dinsdag 23 juni 2026

Voorstelling 'Coffarnaüm' van Pierrette COffrée in Moorsele


Vorige zaterdag stelde Pierrette COffrée haar tweede dichtbundel '
Coffarnaüm' voor in de bibliotheek van haar hometown Moorsele. Het was een gezellige bijeenkomst in de schaduw van de door haar geadoreerde Kezelberg, de asfaltbubbel waarop ze haar kinderjaren heeft doorgebracht.

Auteur-uitgever Patrick Bernauw gaf een bevlogen inleiding die de originaliteit van de vloeiende woorden- en beeldenstroom in Pierrettes 'poëmen' heerlijk introduceerde.
Licht herwerkte versie van de inleiding uitgesproken bij de boekvoorstelling.

Waarde potentiële lezer,

Beste medepassagier op wat ongetwijfeld een licht chaotische reis zal worden,

Ik moet u iets bekennen. 

Toen ik dit manuscript voor het eerst in handen kreeg, dacht ik: ‘Dit is geen bundel gedichten, dit is een storm.’ Een tornado van woorden, beelden, talen, stemmen – en zoals u wellicht weet, pleegt een tornado ook al eens enige verwarring te veroorzaken.

We hebben dit boek de NUR code 306 meegegeven, die staat voor poëzie, zodat Coffarnaüm in boekhandels en bibliotheken als zodanig zal gecatalogeerd staan. Je zou de bundel een verzameling slam poetry kunnen noemen, want deze teksten verzoeken de auteur dringend ermee op een podium te klimmen. Je zou het boekwerk ook als ‘theaterteksten’ kunnen benoemen, maar eigenlijk – laten we wel wezen – is Pierrette de enige die ze kan brengen zoals het hoort. Terwijl het toch de bedoeling van een theatertekst is dat ook anderen die hun stem kunnen geven.

Deze schrifturen zijn zo hoor- en zichtbaar geschreven (ah ja, want schrifturen zijn zowel hoorbaar in de klankkamers onder uw schedelpan als zichtbaar voor uw geestesoog) in het onnavolgbare idioom van Pierrette COffrée, dat het aartsmoeilijk wordt als niet Pierrette zijnd performer ze honderd procent zo te doen klinken als ze bedoeld zijn. Want, zoals ze ook over een enigszins omstreden Nobelprijswinnaar Literatuur plegen te zeggen: ‘Niemand zingt COffrée zoals Pierrette.’ U kunt uiteraard wel een poging doen, en Pierrette zal daarbij uw eerste supporter zijn – zo heeft ze mij stellig toevertrouwd.

Maar Coffarnaüm is dus een zootje. Want dat is waar het woord ‘caffarnaüm’ voor staat. ‘Dat is daar een waar caffarnaüm!’ Een wan-orde, een chaos, zoals in de Bijbelse stad Kapernaüm.
Maar de oplettende lezer van die titel heeft het al gemerkt: Pierrette maakte er een ‘Coffarnaüm’ van, met de o van COffrée in plaats van de bijbelse a. Dit zootje ongeregeld kan allemaal in haar kiste – ik laat in het midden of het er één van steen is en bijgevolg een steenkiste – of, laten we het anders zeggen, het kan allemaal in hare reiscof-frée. (Dit is, geheel tussen haakjes, een hint naar de naam achter het pseudoniem, voor toekomstige COffrologen. Als dat niet goed gezegd is – ‘Bene Dicte’, in het Latijn! – weet ik het ook niet meer.) 

