
Het jongetje Morris woont bij zijn oma, aan de voet van de berg, want ’er waren verdrietige dingen gebeurd’. Uitleg hoeft niet, die snap je wel druppelsgewijs. Moeyaert is een meester in de suggestie.
Oma naait lappendekens, en geregeld krijgt ze daarbij ongevraagd het gezelschap van Randy Pek. Morris heeft zo zijn twijfels over de man, over zijn complimentjes en zijn glimlach voor buren en kennissen:
‘ Wat een aardige man, dachten ze dan. Maar Morris merkte iets anders op. Dat meneer Pek hem nooit aankeek, bijvoorbeeld.’
Bijna iedere dag moet Morris de berg op, op zoek naar de hond van oma. Houdini heet hij, zoals de’ meester in verdwijnen en verschijnen.’
Verdwalen doet Morris nooit, behalve dan die dag in een hevige sneeuwstorm, waarin alle herkenningspunten oplossen. Wij lezen en zien hoe hij door de dikke vlokken ’in de war raakt van de wirwar’. En hoe Houdini zich losrukt, en verdwijnt.
We volgen Morris wanneer de sneeuw plots ophoudt, hoe hij zoekt en tegen de tranen vecht:
Hij snikte één keer- één keer maar. Die snik had hij nog over van afgelopen nacht. Als je stiekem huilt, huil je nooit helemaal uit.’. Suggestie en ingehouden emotie stralen uit ieder woord, iedere beheerste zin, ieder beeld.
Wat volgt is een avontuurlijke zoektocht, met ontmoetingen, gedachten en beelden die blijven zinderen. Morris ontmoet een ram: ‘zijn hart was dat van een haas’, en daarna de jongen van de ram, in een jas van vacht en met een bluffende mond. Hij wacht af.
‘Morris hield zijn mond. Als je zwijgt, verdwijn je half.’.
Over de namen die de jongen hem toeroept, zal later nog nagedacht worden.
Hun conversatie verloopt moeizaam en zoekend, tot de jongen ook verdwijnt, en Morris alle enge verhalen die hij over de berg had gehoord, met gesloten ogen zag gebeuren. Ook andere, verdrietige dingen.
En dan verschijnen er talrijke lichtjes op de berg, fakkels.
Er kwamen mensen naar boven om Houdini te zoeken. Of misschien om hem te zoeken. 
‘Ja, oh ja,’ fluisterde hij.
Maar eerst moet hij nog voorbij een ongewenste, gemene redder, tot ook diens gezicht bevriest door twee onverwachte helpers.
Thuis wacht het hele dorp, en oma, met pannenkoeken en wafels en poffertjes en perencake, chocolademelk met kaneel en slagroom. Morris hervindt zichzelf.
Ik zou de gordijnen sluiten voor de herfststorm om de winter van Morris nog even binnen te houden. En ik zou de kinderen rond me een dikke knuffel geven, zoals de oma uit het boek.

In boekenvriendschap, Jet
(*) Morris wordt als muzikale vertelling op verschillende podia gebracht, met Martine Tanghe als verteller, op muziek van Koen Brandt, gebracht door de muzikanten van Oxalys.