Zoals Pi het zelf schrijft in haar voorwoord – ja, sinds haar debuut Tabak Taboek verscheen, in 2024 en ook bij de Scriptomanen, noem ik haar gemeenzaam Pi zoals zij mij gemeenzaam Pé mag noemen, het fonetisch initiaal van mijn voornaam Patrick, achternaam Bernauw… En Pi, dames en heren, let goed op en neem uw notitieblok in de aanslag, want dit is toch wel een bijzonder leuk wistjedatje… Pi is een wiskundige constante met een oneindig aantal decimalen achter de komma die nooit in een herhalend patroon vervallen. Pi is met andere woorden een irrationaal getal, dat nooit eindigt en bijgevolg zeer toepasselijk is. Pi is bovendien, om het met enige citaten uit de bundel te illustreren: ‘de oker-rozige regenPIER, de hengelPIER, de Mjeelse PIER in NoorderKempenland, zij PIEreliert op de aardvraatworm, als de heimelijke ssssPIER van ons bestaan, o laten we dus walsen in meander cadans de PIErendans, en PIErewaaien naar achter naar voor, ook Pommelien danst mee in regentenue, PIErpret verzekerd!’    

Maar waar was ik dus gebleven? God zeg, deze inleiding tot de COffrologie wordt ook al een zootje… Sorry hé. Ah ja, zoals Pi het ver-woordt in haar voor-woord: ‘In mijn kleine bootje roei ik op de woelige wateren van het woord. (…) Ook mijn poëtische werf is een zootje van performante poëmen.’
En kijk – dat is allesbehalve een vrijblijvende metafoor. Dat is een waarschuwing. Kom achteraf niet klagen dat Pi u niet verwittigd heeft. Dit bootje van papier zal je niet comfortabel vervoeren van de eerste naar de laatste bladzij. U zult zelf moeten roeien.
Even verder wordt het nog mooier – of erger, afhankelijk van uw conditie: ‘Je bent niet de eerste die ik met roeirijmen moet opvissen uit de troebele wateren van mijn schrijven.’ Met andere woorden: als u straks kopje onder gaat… dat is ingecalculeerd.

Wat Pi hier doet, is wat ik zelf als schrijver enorm bewonder: ze weigert te kiezen. Tussen ernst en humor, mystiek en satire, het sacrale en het ronduit absurde, het verheven en platvloers, de zogenaamd hoge en de nog zogenaamder lage cultuur. Pi is alles tegelijk, tot in het oneindige.
Neem bijvoorbeeld die prachtige, licht ontregelende aanwezigheid van de engelen. Omdat iedere engel verschrikkelijk is, volgens Rilke althans – ja, die waarschuwing krijgt u ook netjes mee, als motto van de bundel – tovert Pi geen engelen ten tonele die lieflijk op een wolk harp zitten te spelen. Dit zijn engelen die vloeken, schrobben, zingen, klagen.
Een van mijn favoriete momenten – dat komt omdat ik zelf nogal wat over de Graal van Brugge en de kroost van Kristus heb geschreven – komt uit het gedicht over het Heilig Bloed, waar een engel met een knipoog naar meneer en mevrouw Macbeth, bijna hysterisch roept: ‘Ik word zot van die vlek, van die plek!’ Waarna een ode volgt… aan een wasmiddel. Als dat geen hedendaagse mystiek is…

Maar onder die humor zit nog wat anders. Iets dat schuurt. Wat mij bijzonder raakt in Coffarnaüm, is hoe de poëtisch theatrale verhalen van Pi voortdurend de confrontatie aangaan tussen onze oude mythes en nieuwe realiteit. Spinnen weven het lot en de ‘Muskspin’ vangt ons in een digitaal web. En zo vallen we ineens tussen twee stoelen: die van de mythologie en die van Silicon Valley. Het oeroude, het hypermoderne. En we beseffen: misschien zijn we niet zo ver geëvolueerd als we denken.
Er zijn tal van raakpunten in dit boek tussen die Pi en deze Pé. Het nieuwe boek van Pi speelt zich af in een Fantastisch Vlaanderen, een parallel universum dat ook het mijne is – ik hou er niet voor niets een podcast op na, getiteld Mysterieus België. En ik woon al een leven lang in Erembodegem: de mythische en mystieke Sint Amanduskapel ligt op een paar steenworpen van mijn achterdeur… En laat Pi nu toch wel een indringend portret ophangen van de goedheilige patroonheilige van Vlaanderen, zeker! (Ook die van de brouwers en barmannen trouwens.)


Jij Amandus boom-crapulus
wortel van de ecologische ramp
in welk zaagsel wij nu zitten!
Ecce arboricida gloriosus!
Roemrijke boommoordenaar
Carnifex silvarum honoratus!
Gekroonde woud-beul
Princeps caesorum arborum!
Prins der boomkappers
Jij ontketende de bijlenstorm
Jij hakte de hemel om 


En wat heeft die goeie ouwe Amandus daarop te zeggen? ‘Dat zijn heel heel oude koeien…’
Een ander moment dat mij als schrijver van Het Bloed van het Lam zeer dierbaar is: de passage over het Lam Gods. Want ja, ook dat schaap blijft in navolging van de Rechtvaardige Rechters niet netjes op zijn plaats staan. Het ontsnapt. Het wandelt Gent in. Het wil… leven! En het zegt, heel eenvoudig en ontroerend: ‘’t schaap wil schaap zijn, geen wollig verhaal.’

Wie van ons wil niet gewoon zichzelf zijn, zonder verhaal dat door anderen wordt bedacht en opgelegd?
Als groene jongen die alleen klimaatrampen in het verschiet ziet als wij ons niet een klein beetje gaan gedragen zoals onze natuur het vraagt, hou ik ook van de ecologische laag in deze bundel, die overal binnen sluipt – soms zacht, soms als een Boem Paukenslag. Want ja, neem nu die passage uit de Pauken Pierenslag van daarstraks, waarin een pier ons toespreekt: ‘als ik geen aarde meer kan wreten… kronkel ik me krom in jullie geliefde hersenpan’. Het is tegelijk grotesk en geniaal… En vooral: het blijft hangen.

Ik denk ook aan de afdaling in de afdeling Carbon Paradise, waar we teruggaan naar het begin van de aarde: ‘een tijdreis van jaren eeuwen eonen…’ Plots zit je als lezer niet meer in een boek, in een verhaal, in een gedicht, maar in een soort oersoep van taal en bestaan.
Ten slotte wil ik ook nog iets gezegd hebben over de meertaligheid van dit boek. Pi schrijft doorgaans in een min of meer beschaafd Vlaams, gekuist Westvlaams zelfs, maar in haar woordenstromen vloeit dat door elkaar met Frans, Engels, Latijn… zoals onze gedachten zich wel eens verstrengelen tot een onontwarbaar kluwen, of zoals dromen dat doen. Zoals, wellicht, ook ons Flaumaland dat doet, le plat pays dat het onze is.


Beste lezer,
Ik ga afronden – al zou ik eigenlijk nog een paar bladzijden kunnen doorgaan, want dit boek is een schatkist. Of misschien beter: een rommelzolder waarin je onverwachte schatten vindt. Laat mij eindigen met wat misschien de kern is van dit boek. Het zit niet in een citaat, maar in een gevoel. Het is een uitnodiging. Coffarnaüm zegt eigenlijk: ‘De wereld mag dan een zootje zijn, en de mens rommelig – zoals de taal dat ook is. Maar laat deze absurde bende geen probleem zijn. Integendeel, laat het… materiaal zijn.’
Of, om het nog eens met Pi zelf te zeggen: ‘Welkom aan boord… het gevaarte is wankel.’
Duik dus in deze koffer en doe een Pierretteke… ik wens u een voortvarende vaart toe!

---

© Patrick Bernauw

Je kan deze tekst ook als podcast beluisteren, te vinden op alle grote platformen zoals Spotify, Apple Podcast of Podimo, in de serie Mysterieus België, onder de titel Patrick Bernauw over Coffarnaüm van Pierrette COffrée:

https://www.scriptomanen.org/2026/03/coffarnaum-pierrette-coffree.html

"Coffarnaüm' van Pierrette COffrée verscheen bij uitgeverij Scriptomanen.

 

 

 

 

 

Koen D'Haene en Pierrette COffrée

 

Inleider Patrick Bernauw

 

zondag 21 juni 2026

Voorstelling 'Zwermkoorts' van Kristien Dieltiens in Beernem

Kristien Dieltiens leest voor uit 'Zwermkoorts'

Gisterenvoormiddag zaterdag 20/6/2026 werd in haar thuisdorp Beernem, waar ze sinds 1995 woont , ‘Zwermkoorts’ het nieuwe boek van – laat ik maar ’s wat literaire superlatieven bovenhalen -  de begenadigde rasschrijfster Kristien Dieltiens voorgesteld. Het boek, dat uitgegeven werd, en wordt, door Borgerhoff & Lamberigts werd eerder ook al in Gent op 28 mei op het adres van de uitgeverij officieel op de wereld gezet. Toen ging de auteur voor de gelegenheid in dialoog met de decaan van de Gentse Unief, professor Ann Buysse.

In een broeierige tent op het prachtige vakantiedomein ‘Goed van den Bogaerde’ aan de Noenstraat waar van 19/6 tot en met donderdag 25/6 ook de expo “Kunst in ’t Goed” doorgaat trakteerde Kristien Dieltiens ons gisteren op een inleiding op haar boek die op veel momenten op een verfijnde persoonlijke causerie ging lijken.
Maar eerst ging de Beernemse schepen van cultuur Patricia Waerniers in op de warme persoonlijkheid van de auteur en gebruikte daarbij het Hebreeuwse hartverwarmende woord “Tov” wat ongeveer hetzelfde betekent als het Nederlandse equivalent maar nog meer dimensies heeft.

Met ‘Zwermkoorts’ is Kristien Dieltiens ondertussen al haar 106° boek toe. Een vaststelling waarbij je onwillekeurig met de ogen gaat knipperen. Honderd en zes boeken! Wat een schrijfster (en illustrator) is die Dieltiens. Maar ondertussen kennen we haar ook van haar intense boeken voor volwassenen. ‘Kelderkind’ uit 2012 dat ondertussen recent heruitgegeven werd onder de titel ‘Kelderkinderen’ leidde haar schrijven voor volwassen in. Maar vooral het bejubelde ‘Carlota, de vrouw die rozen at’ uit 2023 bevestigde haar internationale auteursstatus.

In haar inleiding op ‘Zwermkoorts’ gaf Kristien Dieltiens ons mee dat het boek lange tijd ‘Darrenslacht’, een ander intrigerend fenomeen uit de bijenwereld, als werktitel droeg. De wereld van de bijen is immers samen met de roadtrip die ze helemaal in Trumpland, in de Zuidelijke staten van de VS maakte, aangevuld met haar fascinatie voor gevaarlijke moeders die aan het ‘Munchausen by proxy-syndroom’ lijden een grote inspiratie gebleken voor dit boek. ‘Zwermkoorts’ is immers het  boek waarbij Dieltiens zich als schrijfster nooit eerder zo “naakt” en kwetsbaar heeft opgesteld. Het boek speelt zich af in een totaal door haar verzonnen wereld. Vroeger functioneerde de historische achtergrond in haar verhalen als een dekentje waarachter ze zich kon schuilhouden. Dit keer heeft ze het voor haar veilige pad verlaten. Het maakt dat ‘Zwermkoorts’ absoluut een boek is dat we moeten gaan lezen.

Het VWS-Cahier (van de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers) van de hand van Jet Marchau verscheen in 2012 en in 2018 ontving ze de VWS-prijs. Meer info via Dun lied, donkere draad de VWS-blog.

De kunstexpo ‘Kunst in ’t Goed’ loopt nog tot en met donderdag 25/6 e.k.

© Paul Rigolle

Extern:
Het Vws-cahier uit 2011:
Jet MARCHAU, Kristien Dieltiens, VWS-cahiers nr. 264, 2011.

Vakantiehuis 'Goed van den Bogaerde'

In de expo 'Kunst in 't Goed' is ook plastisch werk van Kristien Dieltiens
te zien! Alleen dit gegeven maakt de expo al de moeite waard. 
Kunst in 't Goed op Instagram

Facebook-bericht van zo 21/6/2026


Kriestien Dieltiens in de Expo





Jet Marchau met Kristien Dieltiens


Schepen Patricia Waerniers

dinsdag 12 mei 2026

Literair Panorama - Andreas Van Rompaey

Pas verschenen: Literair panorama. Verzamelde boekbesprekingen

In Literair panorama brengt Andreas Van Rompaey bijna alle boekbesprekingen samen die hij tussen 2018 en 2026 gepubliceerd heeft in de tijdschriften AᗡᗞA, Ambrozijn, Art04, De schaal van Digther, Portulaan, Toverberg en Weirdo’s. Deze bundel biedt een ‘wijds vergezicht’ op het hedendaagse literaire landschap waarbij ook minder evidente auteurs en uitgaven de aandacht trekken. Hoewel de recensent doorgaans – in dienst van een bepaalde instantie – een oordeel velt, wil Van Rompaey vooral informeren en niet per se met de literaire mode meegaan. Op basis van korte toelichtende teksten laat hij de lezer zelf een mening vormen en een keuze maken. Hij reikt een alternatieve lectuurgids aan die tegelijkertijd zijn eigen subjectieve leesgeschiedenis en het daarbij horende ‘schrijvend denken’ weergeeft.

Andreas Van RompaeyLiterair panorama, Utrecht, 2026, 138 pagina’s, ISBN 978 94 6301 598 1 kan worden besteld via Eburon Academic Publishers of uw boekhandel.

Dit bericht verscheen ook op de literaire blog van De Schaal van Digther


woensdag 6 mei 2026

ADDA 4 is verschenen!

 

Samen met Willy Tibergien, Andreas Van Rompaey en Lieve Terrie heeft Renaat Ramon de cahierreeks  opgericht, die aan de verdere bekendmaking en beoefening van de iconische (concrete en visuele) poëzie wil bijdragen.

In  IV gaat Alain Delmotte uitgebreid in op de spatialistische poëzie van Ilse en Pierre Garnier. Andreas Van Rompaey en José Vandenbroucke brengen respectievelijk een hommage aan wijlen Ivo Michiels en Tony Rombouts en aan de eveneens in dit nummer opgevoerde Renaat Ramon. Engagement primeert dan weer bij Guy van Hoof en Luc Fierens. Tchello d’Barros en Sérgio Monteiro de Almeida vertegenwoordigen het niet-Nederlandse taalgebied.

Het vierde deel is pas verschenen en kost 10 euro. Wie een nummer wil bestellen, dient zich te richten tot het redactiesecretariaat

(Betferkerklaan 187, 8200 Brugge - ram.lam@skynet.be).

 


zondag 12 april 2026

Woutertje Pieterseprijs voor Bart Moeyaert en Mark Janssen

 


Auteur Bart Moeyaert en illustrator Mark Janssen zijn de winnaars van de 39e Woutertje Pieterse Prijs voor het mooiste kinderboek van het afgelopen jaar. Zij ontvingen de prijs voor het boek Atman! (Uitgeverij Querido).

Aan de prijs is een bedrag van €15.000,- verbonden. Het bericht werd bekend gemaakt op NPO Radio 1. Dit tijdens de speciale editie van het KRO-NCRV-programma De taalstaat live dat werd gepresenteerd door Ronald Giphart.

De jury koos voor “het boek dat in elke vezel ambacht en kunstenaarschap uitdraagt en kinderen serieus neemt, zonder door de knieën te gaan of over hun hoofden heen te praten.

Dit boek keert terug naar de kracht van de mondelinge vertelling, de muziek in de taal, het zingen van woorden en beelden.

Bizarre wezens in krullerige kleurpotloodlijnen, weelderige wouden en een sterk neergezet hoofdpersonage bevolken de verhaalwereld, die het midden houdt tussen een droom, een fantasie en een vertaling van een beleving.

De VWS houdt eraan om zijn laureaat van de VWS-prijs van 2024 hierbij heel hartelijk te feliciteren. Eerder schreef Jet Marchau onder de titel "Een fantasierijke zoektocht vol heimwee naar 'thuis' een mooie recensie van het boek.
Die lees je nog 's via bijgaande link:


https://blogvandevws.blogspot.com/2026/01/atman-van-bart-moeyaert.html

Een laudatio bij het uitreiken van de VWS-prijs in 2024 lees je hier nog 's na.

Bericht van Jet Marchau

 

zaterdag 14 maart 2026

Het jongetje dat bijen at


Eind deze maand verschijnt "Het jongetje dat bijen at" van Gilbert Nyatanyi. Gilbert groeide op in het landelijke Egem en vertelt hoe het hem - afkomstig uit Rwanda - hier verging...
Het boek is een uitgave van Otheobooks.be 

"In het Het jongetje dat bijen at vertelt Gilbert Nyatanyi het ontroerende, waargebeurde verhaal van een jongen die tussen twee werelden opgroeit: geboren in Rwanda, grootgebracht in het nuchtere West-Vlaanderen. Zijn jeugd vol honing, warmte en kleur krijgt een andere glans wanneer hij zijn vader verliest en als kind naar België wordt gestuurd. Hij moet er opnieuw wortelen, tussen heimwee en hoop, tussen het verleden dat hij met zich meedraagt en de toekomst die hij wil omarmen. Met poëtische precisie en milde ironie schrijft Nyatanyi over afkomst, identiteit, liefde en vergeving. Hij verweeft het verhaal van zijn familie en een verscheurd land met dat van een jongen die leert hoe veerkracht klinkt – soms als gezoem. Het jongetje dat bijen at is een ontroerende en hoopvolle autobiografie met helende verhalen. Een uitzonderlijk debuut, meeslepend en vol menselijkheid.
 
Gilbert Nyatanyi (1971, Rwanda) groeide op in Egem, West-Vlaanderen. Hij is jurist, gespecialiseerd in bank- en financieel recht, met ervaring in Europa en Afrika. Ook wel bekend als ‘Gilberke’ uit de tv-klassieker Alles kan beter. Hij is gehuwd en vader van twee dochters.'


Zie ook dit Facebook-bericht Dun lied donkere draad.



Gilbert Nyatanyi werkte in het najaar van 2025 als adviseur bij Golazo ook mee aan het televisieprogramma ‘Regenbogen in Rwanda’ dat inzoomde op het WK Wielrennen in Rwanda. 
 

vrijdag 30 januari 2026

Atman van Bart Moeyaert

Een fantasierijke zoektocht vol heimwee naar ‘thuis’ .   Bart Moeyaert: Atman!                      


Bart Moeyaert schreef in opdracht van de Amsterdamse Nationale Opera, de Nederlandse Reisopera en Opera Zuid het libretto voor de opera Atman!

Zijn teksten liet hij al eerder door muziek  begeleiden en inspireren, onder andere door Stravinsky en Joseph Haydn. Een topper was de muzikale vertelling Morris, oorspronkelijk met Martine Tanghe (+) als verteller, op muziek van Koen Brandt, gebracht door de muzikanten van Oxalys. 

Maar met  Atman!  schreef hij voor het eerst een operalibretto voor de componist Leonard Evers.

De opera, ging van start in december 2025 in Nederland en gaat op rondreis, ook in Vlaanderen.

Atman! verscheen ook in boekvorm, met illustraties van Mark Janssen.

 

Atman, of ‘At’, 9 jaar, haalt een brood, maar hij is op de terugweg  naar huis, naar zijn vader Jan en zijn ‘beest’, zijn kat, het noorden kwijt.

 

Ik wist op een keer

de weg niet meer.(…)

 

Teruggaan naar de bakker helpt niet: 

Maar waar, o waar

was de bakkerij?(…)

En:

Hoeveel stappen blijft een brood warm?’

 

Op de zoektocht naar zijn huis, zijn ‘thuis’, een gekend thema in Moeyaerts werk, groeit Atmans fantasie.

Hij  vraagt de weg aan een man, die veel te gehaast is om te antwoorden.

Plien, een vrouw met een heel eigen taaltje, neemt hem mee naar haar schip met zeventien piraten; hij rukt zich los, wordt eventjes ‘batman’ zoals zijn vader het soms wil, gaat kopje-onder in zee, bedenkt wat hem overkomt, in de mooie ritmiek van Moeyaert:

 

‘(…) Wanneer weet je: mijn adem is op?

Wanneer zwem je de lucht tegemoet?

 

Heeft stilte de kleur van de nacht?
Kun je ruiken hoe diep het er is

en hoor je jezelf als je lacht-

of is er alleen maar gesis?

 

Hij wordt teruggegooid, valt in een woud door twijgen en takken en landt op een bedje van mos. Angst en heimwee sturen zijn gedachten naar zijn vader, naar zijn kat, zijn thuis.

 

Het boswezen  met de onpersoonlijke  naam ‘Hem’ bevestigt in ruil voor een half brood:

Thuis is uniek en enig.

Je leest er WELCOME op de mat.
Je strooit er hagelslag op toast.

Daar staan je warme bed en bad.

 

Maar dappere Atman geeft niet toe. Hij klemt het brood steviger onder zijn arm, want: zoals de zee van de vissen is, is het woud van het wild,

en van

het lawaai en de stilte,

het licht van de vuurvlieg

en het lied van de fee.

 

Dus schiet Atman weer omhoog, wordt opnieuw opgevangen door Plien en haar zeventien piraten, die wel een jongetje op het menu willen… maar die hem tenslotte weer aan wal brengen.

 

De heimwee naar ‘thuis’ blijft en overheerst:

 

Heimwee is geen kwaaltje.
Mijn hele lijf deed pijn,

en wilde ik genezen,

was thuis het medicijn.

 

De weg vindt hij tenslotte, dank zij een meisje dat een plattegrond te voorschijn haalt.

En: De rode deur ging open.

Daar stond mijn papa dan

Met op zijn arm de kat.(…)

 

Bart Moeyaert bleef in dit libretto trouw aan zichzelf: zijn rijke, mooie en toch lichtvoetige taal, zijn zangrijke ritmiek, zijn filosofische bedenkingen op maat van zijn personage, en vooral, vooral: het thema: de zoektocht (en heimwee)  naar ‘thuis‘.

At of Atman kan hand in hand op weg gaan met Deef, het fantasierijke jongetje uit Die dag (eveneens van 2025) van Joke Van Leeuwen (en voorheen ook al ontmoet in Toen ik (2017).  Ook Deef moet een omweg maken, maar noodgedwongen dan wel,  vanwege een gat- van archeologen-  in de weg. Hij vindt de weg naar zijn school niet terug en net als Atman komt  hij op nieuwe plekken terecht, waar hij nieuwe mensen ontmoet. Een uitgebreider verhaal dan Atman!, teveel voor een operalibretto, maar evengoed  een wervelende tocht vol fantasie, associaties en sprekende illustraties van Joke Van Leeuwen zelf.

 

In Atman! volgen de mooie, originele illustraties van Mark Janssen de fantasie van Atman en van Bart Moeyaert. Zij maken het verhaal des te meer tot een verrassend, fantasierijk lees- en voorleesboek.  Acht- negenjarigen kunnen er zichzelf in herkennen, de voorlezer zal herinneringen  sprokkelen.

Dat Bart Moeyaert een allround auteur is, is met dit operalibretto nog maar eens bewezen.

Nu nog uitkijken naar de opera zelf!

 

In boekenvriendschap, Jet   


© Jet Marchau


Wie meer over het werk van Bart Moeyaert wil lezen, zie

 

in het jaarboek van de VWS 2023:

Jet Marchau:  ‘Schrijven is natuurkunde zonder formules’[i]: Bart Moeyaert. Impressies van een

overdonderde lezer. In: JAARWERK MMXXIII, p.93-115

 

En bij de viering van Bart Moeyaert als laureaat van de VWS in 2024:

Jet Marchau: Een eerbetoon aan een allround auteur: laudatio, in  JAARWERK MMXXIV van de VWS.

 

 

 Deze tekst verscheen ook op de blog van Brugge Leest